Aan de ooit zo stinkende Zaan is het nu mooi wonen

Een stad moet wel heel veel charme hebben om op een winderige en natte maandagochtend het hart van een bezoeker te stelen. Zaandam heeft dat niet. De oudste industriestad van Nederland heeft wel sterke kanten: historie, een rivier, wat monumenten en interessante nieuwbouw.

Het stadscentrum is een afspiegeling van de economische historie: arbeiderswoningen, directeurswoningen, fabrieksterreinen aan de gekanaliseerde Zaan, waarover de binnenvaart grondstoffen en producten vervoerde. En waar ooit, in een ver verleden, de Russische tsaar Peter de Grote zich bekwaamde in het scheepsbouwvak. Althans, dat is het positieve verhaal. Zijn standbeeld op de Dam, met zowel Russisch als Nederlands opschrift, toont de man ijverig timmerend aan een scheepje. Het minder fraaie verhaal vertelt dat hij zich liever ophield bij de dames in Amsterdam, en zelden zijn huisje betrad. Hoe dan ook, hij bracht zijn kennis van de scheepsbouw aan het einde van de zeventiende eeuw mee terug naar Rusland. Zijn nazaat NicolaasII, die in 1917 aftrad en later werd vermoord door de revolutionairen, was er Zaandam dankbaar voor en schonk de stad in 1911 het standbeeld.

In de Gouden Eeuw moeten er in de Zaanstreek honderden molens hebben gestaan die de grondstoffen uit de handelsstad Amsterdam bewerkten. De mindere tijden die volgden waren in de Zaanstreek goed voelbaar. Pas halverwege de 19de eeuw kwam de stad weer tot bloei, als voorloper in de industriële revolutie. De stoommachine nam het werk van de windkracht over en langs de Zaan werden imposante fabrieken gebouwd. Van die fabrieken zijn er weinig meer over; de bedrijvigheid is verplaatst naar terreinen buiten de stad.

De wandeling begint langs de Oostzijde. Op het terrein waar ooit de fabriek van Albert Heijn stond, zijn flatwoningen neergezet, met een fraai uitzicht over het brede water. Meer woningen worden gebouwd op het terrein waar ooit verffabriek Pieter Schoen stond -door Zaankanters hardnekkig Pieters Koen genoemd, ze mogen de k en de g graag verwisselen. De sterk vervuilde grond heeft een grondige reiniging ondergaan. Wie nog even aan de Zaan wil staan moet snel zijn, want er wordt hard aan gewerkt om de hele kade vol te bouwen. De gemeente is zo aardig geweest om een openbaar wandelpad in het water aan te leggen, dat al voor een deel toegankelijk is. Er zijn geen hekjes, dus oppassen met kleine kinderen en stevige wind.

Terug naar het begin van de Oostzijde, waar rondom de Sint Bonifatiuskerk de katholieke gemeenschap van Zaandam woonde. Vanuit het klooster bestierden de zusters de nabijgelegen scholen en het verderop gelegen ziekenhuis. Zaandam was in de vorige eeuw een sterk verzuilde stad, waar de dominante 'roden', de 'christelijken' en de 'roomsen' tot in de jaren zestig hun eigen wereld hadden. Daarna veranderde het snel; de gastarbeiders kwamen, de jeugd zocht het elders, de welvaart schudde de vaste patronen door elkaar.

We steken over, nog steeds aan de oostkant van de Zaan, naar de Klauwershoek, met de bochtige straatjes, monumentjes en nieuwbouw. Het is het oudste buurtje van de stad en werd in de veertiende eeuw vooral bewoond door 'klauwers', scheepswerklieden die de naden in dekken en wanden dichtten. Op een terp staat de Oosterzijderkerk. Bij de watersnood van 1917 toen het water uit de omliggende polders niet meer te keren was, diende de hooggelegen kerk als schuilplaats voor omwonenden. We volgen de kade en zien aan de overkant het voormalige stadhuis, een wit gebouw met allure, nog altijd in gebruik als trouwzaal en als theater. Daarachter ligt de Burcht, een ongenottelijk plein waar eenmaal per jaar de grote kermis is.

We gaan naar rechts, de Wilhelminabrug over (opvallend genoeg noemde de 'rode gemeente' de bruggen naar leden van het koninklijk huis: Bernhardbrug, Bea trixbrug en Wilhelminabrug. Met die traditie werd gebroken bij de nieuwste brug, die kreeg de naam van J.M. den Uyl). Aan de overkant van de Zaan lopen we langs de nieuwe en de oude ('Grote') sluis. De nieuwe is nog in gebruik, tegenwoordig vooral voor de pleziervaart. Het Zaangemaal staat nogal pront voor de prachtige sluishuisjes uit de 18de eeuw. Het gemaal werd gebouwd toen in de jaren zestig duidelijk werd dat de industrie haar tol eiste voor het milieu. In het vervuilde water dreef, tot vermaak en afschuw van de schooljeugd, vaak dode vis en tot ver in de buitenwijken was het water te ruiken. Tegenwoordig ruik je in Zaandam zelden meer bedorven water, maar ook niet meer de zoete geur van koek en chocola.

Langs de Dam, nu vooral een uitgaanscentrum met kroegen en restaurants, komen we bij het eerder genoemde standbeeld van de studieuze Czaar Peter. Voetstappen van keramiek tussen de straatstenen leiden vanaf het beeld naar het Czaar Peterhuisje aan Krimp23. Koning WillemI kocht het in 1818, voor zijn Russische schoondochter Anna Paulowna. We komen voor een dichte deur, het museumpje is alleen op zaterdag en zondag te bezoeken, of op afspraak (tel. 075-6160390). Aanbellen biedt geen soelaas.

De Russische buurt, welke naam tijdens de Koude Oorlog meer een verwijzing was naar de politieke kleur van de buurt dan naar de keizerlijke buurtgenoot, is een interessant samenraapsel van vervallen panden, typisch groene houten huisjes en stadsvernieuwing. Aan deze kant van de Zaan waren vroeger scheepswerven en houthandel, nu staan er riante flats en het vrij nieuwe Zaantheater, tussen de Dam en de Russische buurt.

We lopen een stukje Hogendijk, langs de Zaan, naar de Badhuisweg, die de oever met het eiland verbindt. Daar was vroeger William Pont de houthandel, waar de boomstammen in het water dreven, nu wordt er gewoond. Verderop ligt links het Noorzeekanaal en rechts de verbinding met het IJ. Via de Czaar Peterstraat en de Rozengracht (op donderdag en zaterdag is daar markt) steken we door naar de Gedempte Gracht, de belangrijkste winkelstraat van Zaandam. We steken over en gaan de Westzijde in, eveneens winkelstraat maar vroeger ook het deftigste deel van de stad, met de breedgebouwde herenhuizen. Vanaf de Beatrixbrug is er uitzicht op het theehuis aan de Zaan, dat door Claude Monet die 1871 in de stad heeft gewoond, is vastgelegd.

Halverwege de Westzijde staat 'Het Nieuwe Huys', de Doopsgezinde Vermaning. Het mooie houten gebouw met de stenen voorbouw staat een stukje van de straat af, met de achterkant aan de Zaan. De kerk is gebouwd door de doopsgezinden die zich aan het eind van de 16de eeuw in de Zaanstreek vestigden. De godsdienstvluchtelingen kwamen er als middenstanders, schippers en boeren. Ze ontwikkelden zich tot handelslui en fabrikanten en bouwden in 1687 hun kerkschuur. Zo oud is het poldermodel: een kerk bouwen mocht wel, als het er maar niet uitzag als een kerk.

We gaan linksaf, de Botenmakerstraat in, een rustig buurtje. Aan de rechterhand steekt de Bullenkerk achter de huizen uit, waar ooit de vader van Freek de Jonge predikant was.

We gaan naar links en komen terug op de Gedempte Gracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden