Aan die razzia ontkwamen ze niet

Op 10 en 11 november 1944 werden 52.000 mannen tussen de 17 en 40 jaar uit Rotterdam en Schiedam gearresteerd om te werken voor de Duitse bezetter. Zeventig jaar later kijken twee mannen terug op hun tocht naar het oosten en het werk dat zij daar moesten doen.

Als de Duitsers de razzia een paar maanden eerder hadden gepland, dan was Cok Ouwendijk gewoon in Rotterdam gebleven. Ouwendijk was net 17, toen zijn vader hem de ochtend van 10 november 1944 naarboven stuurde. Vader Ouwendijk zat in het verzet, en had op het laatste moment gehoord dat de bezetter alle mannen van Rotterdam en Schiedam tussen de 17 en 40 kwam ophalen. Hun spierkracht was nodig in het oosten.

Zeventig jaar later herinnert Cok Ouwendijk zich nog het rumoer, buiten op straat. Ook kon hij zijn vader met de soldaten aan de deur horen praten. "Het ging er gemoedelijk aan toe. Zo van: 'er is niks aan de hand, uw zoon zal wat werk moeten verrichten'." Zijn twee oudere broers waren eerder al ondergedoken. Eén van hen was verraden en aan het oostfront tewerkgesteld.

Toen hij geen stemmen aan de deur meer hoorde, liep de jonge Ouwendijk naar beneden. "Daar is-ie, zei één van die Duitsers." De soldaten vroegen zijn moeder kleren en eten voor Cok in te pakken. Dat deden ze beleefd en vriendelijk. "Eerlijk waar, het waren aimabele mensen."

Cok Ouwendijk werd meegenomen op de eerste dag van de razzia van Rotterdam. Die dag werden de mannen uit de wijken aan de stadsrand meegenomen: Zuid, Spangen, Overschie, Schiebroek, Hillegersberg, Kralingen en buurgemeente Schiedam.

Op straat moest Ouwendijk wachten bij zijn buurmannen en -jongens. "Met sommigen gingen de Duitsers ruwer om, zoals Joden en andere mensen die ondergedoken zaten."

Met tientallen liepen de mannen vanuit Overschie een paar kilometer naar de grote houthandel aan de Gordelweg. Dat was één van de plaatsen waar de Duitsers opgepakte mannen bijeenbrachten. In Kralingen werd daarvoor de marinierskazerne gebruikt, in Zuid De Kuip. Het Feyenoordstadion leende zich goed voor het bijeenbrengen van grote mensenmassa's. Plannen van de Duitsers om het stadion af te breken voor het stalen geraamte zijn nooit uitgevoerd.

Verstopte toiletten

Vanaf de Gordelweg ging de tocht voor Ouwendijk over de rijksweg naar Delft - nu de A13. De arrestanten werden in één van de gebouwen van de Technische Hogeschool ondergebracht. Dat was veel te klein voor meer dan duizend mensen. Ouwendijk: "Alle toiletten waren verstopt, het stond blank van de urine."

Toen was het 'afwachten'. Niet in spanning, die was tijdens de tocht afwezig, zegt Ouwendijk. "Iedereen dacht waarschijnlijk: dat loopt zo'n vaart niet." Ook zelf was hij niet bang. Eerder kinderlijk nieuwsgierig, zegt hij nu. Hij denkt dat die instelling hem overeind gehouden heeft, tijdens zijn tocht die zou eindigen in het Zuid-Duitse concentratiekamp Dachau. De 17-jarige jongen twijfelde geen moment dat hij weer naar huis zou gaan. "Ik wist dat ik niet dood zou gaan. Ik moest het toch allemaal aan mijn moeder vertellen."

Die nacht in de hogeschool was de sfeer 'onaangenaam'. Voor de oudere mannen leek het wel een plezierig uitje, weg uit de sleur, zegt Ouwendijk. "Ze vertelden zogenaamde moppen, de een nog sterker dan de andere. Er werd gewoon pret gemaakt."

Tijdens de tweedaagse razzia waren zo'n 8.000 Duitse soldaten in de stad. In totaal werden 52.000 mannen opgepakt. De tweede dag was het centrum van Rotterdam aan de beurt.

Daar woonde de toen 22-jarige Harke Douwe Smits, aan de Goudsesingel. Hij wist wat de voorgaande dag gebeurd was, maar vluchten uit de vergrendelde stad was onbegonnen werk. Die ochtend zag Smits Duitse soldaten de huizen in zijn straat binnengaan. "Op verzoek van mijn moeder en zus ben ik bepakt de straat opgegaan. Ik dacht: als ze me de kelder uit moeten vissen, dan schieten ze me voor m'n raap."

De mannen werden naar de Heineken-brouwerij in Rotterdam-Noord geleid. Uren hebben ze daar gestaan, voordat de tocht te voet verderging naar Gouda. In de stromende regen begaf Smits' koffer het. "Vrouwen langs de kant van de weg maakten van een kussensloop een knapzak voor mijn spullen. Daarmee kon ik verdergaan."

Veel mannen, onder wie Cok Ouwendijk, werden met de trein uit Rotterdam weggevoerd, anderen per schip. Voor Harke Douwe Smits zat het lopen er in Gouda nog niet op.

Nadat hij de nacht in de Sint Janskerk had doorgebracht, moest hij de volgende dag naar Utrecht. "Gelukkig had ik een getraind lichaam. Ik had gekorfbald, gevoetbald en aan atletiek gedaan." Daar zag hij kans te vluchten. Hij klopte bij veel huizen aan. "Niemand wou me opnemen. Logisch, ik kon wel een verrader zijn." Omdat de avondklok was ingegaan en hij bang was te worden opgepakt, meldde hij zich bij de eerste Duitser die hij tegenkwam. "Ik zei dat ik de weg kwijt was. Die soldaat bracht me terug naar de rest van de mannen."

In de weken na de razzia in Rotterdam werden nog duizenden mannen weggevoerd uit Den Haag, Voorburg en Rijswijk. Begin december waren er razzia's in Haarlem en omliggende gemeenten. Bewoners van Amsterdam verwachtten in die dagen ook grootschalige arrestaties in de hoofdstad. De geplande razzia's in Amsterdam en Utrecht gingen nooit door. De Wehrmacht had zijn manschappen nodig voor het Ardennenoffensief.

Voor Ouwendijk en Smits volgde een winter lang werken in de kou, terwijl het eten schaars was. Smits kwam in een barakkenkamp bij Arnhem terecht, waar hij bomen moest omhakken en de stammen wegslepen. De bewaking was gering. Af en toe stal hij voedsel bij nabijgelegen boerderijen. Toen het grootste deel van de inwoners van Arnhem gevlucht was, vanwege de gevechten om de stad, moest hij voor de Duitsers huizen plunderen. "Ik had zo'n honger dat ik daar een tube tandpasta in mijn mond heb leeggeknepen."

Voor Ouwendijk begon de lange winter in Dachau. Hij kwam een oude zakenrelatie van zijn vader tegen, die al jaren in het kamp zat. "Hij sprak zijn talen en werd daar getolereerd. Hij sliep ook niet in de barakken." De man nam hem mee naar restaurants in het dorp. "Ik ging twee keer mee. Daarvoor is hij denk ik gestraft. Toen begon ook mijn ellende pas."

Ouwendijk werd op een dag met een paar mannen in een open vrachtwagen vervoerd naar een barakkenkamp bij Berchtesgaden. Daar was het ijskoud. "Ik denk wel -30. Ik legde spoorrails aan en ruimde sneeuw, zodat de Duitsers konden bouwen." Hitler wilde met een ring zijn verblijf op de Obersalzberg barricaderen.

In gezicht geschopt

In mei kwamen steeds meer colonnes met vluchtende Duitse soldaten voorbij. Op bevel van de overgebleven Duitsers gingen Ouwendijk en de andere arbeiders de bergen in. De Amerikanen bevrijdden de mannen. Via omzwervingen in Duitsland kwam Ouwendijk na de bevrijding weer in Nederland terecht.

Smits nam in maart 1945 met nog twee mannen de benen uit het kamp in Arnhem. Ze liepen een dag en een avond. "De nacht brachten we door in een schuttersputje, tot we werden ontdekt. Een Duitse officier schopte me in mijn gezicht, drie tanden trapte hij uit mijn mond." De soldaten wilden de mannen afvoeren naar kamp Amersfoort. "Drie vrouwen langs de weg waren overstuur. Ze wilden weten wat ze met ons gingen doen. De officier antwoordde: 'kaput machen'." Toen niemand hen kwam ophalen, lieten de Duitsers het drietal gaan. "Die officier zei: Als ik jullie nog een keer zien, schieten we jullie alsnog dood."

Het drietal vluchtte, en kwam na een paar dagen aan in Rotterdam. Ze namen afscheid bij de stadsgrens, en zagen elkaar daarna nooit meer terug. Harke Douwe Smits dook onder tot het eind van de oorlog.

Na de bevrijding kon Smits zijn oude baan hervatten. Cok Ouwendijk ging niet werken bij het aannemersbedrijf van zijn vader, maar bij een bank. Zo kon hij de wereld over reizen, wat hij het liefst wilde. Aan de oorlog hield hij een lange vriendschap over met een Duitse officier die hij in Berchtesgaden had ontmoet. Ook Smits heeft zich verzoend met de voormalige bezetter. "Alleen als ik Duitsers met helmen op tv zie, dan krijg ik nog een beroerd gevoel."

Reis van de razzia

Sinds kort staan de verhalen van Ouwendijk en Smits, met nog een aantal getuigenissen op de website stichtingreisvanderazzia.nl. De getuigenverhalen zijn door de stichting opgetekend in samenwerking met het Nationaal Instituut Oorlogsdocumentatie Niod, en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden