'Aan de grens'

Dit is het Jaar van de Grens. Het openen ervan is een slecht idee, betoogt Henri Beunders. Maar het hermetisch sluiten ook.

Historicus Henri Beunders (Emmeloord, 1953) is hoogleraar Geschiedenis van Maatschappij, Media en Cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Van de Duitse beeldend kunstenaar Joseph Beuys (1921-1986) is de uitspraak dat je altijd zo veel kleingeld bij je moet hebben dat je een treinkaartje kunt kopen naar de grens. De grensverlegger die naar de grens wil kunnen, hoe paradoxaal is dat?

Wir schaffen das is al de meest markante boodschap aan de wereld genoemd sinds de knieval die bondskanselier Willy Brandt in 1970 in Warschau maakte als uiting van spijt voor het naziverleden van zijn land. Merkel voegde aan haar uitspraak van vorig jaar eraan toe dat er bij het recht op asiel geen bovengrens geldt. Ze heeft intussen nog meer opmerkelijke uitspraken op haar naam gezet. "Wij hebben een politiek van open grenzen. Maar ook een situatie waarin onze buitengrenzen niet werkelijk worden beschermd." Ofwel: we hebben open grenzen die niet gesloten genoeg zijn.

In deze paradox zullen velen hun verscheurde gemoed herkennen. Een paradox is een tegenstrijdige stelling, die bij nader onderzoek waar blijkt te zijn. Edoch, als het over grenzen gaat zijn er vele waarheden. Je kunt er van deze kant naar kijken, en van die kant, en dat is precies de betekenis van het woord grens. Een van de bewijzen hiervoor is het debat over het vrije verkeer van mensen. Diverse groepen geleerden en politici hebben zich in hun loopgraven ingegraven om de tegenstanders, aan de andere kant van de grens, te bestoken met hun argumenten voor of tegen 'de grens'. Alleen al onder deze 'grenzelozen' heb je verschillende fracties:

* De radicale nutsdenkers voeren het argument ontleend aan de drugspolitiek aan: hef het verbod op en de criminaliteit verdwijnt, in dit geval de mensensmokkelaars.

* De economen onder hen vragen zich af waarom markten, geldstromen en producten wel vrij kunnen reizen, en mensen niet.

* En dan zijn er de politieke ethici die verdeeld zijn in mensen die tégen en mensen die vóór grenzen zijn.

Kortom, er is veel strijd over de grenzen, en dan hebben we het hier alleen nog maar over de groep geleerden en politici die over het fenomeen grens willen nadenken. En niet over groepen, à la de PVV, die 'grenzen dicht!' roepen, en daar nauwelijks argumenten of rekensommen bij leveren. En nalaten tegen hun aanhangers te zeggen dat die Spaanse rioja dan wel een stuk duurder wordt en ook het Ryanair-reisje naar Mallorca veel moeilijker.

Vanuit het perspectief van ons welvarende Westen bezien leven we sinds de val van de Muur in een grenzeloze wereld. Dankzij de vliegende 'prijsvechters' en internet vliegt jong en oud de hele wereld over, en nestelt zich dankzij woningruil, Airbnb of couch surfing overal. Descartes' adagium 'Ik denk, dus ik ben' is al decennialang vervangen door 'Ik ben, dus mobiel'. De beweeglijkheid van de menselijke soort is deze eeuw pathologisch geworden, zei Hans Magnus Enzensberger onlangs in Berlijn. Overal in de wereld worden vliegvelden tot megavliegvelden uitgebouwd, of nieuwe aangelegd, om nog meer toeristen te trekken. Edinburgh telt in festivalmaand augustus twee keer zoveel inwoners, 1 miljoen, München met zijn 1,3 miljoen inwoners heeft tijdens het Oktoberfest zes miljoen bezoekers. Zijn deze steden er blij mee, elders protesteren de inwoners van de historische stadscentra al lang tegen de overlast, in Amsterdam tegen de bierfiets, in Barcelona tegen de toeristische invasie in het algemeen, bang te eindigen als Venetië.

Enzensberger schildert de mensheid als een nomadische soort die in het wirrelwarrel op onze planeet tussen de reislustige vogelzwermen helemaal niet opvalt. De trek is de ecologische normaliteit. Maar de aanblik van de afgelopen kwarteeuw - waarin grensoverschrijding de dominante droom was - biedt een veel tegenstrijdiger beeld dan wanneer je een vlucht vogels zo gracieus en harmonieus van hier naar daar ziet trekken aan de hemel.

Na 1989 dachten we dat we alle prikkeldraad, hekken en muren zouden achterlaten. Globalisering was hét woord van de jaren negentig. Nu, anno 2015, zijn er meer hekken en muren gebouwd, zijn er meer rollen prikkeldraad uitgerold dan ooit, en niet alleen door dictators, ook door democratieën als de VS, Israël en India. Sterker, het EU-lid Estland - geroemd om zijn wifi en zijn paperless government - wil een hek langs de oostgrens met Rusland. Dat zou, na Hongarije, Griekenland, Oostenrijk en Balkanlanden, het zoveelste Europese land zijn dat de grenspalen weer opricht.

De lijst met namen van landen die intussen muren bouwen is schier eindeloos. VS-Mexico, Israël-Palestina, India-Pakistan, Iran-Pakistan, India-Bangladesh, India-Burma, Thailand-Maleisië, Botswana-Zuid-Afrika, Botswana-Zimbabwe, Egypte-Gaza, Tunesië-Libië, Saudi-Arabië-Jemen, Brazilië-Paraguay, Turkmenistan-Oezbekistan, China-Noord-Korea, Brunei-Maleisië. Dit was de - niet uitputtende - stand van 2014, toen de totale lengte zesduizend kilometer was. Intussen zal het duizenden kilometers meer zijn.

Terwijl 'de tijdgeest' bij ons er nog altijd een is van het overwinnen en doen verdwijnen van grenzen, bouwen overheden overal ter wereld dus weer als bezetenen aan fysieke barrières. Rara, hoe kan dit? Omdat we in onze droom van het grenzeloze, van het the sky is the limit, geen oog meer hebben voor het dubbelzinnige van het fenomeen grens. Door het wegvallen van het begrip grens zijn we in absolute termen gaan denken, en dat breekt ons nu op.

Daar komt bij dat de meeste westerse wetenschappers die zich met migratie en 'grenslanden' bezighouden vrijwel allemaal dezelfde conclusies trekken: de grensmuren moeten weg, laat de mensheid als 'de zwerm' heen en weer gaan over de wereld, dat is beter voor iedereen. In Nederland voeren hoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer en hoogleraar Global Labour and Migration History Leo Lucassen deze 'open borders-beweging' aan. De kern van dit denken is dat grenzen onrechtvaardig zijn voor de armen, dat ze kostbaar zijn en averechts werken: legale en zeker illegale immigranten kunnen dan niet meer als die trekvogels heen en weer reizen.

De aanhangers van deze denktrant zijn meestal juristen, geografen of filosofen, en zelden sociologen of psychologen, laat staan praktische politici. Eerstgenoemden denken in abstracte termen van theorie en statistiek, niet in termen van het leven van alledag. Over de vraag of er een maximum kan zitten aan de aantallen migranten die tegelijk onderweg zijn, daarover heeft men het nooit.

De bouw van de nieuwe fysieke grenzen wordt in bijna alle wetenschappelijke boeken van de afgelopen jaren gehekeld.

De politiek-morele grensafschaffers stellen dat de War on Terror na 11 september 2001 regeringen het argument heeft verschaft dat grenzen nodig zijn om terroristen buiten de deur te houden, niet alleen in de VS: meer grensbeveiliging, meer uniformen, meer biometrische controles. Alle muren sindsdien komen, aldus geograaf Reece Jones, voort uit angst, gebruikt door politici om zich af te zetten tegen de 'boze buren'. Een muur zou het enige middel zijn om de stabiliteit van de moderne staat te garanderen, om een afgegrensd gebied te (her)scheppen voor een homogene en ordelijke bevolking. Jones meent dat elke grens niet alleen onproductief is maar ook immoreel. "Misschien kijken de mensen in de toekomst terug op ons toenemende systeem van globale apartheid met dezelfde walging als wij op de slavernij en de racisten van de Jim Crow-beweging in de VS."

Het opmerkelijke aan de bijna-absolute opvattingen van 'de grenzelozen' is tweeërlei: een miskenning van het begrip grens, en een miskenning van de strijd vóór grenzen die sinds het begin van het 'grenzeloze tijdperk' in 1989 is ontbrand, veelal onder dezelfde groepen die nu tegen fysieke grensmuren zijn. De verdwijning van het IJzeren Gordijn en de triomf van het democratische kapitalisme betekenden -het behoeft geen betoog meer - niét 'het einde van de geschiedenis'. In feite heeft het grenzeloze denken maar een paar jaar geduurd. De Golfoorlog ging over het aantasten van de grens van Koeweit door Irak, de ineenstorting van de veelvolkerenstaat Joegoslavië betekende burgeroorlogen, nieuwe staten en nieuwe grenzen. De 'grenzelozen' vergeten sowieso dat er tijdens de Conferentie van Versailles in 1919 na de Eerste Wereldoorlog 69 soevereine staten waren, en nu bijna 200, mede dankzij de door alle progressieven bejubelde dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog. Onafhankelijkheid betekende soevereiniteit op eigen grondgebied. De hele 20ste eeuw heeft een permanente groei van het aantal grenzen laten zien.

Bij alle huidige dominantie van 'de grenzeloosheid' zijn er wel degelijk geleerden en politici die uit hoofde van de democratische theorie, of van 'de kunst van het mogelijke' voor een gematigder opstelling kiezen dan de grenzeloosheid of de omgekeerde stelling, van partijen als de PVV, 'grenzen dicht!' Het zijn meestal liberalen, sociaal- of christen-democraten. Ze leggen de nadruk of op de vrijheid van de mens, op de sociaal-economische geborgenheid van de welvaarts/verzorgingsstaat, of op de noodzaak van sociaal-psychologische zingeving en samenhang in de gemeenschap.

Tot de filosofen die zich verzetten tegen de grenzeloze vrijheid behoren de Duitser Byung-Chul Han en de Oostenrijker Konrad Paul Liessmann. Kern: de mens kan niet anders dan overal grenzen stellen. Een grens stellen betekent namelijk een onderscheid maken. En elke menselijke kennis begint pas zodra je kunt onderscheiden: dít is niet dát. In sociaal-psychologisch opzicht gaat het trekken van grenzen bewust of onbewust. De mens schept grenzen om dingen te kunnen onderscheiden en krijgt zo mogelijkheden tot denken en handelen.

Sterker, volgens Liessmann kan de mens zichzelf alleen als vrij ervaren als hij het verschil met onvrijheid kan voelen. Alle menselijke streven naar vrijheid is slechts denkbaar door het overwinnen van bestaande grenzen. Je staat voor de grens of barrière en denkt: ga ik kijken wat er is 'aan de andere kant van de heuvel'? Dat is de ervaring van de vrijheid.

Blijft de vraag wat 'de goede grens' is. Dat is volgens Byung-Chul Han in elk geval niet die van de gehele aarde, of de gehele kosmos. In zijn polemische essays fulmineert hij tegen het turbokapitalisme en die grenzeloosheid. Die hebben namelijk geleid tot een crisis van de vrijheid. De grenzeloze vrijheid en communicatie zijn omgeslagen in totale controle en totaal toezicht. De cultuur van gehoorzaamheid en dwang die tot een halve eeuw geleden gold is verruild door het Yes, we can!, dat door het kapitalisme is gewijzigd in Yes, you can! Daardoor is iedereen in de huidige 'prestatiegeneratie' (Jeroen van Baar) geheel verantwoordelijk voor eigen succes of falen, geen enkel persoonlijk excuus kan worden aangevoerd. Het gevolg? Burn-out en depressie, de meest verbreide ziektes in het heden.

Het zijn de praktisch ingestelde commentatoren, schrijvers, geleerden en politici die wijzen op de voor- én nadelen van grenzen. Die zeggen dat grenzen mensen kunnen beschermen of uitdagen, en dat te veel grenzen contraproductief werken, zoals te ver doorgevoerde bureaucratie. Die zeggen dat goede grenzen het leven vergemakkelijken, tot distantie en respect dwingen en toch nabijheid toelaten. Die daarom concluderen: zo veel vrijheid als mogelijk, zo veel grenzen als nodig - niet omgekeerd. Kortom, dat het trekken van grenzen altijd een balanceeract zal blijven, overal: in de politiek, in de opvoeding, in het sociale leven, in het denken.

Over de aanhoudende vluchtelingenstroom citeerde de Duitse commentator Thomas Schmid in Die Welt (3/11) Ralf Dahrendorf (1929-2009). Deze politieke intellectueel en intellectuele politicus was een grensganger tussen allerlei werelden: Duitsland, Engeland, stad, platteland, wetenschap, politiek en journalistiek. Dahrendorf schreef over zijn jaren na de oorlog in Saarbrücken, toen het Saarland nog niet tot de Bondsrepubliek behoorde. "Ik had toen wel drie paspoorten vol visa en andere stempels. Soms was het lastig die te krijgen. Toch heb ik nooit meegezongen in het koor dat de afschaffing van grenzen eist. Grenzen scheppen een welkom element van structuur en bepaaldheid. Het komt erop aan ze poreus te maken voor allen die ze overschrijden willen, om de andere kant te zien. Een wereld zonder grenzen is een woestenij, een wereld met gesloten grenzen is een gevangenis. De vrijheid gedijt in een wereld van open grenzen."

De 'open samenleving' van filosoof Karl Popper en de 'open grenzen' van Dahrendorf, Merkel en ook Rutte, zijn, kortom, de beste voorwaarden voor een creatief en gelukkig leven in zoveel mogelijk vrijheid. Maar te veel vrijheid leidt tot chaos, persoonlijk en collectief.

Grenzen zijn vooral symbolen van een door allen geaccepteerde orde. Zoals de Britten zeggen: good fences make good neighbours. Omdat we in Europa de afgelopen decennia te weinig over het fenomeen grens hebben nagedacht, of te kortzichtig waren, is deze uitdrukking nu in het tegendeel veranderd: hekken en barrières zetten kwaad bloed bij de buren.

Wat de oplossing voor ons incontinente continent moet zijn, of zal worden, dat weten we nog niet. Barrières kunnen hooguit een adempauze geven, om wat orde te scheppen. En rust om meer en beter na te denken over de paradoxen van de grens. Dat is dringend nodig. Merkel voegde onlangs namelijk nog een argument toe aan haar pleidooi de grenzen zo open mogelijk te houden: als ze helemaal dicht gaan, breken er op de Balkan misschien wel weer militaire conflicten uit. Zo leidt de ideologie van de open grenzen nu in Europa tot chaos, en leidt het dichtgooien ervan weer tot oorlog.

Kiezen tussen twee kwaden, het zal wennen worden, maar we kunnen er niet aan ontkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden