Aan ambities mankeert het niet bij Glasgow Rangers, aan kwaliteit wel

AMSTERDAM - “Schotten spelen Schots.” Kernachtiger had Louis van Gaal zijn spionagetocht niet kunnen samenvatten. De Ajax-trainer bezocht het afgelopen weekeinde de wedstrijd Hibernians - Glasgow Rangers en had slechts complimenten voor een aantal bekende namen in het team: Paul Gascoigne, Brian Laudrup en de al 34-jarige Richard Gough, spelers die respectievelijk in 1996, '95 en '89 in hun land werden uitgeroepen tot speler van het jaar.

Hibernians won het duel door een grotere inzet en zorgde met die prestatie voor opgewonden krantenkoppen. Logisch, want de 2-1 - Laudrup liet kort voor tijd nog een dubbele poging vanaf elf meter onbenut - was een regelrechte sensatie. Glasgow Rangers was immers, zoals het hoort, de competitie begonnen met zeven overwinningen. In de nationale competitie heeft de club nauwelijks sportieve aanknopingspunten, of het zouden de verhitte duels tegen Celtic moeten zijn.

In de rechtstreekse confrontaties tussen het groen-wit van Celtic en het blauw van Glasgow Rangers (The Old Firm) spookt het altijd, maar eind jaren tachtig nam het protestantse Rangers onder leiding van de toenmalig manager Graeme Souness een beslissende voorsprong. Vanaf het seizoen 1988-'89 heeft Glasgow Rangers de hegemonie niet meer uit handen gegeven. De club aast nu zelfs op een oud Celtic-record: de eeuwige rivaal sprokkelde in de jaren tussen '66 en '74 negen landstitels op rij bijeen, een aantal dat de Rangers dit jaar kunnen evenaren.

De lange recordreeksen van telkens één enkele club leggen op schrijnende manier bloot, hoe pover het met het niveau in de breedte gesteld is. Schotland kampt met een gebrekkig arsenaal (het land heeft een bevolking van tussen de vijf en zes miljoen) en kan daarnaast niet opboksen tegen de gigantische bedragen die de media in Engeland voor het uitzenden van voetbalwedstrijden uittrekken.

De enige witte raaf in het Schotse mini-gezelschap heet Glasgow Rangers. De bloeiperiode die de bewoner van Ibrox Park op het nationale plan doormaakt, is voor een groot deel op het conto te schrijven van David Murray. De geslaagde zakenman wist van verveling niet wat hij met zijn rijkdommen moest beginnen, raakte geinteresseerd in het voetbalspel en besloot eind jaren tachtig de Rangers op te kopen.

Allure

Daar liet de oliemagnaat Murray het niet bij. Om de Rangers internationale allure te geven, ging hij over tot nauwelijks te becijferen investeringen. In de eerste jaren liet hij vooral zijn oog vallen op spelers (onder anderen Trevor Steven en Gordon Durie) met een Angelsaksische achtergrond. Gaandeweg kwam Murray - de man mist beide onderbenen door een auto-ongeval in zijn jeugdjaren - tot de conclusie dat zijn nijvere inspanningen niet tot de gewenste aansluiting bij de Europese top leidde.

Het was een constatering die de achterban eerder getrokken had. Voor de supporters heeft de jacht op het titelrecord van Celtic reeds lang niet meer de hoogste prioriteit; Van Celtic winnen is prachtig, maar er staat pas echt prestige op het spel tegen de clubs van het continent. Murray stelde het beleid bij en ging snuffelen in de winkelketens van Italië (Paul Gascoigne, Jonas Björklund, Brian Laudrup), Denemarken (Erik Bo Andersen) en Duitsland (Jörg Albertz). Peter van Vossen en reserve-doelman Theo Snelders vormen de Nederlandse inbreng in het huidige team.

De koopdrift van Murray heeft nog allerminst geleid tot een kentering in de resultaten. Glasgow Rangers heeft zeven opeenvolgende edities in de Europa Cup I achter de rug, maar geeft er telkens weer blijk van weinig kaas te hebben gegeten van de continentale voetbalinzichten. Alleen in 1993 had Glasgow Rangers uitzicht op een finaleplaats tegen AC Milan. Olympique Marseille doorbrak het gewenste scenario door destijds in de groep één punt voor te blijven. In alle andere jaargangen was het resultaat om te huilen. Er waren uitschakelingen in de eerste ronde tegen Bayern München, Sparta Praag, Levski Sofia en AEK Athene, afgewisseld met een nederlaag in de tweede turnus tegen Rode Ster Belgrado.

Ook dit jaar lijken de Schotten met nul punten uit twee wedstrijden bij voorbaat kansloos. Alleen een overwinning in de Arena kan soelaas bieden. Met een statische verdedigingslinie en een aanpak waarin moed, tegen beter weten in, hoger wordt ingeschaald dan beleid, blijven de kansen daarop beperkt.

“Schotten spelen Schots”, zei Van Gaal wellicht daarom, een net equivalent voor de vaak geuite sneer dat het Schotse voetbal uit de tijd van de paardentram stamt. “Ik zag dit weekeinde niet”, beweerde de trainer die evenzeer de plicht heeft te winnen, “hoe Glasgow tegen ons moet verdedigen. De club wordt nooit met een andere dan de Schotse speelstijl geconfronteerd. Dat is hun grootste probleem. Tegen Europese tegenstanders die ook 5-3-2 of 4-4-2 spelen, dicht ik Rangers kansen toe. Het is moeilijk in te schatten welke oplossing ze zoeken voor onze specificieke aanpak.”

In die laatste woorden klinkt tenminste enige twijfel door. De personele problemen bij beide clubs - zowel Ajax als Glasgow Rangers brengt vanavond een zwaar gehavend elftal binnen de lijnen - maken een zinnige voorbeschouwing ook vrijwel onmogelijk. De klachtenlijst die manager Walter Smith bij zich draagt, doet niet onder voor die van de Amsterdammers. Durie en McCoist zijn thuisgebleven, Van Vossen, Anderson, Wright, Steven, Robertson, McCall, Goram, en McLaren zijn daags voor de wedstrijd niet of niet helemaal speelklaar. Louis van Gaal kan vanavond bij een tegenvaller in ieder geval niet zijn ruime ziekenboeg aanvoeren als afdoende excuus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden