Aan de dood ontsnapt

(Trouw) Beeld
(Trouw)

De twee mannen schelen bijna een generatie, maar zijn verbonden door een ingrijpende gebeurtenis die het einde van hun leven had kunnen betekenen.

George Marlet

Erover praten maakt hen van streek. „Lieve God, ik raak dat nooit meer kwijt”, zegt Louis Stolk, nu 71. Jan Snijders, 89 jaar oud: „We hadden in de knokploeg allemaal het gevoel van: ach, dat overkomt mij niet.” Op 16 april 1945 komen op de grens van Utrecht en Maarssen drie jonge verzetsmensen om het leven: Joop Altena, Jo Been en Johannes van Maurik. Ze zijn in een ’geleende’ Duitse vrachtwagen op weg naar Utrecht met munitie en springstof, bedoeld voor aanslagen en sabotageacties. Louis Stolk, dan zes jaar, loopt met zijn oudere broer Adriaan over de Amsterdamsestraatweg. „Een Engelse jager vloog rakelings over de bomen heen. Mijn broer zei: ’Een Duitse vrachtwagen, een Engelse jager, die komt terug’. En dat gebeurde ook. Mijn broer gooide mij over een heg in een greppel langs de weg. De jager beschoot de vrachtwagen die helemaal uit elkaar plofte. Van die drie mannen in de vrachtwagen is weinig overgebleven.”

Jan Snijders is in april 1945 leider van één van acht knokploegen in de stad Utrecht. Elke knokploeg bestaat uit zo’n tien man. „Nette jongens die nooit een bekeuring hadden gehad. Je deed het uit onwetendheid, we wilden ons steentje bijdragen. We beseften niet wat er kon gebeuren als je werd opgepakt.” Vanaf september 1944 gooien Engelse vliegtuigen bij Utrecht containers met wapens en explosieven af voor de ’ondergrondse’ verzetsbeweging. Leden van de knokploegen halen de lading op, onder meer met een tankwagen van de Utrechtse Melkcentrale.

Navrant genoeg was de 25-jarige Jo Been tot eind 1944 een uitgesproken tegenstander van het verzetswerk. Dat zou ’de bevrijding geen uur dichterbij brengen’. Maar nadat zijn broer Cor in november 1944 werd gearresteerd bij een overval op de Kamer van Koophandel, meldde Jo zich direct om het werk van zijn broer voort te zetten.

Via Joop Altena en Johannes van Maurik kan Jo Been aan een Duitse vrachtwagen komen. Zo komen ze makkelijk langs de controle bij de Maarssense brug. Maar even verderop gaat het mis. Louis Stolk en zijn broer weten op dat moment niet dat de drie inzittenden van het verzet zijn. „Dat hele gebeuren grijpt je aan. Dan heb je het benul niet om je af te vragen: zijn het Hollanders of Duitsers? De kogels sloegen vlakbij ons in de grond.’’

Na de oorlog wordt langs de Amsterdamsestraatweg een kruis met plaquette geplaatst ter herinnering aan de drie omgekomen verzetsmensen. Het kruis moet in 1957 wijken voor de aanleg van een gastransportleiding. Louis Stolk vindt dat ’schandalig’ en krijgt bij de burgemeester van Maarssen gedaan dat het monumentje wordt herbouwd en geplaatst op de algemene begraafplaats. Afgelopen maand is het kruis op verzoek van familieleden verplaatst naar de Zuilenselaan, vlakbij de plaats waar de drie mannen de dood vonden.

Verzetsman Jan Snijders en ooggetuige Louis Stolk realiseren zich dat voor hetzelfde geld hun namen op het kruis hadden gestaan. „Ik ben de dans ontsprongen, maar vraag me vaak af waarom’’, zegt Snijders. Stolk: „Als die vrachtwagen honderd meter dichterbij was ontploft, waren wij er niet meer geweest. Dat ben ik me in de meidagen altijd extra bewust. Bij het kruis zal ik dus zeker acte de présence geven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden