Aan de rand van de Dode Zee

Er stijgt een sterke, maar prettige parfumgeur van de doorwerkte vingers. Net rolde Zabu Levin wat vruchtjes van de persimmonplant tussen die vingers. Trots laat hij ze ons ruiken.

We staan in de botanische tuin van de kibboets Ein Gedi aan de Dode Zee. De meer dan duizend verschillende soorten planten en bomen vormen het decor waarin de pakweg zeshonderd bewoners van de kibboets leven. Deze unieke combinatie leverde de botanische tuin en de bewoners in 1994 een Unesco Wereld Erfgoed-waardering op.

Maar Ein Gedi werd al veel eerder bewoond en al veel eerder beroemd. Zo worden de wijngaarden van Ein Gedi genoemd in het 'Lied van Salomon'. En in de Byzantijnse tijd maakte de bevolking van Ein Gedi een zeer populaire balsem en parfum van de vruchten van de persimmonplant. Cleopatra maakte zich er onweerstaanbaar mee. De balsem bleek ook helende krachten te bezitten, zijn naam en geur reikten tot ver over grenzen.

Kibboetsen zijn uniek voor Israël. De eerste kibboets werd gesticht in 1909 bij het meer van Galilea. Vandaag zijn er nog 270 kibboetsen te vinden verdeeld over het land. Ook in Ein Gedi bewerkten de pioniers gezamenlijk het land, Onervaren en vaak zonder geld begonnen ze een nieuwe manier van gezamenlijk leven. De Ein Gedi-kibboets ontwikkelde zich in de loop der tijd tot een waar bedrijf. Er wordt nu water gebotteld uit een van de bronnen. Toerisme vormt de belangrijkste bron van inkomsten. Kleine, luxe vakantiehuisjes bestrijken een deel van de kibboets met prachtig uitzicht op links de woestijn en recht voor je de Dode Zee.

Ein Gedi had niet kunnen bestaan zonder de vier waterbronnen. Deze worden gevormd door regenval in de winter, waardoor ondergrondse stromingen in de woestijn ontstaan. Het maakt van Ein Gedi een ware oase.

In het aangrenzende Ein Gedi-natuurreservaat kun je verschillende bronnen en watervallen bezoeken. Lange wandelingen brengen je van de prehistorie naar het hedendaagse. Er zijn in het reservaat overblijfselen te vinden van een tempel uit 4000 jaar voor Christus). David verschool zich in het gebied, waarschijnlijk bij een waterval, voor koning Samuel, 1000 voor Christus. (Samuel 1 23:29). Een prachtige mozaïekvloer uit de Byzantijnse tijd is te zien niet ver van de ingang van het reservaat. Er staan nog overblijfselen van een molen (1300 na Christus). Hoewel vele bedoeïenen groente verbouwden in het gebied, is Ein Gedi pas weer echt bewoond sinds de komst van de kibboets in 1953.

Zabu wijst vanuit het dal waarin Ein Gedi ligt naar de grillige pieken van de Judeawoestijn. Hij vertelt dat de kibboets in de schaduw van de bergen ligt, in de vaak zinderende zomers. De bomen in de kibboets bieden dan weer schaduw aan de bloeiende planten en de bewoners in de tuin.

De Judeawoestijn, een prachtig grillig maanlandschap, begint na tien minuten rijden oostwaarts van Jeruzalem. Een half uur later komt een glinsterende Dode Zee in beeld, haar naam dankend aan een extreem hoog zoutgehalte waardoor geen leven mogelijk is in het water. De weg vervolgt in een scherpe bocht naar rechts, om in rechte lijn langs de zee uit te komen bij Ein Gedi-kibboets.

Zabu kwam aan in de kibboets in 1961. Hij werd in 1941 geboren in Shevas, in het voormalige Perzië, Toen hij negen was, besloten zijn ouders zich te vestigen in het beloofde land.

Aangekomen bij de Dode Zee blijkt wat zand leek gekristalleerd zout te zijn. We lopen achter een vakkundig ingesmeerde toerist naar een modderplek, waar je je, gewoon ergens uit de grond, begint in te smeren. Hoe zwart je er ook uitziet, het voelt schoon aan. In de zee draag je slippers, de zoutkristallen zijn vlijmscherp. Langzaam laat je je in de zee glijden, als een oliebol dobber je bijna vanzelf van kant naar kant. Een wonderlijke ervaring.

Zabu is een van de ouderen in de kibboets. Zo'n 50 procent van de bewoners behoort tot deze groep. De vergrijzing was zo groot dat vorig jaar het bestuur besloot per hoge uitzondering 37 nieuwe leden toe te laten tot de Ein Gedi-kibboets.

Zabu leidt ons door het bewoonde gedeelte van de kibboets. De kibboets telt nu 650 bewoners van wie er 220 de eigenlijke leden zijn. "Veel mensen werken nu voor hun geld!", legt onze gids uit. "Buiten de kibboets", voegt hij eraan toe. "Sommige huizen zijn zelfs gekocht door de bewoners!" Dat laatste blijft een heikel punt in de kleine gemeenschap waar ieder hoorde te werken naar kunnen en er altijd gezamenlijk, en gratis, werd gegeten en gewoond. Zabu wijst naar een vrouw die de kronkelende paden ontdoet van neergevallen takken en bladeren. "Ze werkt zeven uur per dag in de kibboets en voor de kibboets, maar nu krijgt zij ook gewoon per uur betaald, zoals wij allemaal".

We vervolgen onze weg. Overal is het groen, tussen prachtige tropische dadelpalmen, tussen exotische cactussen en kleurige bloemen, staan losstaande huizen. Aan het eind van het pad merken we toch iets van de commune-sfeer waar de kibboetsen zo beroemd om werden. We lopen tegen de eetzaal aan, een met neon verlichte ruimte die meer weg heeft van een gymzaal dan van een gezellige plek om samen te eten. Gelukkig eten de toeristen ergens anders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden