Aan de goede kant van de dijk

Middenin de wijk loopt een dijk. Aan weerszijden staan huizen. Een rivier is niet te zien.

Toch lijkt de dijk deel uit te maken van traag oneindig hollands landschap. In de zomer groeien de boterbloemen op kniehoogte tussen het opgeschoten gras. Als het gras wordt gemaaid dan geurt de hele wijk ernaar.

Aan de voet van de dijk liggen dubbele treinrails. Vroeger waren het er nog veel meer, maar die zijn weggehaald vanwege de aanleg van de dijk en omdat er steeds minder treinen door de wijk reden. De treinen reden vroeger met steenkool naar de haven. Als je als kind wat van die kolen op kon rapen, bespaarde je moeder dat weer een kwartje brandstof. Nu liggen de meeste activiteiten in de haven stil. Er lopen ratten om zwerfvoedsel te eten. Een paar jaar geleden is er iemand vermoord aan de voet van de dijk. Sindsdien fietsen de agenten van het naburige politiekantoor er regelmatig in tweetallen langs en praten ze met de jongeren. Er geldt een samenscholingsverbod, maar daar lijkt niemand zich aan te houden. Op het bankje zitten vaak bejaarden of jongeren die pauze houden van hun inburgeringscursussen in het glazen gebouwtje langs de dijk.

Langs de dijk staan oude en nieuwe huizen. De oude huizen die er nog staan worden afgebroken en maken plaats voor nieuwbouw. Het waren vroeger mooie huizen met eikenhouten deuren, een glasgeslepen raampje en koperen deurknoppen. Achter die deuren lagen traplopers met koperen roeden. Dat werd allemaal met regelmaat gepoetst. De laatste mensen die daar wonen ken ik van gezicht. We raken na een paar keer groeten aan de praat over vroeger, of zij ook weten waarom die dijk daar ligt. 'Ja, het gebeurde op een avond toen ik uit was geweest met vrienden, ik houdt wel van een borreltje moet je weten', vertelt de krasse keurige buurman van ver in de tachtig. 'Natuurlijk moet je dan wat vaker naar de wc. Toen ik dat deed, keek ik uit het raam, want het ging buiten flink tekeer en daar zag ik twee agenten in een bootje door de straat varen. Ik kneep mezelf eens in de arm, want ik had die avond best veel gedronken en dat kan lang doorwerken. Het water kolkte zo de straat in. Dat ik nog nooit mee gemaakt.' Zijn vrouw die er naast staat knikt. 'Ja, het kan nog erger; mijn benedenbuurman, hij had die avond ook flink ingenomen, hij sliep in het soutererrain onder de winkel. Hij merkte niet dat hij met zijn bed was gaan drijven. 's morgens werd hij wakker met een knal tegen zijn kop. We hadden nooit gedacht dat dat kon gebeuren.'

Opeens kijk ik met andere ogen naar de dijk. Ik woon er vlakbij, maar dan wel aan de verkeerde kant. Voor het eerst hoorde ik dat die dijk pas na de watersnoodramp van 53 is aangelegd. Ik ontdekte bij toeval een streepje in de gevel van een gemaal, daar in de buurt. Altijd als ik bij het stoplicht moet wachten, kijk ik ernaar. Ik probeer me voor te stellen hoe de wijk er toen uit zag en of het nog eens kan gebeuren? Veel mensen die hier wonen hebben er herinneringen aan. Loes, een knappe buurvrouw met blondgeverfd haar, vertelde dat ze die dag zes jaar werd. 'Ik was bang dat er geen bezoek op mijn verjaardag zou komen. Zo denk je als kind. De straat lag vol met bootjes. De meeste mensen die hier wonen zijn schipper geweest en zijn wel wat water gewend.'

Laatst stormde het flink. Ik realiseerde me dat de fotoalbums op de onderste plank van de boekenkast staan op de begane vloer. Ik wilde ze hoger zetten, desnoods op de tweede tweede verdieping, tussen de andere boeken. Waar moet je dat nu laten, wat een gedoe, zei mijn man, die me het idee uit het hoofd praatte.

De volgende dag, toen het weer licht was, besloot ik op onderzoek uit te gaan en mijn postcode in te typen in een speciale site van www.crisis.nl. Uit de test bleek dat we drie meter boven NAP zitten. Dat moet toch veilig zijn. Hoewel, in 1953 lag de wijk ook op deze hoogte. Als we de inklink en de stijging van de zeespiegel meereken, dan zitten we zo een halve meter lager dan tijdens de ramp in 1953. Dat stelt me niet echt gerust.

Een paar maanden later zijn mijn krasse buren van ver in de tachtig verhuisd naar een lux verzorgingstehuis, een steenworp verder aan de andere kant van de dijk. Hun huis moest wijken voor nieuwbouw. Ik kom ze weer tegen, huilend voor het afbraakpand. Zij waren getuigen van de geschiedenis van de vorige eeuw. 'We waren hier zo gelukkig geweest. Het was ons paleisje'. Ik beloof snel eens langs te komen op hun nieuwe adres. Koffie en gebak staan al klaar. WE praten over vroeger en er komen foto's op tafel. Veel familiekiekjes en vrolijkheid. Foto's van de watersnoodramp zag ik niet. Ik vraag er niet naar; ze wonen nu aan de veilige kant van de dijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden