Aan de olie die Nederlandse grondstofhandelaar Vitol verhandelt zit een luchtje

Beeld Brechtje Rood

Het Nederlandse bedrijf Vitol opereert in relatieve stilte, maar verhandelt dagelijks wel enorme hoeveelheden olie. Aan die olie zit een luchtje, blijkt uit de Paradise Papers.

Shell, Ahold, ING en Unilever: de grootste bedrijven van Nederland hebben stuk voor stuk bekende namen. Maar niet de nummer twee op de lijst, Vitol. Dit bedrijf had vorig jaar een omzet van 152 miljard dollar en heeft dagelijks zo’n 250 olietankers over de wereldzeeën varen. Vitol vervoert meer dan zeven miljoen vaten olie per dag, genoeg om Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België op die dag van olie te voorzien. Vitol is naar eigen zeggen het hart van de mondiale energiehandel.

Toch is er weinig over het bedrijf bekend. Vitol is niet aan de beurs genoteerd en hoeft daarom niet veel informatie naar buiten te brengen over zijn doen en laten. Het bedrijf weigert zich aan te sluiten bij vrijwillige initiatieven voor meer transparantie in de sector. Concurrenten zoals Glencore en Trafigura zijn wel aangesloten. Vitol laat maar weinig los over de landen en bedrijven waar het zaken mee doet.

Eén deal is nu wel bekend, dankzij contracten die opduiken in de Paradise Papers, de documenten van de juridische dienstverlener Appleby die in handen zijn gekomen van de Süddeutsche Zeitung en via het journalistenconsortium ICIJ gedeeld zijn met andere media, waaronder Trouw. Uit de stukken blijkt dat Vitol olie afneemt van een controversieel Nigeriaans bedrijf. 

Grootschalige corruptie

Dit bedrijf, Seven Energy, heeft mogelijk op illegale wijze contracten gekregen van het Nigeriaanse staatsoliebedrijf. De oprichter en voormalig topman van Seven Energy wordt nu in de VS vervolgd voor grootschalige corruptie. Door die contracten kreeg Seven Energy enorme hoeveelheden Nigeriaanse staatsolie in handen. Sinds 2015 wordt die olie exclusief doorverkocht aan het Nederlandse Vitol.

Het is 26 juni 2015 als David Fransen, directeur van Vitol in Zwitserland, twee contracten van Seven Energy voor zijn neus krijgt. Fransen zit op het kantoor in Genève, een onopvallend, bruin jarentachtiggebouw. Aan de buitenkant is niet te zien dat hier de Zwitserse vestiging van een van de grootste bedrijven ter wereld huist. Vitol bezet de vierde verdieping, op de begane grond zijn een biljartzaal, een zonnestudio en een dansclub gevestigd.

Vanuit dit kantoor tekent Vitol-directeur Fransen de twee contracten die zijn bedrijf het recht geven om olie te kopen uit de noordwestelijke Nigerdelta in Nigeria. De oliehandelaar kan dagelijks naar schatting 25.000 vaten olie geleverd krijgen. In ruil verstrekt Vitol een lening van 25 miljoen dollar, zodat de leverancier van de olie, Seven Energy, investeringen kan doen om de olie opgepompt te krijgen.

Exclusief contract

De wingebieden waar de olie vandaan komt - blokken genoemd, met als nummers 4, 38 en 41 - waren tot 2010 deels in handen van Shell. Toen de Nigeriaanse overheid besloot dat de olieproductie in handen van lokale bedrijven moest komen, verkocht Shell zijn belang aan staatsoliebedrijf NPDC. Dat sloot vervolgens een samenwerkingsovereenkomst met Seven Energy. Zo’n exclusief contract is op zichzelf niet vreemd. Het is zelfs essentieel voor een oliehandelaar, schetsen deskundigen. “Marges krimpen en concurrenten vechten in toenemende mate om dezelfde olievaten”, schreef economisch persbureau Bloomberg vorig jaar in een artikel over Vitol.

Maar de afspraken tussen de staatsoliemaatschappij en Seven Energy zijn wel vreemd, vonden critici destijds al. Lamido Sanusi, president van de Nigeriaanse Centrale Bank, noemt ze in 2014 ongrondwettig en illegaal, als hij na een lang onderzoek een lijvig rapport aanbiedt aan het Nigeriaanse congres. Daarin staat dat twee Nigeriaanse bedrijven - naast Seven Energy ook Atlantic Energy - op illegale wijze samenwerkingscontracten met de staatsoliemaatschappij hebben gekregen. Volgens Sanusi is de Nigeriaanse staatskas door deze deals rond de 6 miljard dollar misgelopen, omdat de twee bedrijven voor miljarden dollars aan olie kregen, zonder daar veel voor terug te leveren.

Volgens Sanusi is er sprake van corruptie. Hij citeert in het onderzoeksrapport een bron op het ministerie van olie, die meldt dat de minister van olie persoonlijke betalingen voor onder meer privévliegtuigen via Seven Energy en andere oliebedrijven liet lopen. Seven Energy ontkent dit.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Brechtje Rood

Sanusi adviseert in zijn rapport om de samenwerkingscontracten zo snel mogelijk te annuleren. Kort na de onthullingen stapt Sanusi om onduidelijke redenen op. Drie maanden later concludeert de financiële commissie van de Senaat dat de contracten volkomen legaal zijn, een jaar later sluit Seven Energy het contract met Vitol.

Glamourbestaan

Maar er volgt nieuwe ophef. In 2016 laat het hoogste gerechtshof van Nigeria beslag leggen op de bezittingen van Kola Aluko, de man die voor Seven Energy en Atlantic Energy de omstreden contracten binnensleepte. Aluko, zoon uit een apothekersgezin met negen kinderen en opgeleid als geoloog, is sinds 2004 actief in de olie-industrie. In 2007 wordt hij president-directeur van Seven Energy en tevens een van de belangrijkste aandeelhouders. Jarenlang leidt hij een luxe leven met een eigen jacht van 82 miljoen dollar, een loft in New York van 50 miljoen en 58 luxe auto’s.

Popster Beyoncé vierde haar verjaardag op zijn boot, en Aluko verscheen arm in arm met Naomi Campbell in Parijs. Met het beslag van de Nigeriaanse autoriteiten komt er een einde aan dat glamourbestaan. Het net sluit zich nog verder wanneer in juli van dit jaar de Amerikaanse justitie beslag legt op Aluko’s bezittingen. Aluko is nu voortvluchtig.

De Amerikaanse aanklacht is helemaal in lijn met het rapport van Sanusi. Aluko zou zijn rijkdom hebben verkregen dankzij een ‘internationale samenzwering om lucratieve ondernemingskansen in de Nigeriaanse olie- en gassector te bemachtigen in ruil voor het corrupt aanbieden van miljoenen dollars aan schenkingen en voordelen aan de voormalige Nigeriaanse minister van olie, Diezani Alison-Madueke.’ Het zou daarbij onder meer gaan om Londens vastgoed en kunst, in ruil voor de samenwerkingsovereenkomsten met het Nigeriaanse staatsoliebedrijf. De aanklacht draait overigens niet om Seven Energy maar om Atlantic Energy, het andere bedrijf van Aluko dat een vergelijkbaar samenwerkingscontract heeft met de staatsoliemaatschappij.

De Amerikaanse aanklager sluit zich aan bij de kritiek die de directeur van Nigeria’s centrale bank drie jaar eerder al gaf: Aluko’s bedrijf Atlantic Energy zou ongekwalificeerd zijn om in de oliesector te werken en zou contractuele verplichtingen niet zijn nagekomen. Toch heeft het bedrijf dankzij de samenwerkingscontracten meer dan 1,5 miljard dollar ontvangen, stelt de aanklacht op basis van onderzoek van de FBI.

‘Bewezen verdiensten’

Seven Energy meldt in een reactie aan Trouw dat het de samenwerkingsovereenkomst heeft gekregen na een onderhandelingsproces dat al begon onder de vorige regering. “Onze bewezen verdiensten in de gassector vormden de basis voor deze onderhandelingen”, laat Seven Energy weten. “Wij gingen dit contract aan om een lange-termijn samenwerking aan te gaan met het staatsoliebedrijf die voor ons beiden voordelig zou zijn”. Het bedrijf benadrukt dat het een zeer belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de succesvolle ontwikkeling van de olievelden en de gasinfrastructuur in Nigeria. Seven Energy gaat niet in op vragen over de Amerikaanse aanklacht tegen Kola Aluko.

Vitol laat in een reactie weten dat het pas in zee ging met Seven Energy toen Aluko al een paar jaar weg was bij het bedrijf. Vitol benadrukt dat de samenwerkingsovereenkomst die Aluko daarvoor had gesloten met de staatsoliemaatschappij, volgens de financiële commissie van de Nigeriaanse Senaat legaal is. En het bedrijf wijst op het feit dat de Wereldbank kort voordat Vitol het contract tekende ook een lening had verstrekt aan Seven Energy. “ Deze ontwikkelingsbank heeft extreem hoge standaarden en doet diepgravend onderzoek naar de bedrijven waar het in investeert”, schrijft Vitol. De oliehandelaar stelt dat hij nooit in zee gaat met bedrijven die mogelijk betrokken zijn bij corruptie.

Toch heeft Aaron Sayne, een Amerikaanse jurist die gespecialiseerd is in corruptie in Nigeria en werkt voor het Natural Resource Governance Institute, zo zijn twijfels. “De FBI stelt dat Atlantic en Aluko de samenwerkingsovereenkomsten gebruikten om smeergeld te betalen en geld uit publieke bronnen te stelen. Slechts enkele maanden voordat Aluko dat contract tekende, ging hij eenzelfde contract aan, met dezelfde regering, maar deze keer namens Seven Energy”, zegt hij tegenover de Zwitserse Sonntagszeitung, die samen met Trouw in ICIJ-verband de oliehandel van Vitol onderzocht. “Ik zeg niet dat Seven Energy op exact dezelfde wijze werkt als Atlantic. Maar als ik Vitol was, zou ik Seven Energy zeer nauwgezet hebben onderzocht voordat ik zaken met ze zou doen.”

Rol Kola Aluko

Aluko’s huidige rol in Seven Energy is niet met zekerheid vast te stellen. In 2011 trad hij af als bestuurder en het is onduidelijk hoeveel aandelen hij nog bezit. Volgens Vitol en Seven Energy heeft hij slechts 1 procent van de aandelen. In documenten in de Paradise Papers staat dat hij 4,5 procent heeft, terwijl een Nigeriaanse aanklager stelt dat Aluko en zijn partner gezamenlijk 10 procent bezitten.

Er zou meer duidelijkheid bestaan over Aluko’s werkelijke aandeel als bekend zou zijn wie er achter Exoro Energy Holding zit, een bedrijf dat gevestigd is op het Afrikaanse belastingparadijs Mauritius. Dit bedrijf heeft volgens gegevens van Appleby 49 procent van de normale aandelen van Seven Energy in handen. Aluko houdt via dit bedrijf zijn aandelen in Seven Energy, maar het is onduidelijk wat Aluko’s aandeel in Exoro is. Seven Energy distantieert zich van Aluko door te stellen dat het aandeel van Exoro niet veel voorstelt.

Brievenbus Mauritius

Een bezoek aan de Mauritiaanse Kamer van Koophandel levert weinig duidelijkheid over deze grootaandeelhouder van Seven Energy. In de administratie treft de Sonntagszeitung slechts een handgeschreven briefje aan waarop het adres van het bedrijf vermeld staat. Dit is het adres van een brievenbus op Mauritius waar naast Exoro ook Seven Energy en honderden andere bedrijven geregistreerd staan. Er is niets geregistreerd over de eigenaren van Exoro. Dit is niet ongebruikelijk voor belastingparadijzen als Mauritius. Maar het maakt het praktisch onmogelijk om te achterhalen met wat voor partij Vitol zaken doet.

Of Aluko nu veel of weinig aandelen bezit, de Nigeriaanse anti-corruptiespecialist Olanrewaju Suraju vindt het verwijtbaar dat Vitol zaken doet met Seven Energy. Suraju is voorzitter van de Human and Environmental Development Agenda, een Nigeriaanse organisatie die een waarnemersstatus voor de Verenigde Naties heeft. “Alleen al het feit dat Vitol zaken doet met een bedrijf dat werkt met concessies die zijn onderhandeld door Aluko, is een schandaal”, zegt hij tegen de Sonntagszeitung. De strijd tegen corruptie moet volgens hem niet alleen in Nigeria gevoerd worden, zegt hij. “Het kwaad zou snel de wereld uit zijn als bedrijven uit westerse landen zich distantiëren van bedrijven waarin een risico op corruptie bestaat.”

Met dank aan Catherine Boss van de Zwitserse Sonntagszeitung/Le Matin Dimanche.

Vitol

De Rotterdammers Henk Viëtor en Jacques Detiger kregen in 1966 een lening van 10.000 gulden van Viëtors vader. Hiermee richtten ze het bedrijf op dat olie zou gaan vervoeren over de Rijn. In vijftig jaar is die onderneming uitgegroeid tot een van de grootste grondstofhandelaren ter wereld en heeft het geen enkel jaar verlies gemaakt. De winst gaat naar een groep (oud-)medewerkers, die de aandelen van het bedrijf in het bezit hebben.

In die vijftig jaar is Vitol ook geregeld onderwerp van controverse geweest. Volgens het Britse The Observer zou Vitol in 1995 een miljoen dollar hebben betaald aan de Joegoslavische krijgsheer Zveto Dragovic om een mislukte oliedeal te redden. Die werd in 1997 vervolgd door het Joegoslaviëtribunaal, maar werd vermoord voordat zijn zaak naar de rechter ging.

In 2007 bekende Vitol dat het zo’n 13 miljoen dollar aan ‘toeslagen’ had betaald aan het regime van Saddam Hoessein om olie geleverd te krijgen. En in 2012 lag het bedrijf opnieuw onder vuur toen persbureau Reuters naar buiten bracht dat Vitol olie zou hebben geleverd aan Iran, terwijl dit op dat moment verboden was vanwege Europese en Amerikaanse sancties. Vitol ontkende dat het iets fout had gedaan.

Lees alle onthullingen uit de Paradise Paper in ons dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden