Aalten en Lichtenvoorde zijn enclaves, geen ’naobers’

Een fietser passeert de zwerfkei met leeuwenbeeld op de markt van Lichtenvoorde. (Trouw)

Twee buurdorpen: het ene katholiek, het andere protestants. Is er nog steeds rivaliteit? Trouw onderzoekt het. Vandaag deel 2: Aalten en Lichtenvoorde. Aalten geldt als ’het Jeruzalem van de Achterhoek’ dankzij zijn vele gereformeerde kerken. Buurdorp Lichtenvoorde ligt juist in een rooms-katholieke enclave.

Scherpslijpers zijn de Achterhoekers niet. Behalve dan in Aalten. Die terrasjes op de Markt voor de Oude Helenakerk? „Dat zou vroeger vloeken zijn geweest in Aalten”, zegt Hans de Graaf. Hij werd in 1943 geboren in een rooms-katholiek gezin in het naburige Bredevoort. Hij woont en kerkt al jaren in Aalten. „Als kind voelde je dat je een tweederangs inwoner was”, herinnert hij zich.

In Aalten domineerden in de jaren vijftig en zestig immers de protestanten, onderverdeeld in ’de fienen’ en ’de groffen’. De hervormden waren niet zo strikt. Ze leefden Bijbels volgens de grove lijn. De afgescheiden gereformeerden, talrijk in Aalten, volgden echter fijntjes de orthodoxe dogmatiek.

’Fienen’. Je spreekt het uit met een lange, slepende ’ie’. Ook Frits van Lochem doet dat. In 1946 zag hij het levenslicht in een hervormd gezin in het rooms-katholieke Lichtenvoorde, acht kilometer van Aalten. Tussen beide dorpen ligt een glooiend niemandsland. Spreek je in Lichtenvoorde over Aalten, dan gaat het al snel over ’die fienen’ en ’het Jeruzalem van de Achterhoek’. „We zijn meer op Groenlo gericht”, zegt Van Lochem.

Een volks geloof overheerst in de Achterhoek. Het maakt in het dagelijks leven niet uit of je voorvaderen rooms-katholiek bleven of toch maar overgingen naar het protestantisme. De Achterhoekse ’naoberschap’ overstijgt de dogma’s van Rome en van protestantse synodes. Het gebied is als een schaakbordpatroon verdeeld in dorpjes met iets meer rooms-katholieken en met iets meer protestanten.

Twee buurenclaves vormen daarop een grote uitzondering: het gereformeerde Aalten en het rooms-katholieke bolwerk Groenlo en Lichtenvoorde. Hoe is dat zo gekomen en wat is hun relatie? Hans de Graaf en Frits van Lochem kunnen putten uit hun ervaringen als lid van een kerkelijke minderheid. Ze kennen elkaar niet. Toch fietsten ze elkaar ooit dagelijks tegemoet: de een op weg naar de protestantse middelbare school in Aalten, de ander naar de rooms-katholieke in Lichtenvoorde.

Van Lochem is graag actief voor de gemeenschap. Hij was ooit wethouder in Lichtenvoorde voordat de gemeente fuseerde met Groenlo tot Oost-Gelre. Nu verzorgt hij de administratie van de Johanneskerk. Als hervormde jongen had hij een prettige jeugd, zegt hij. „Natuurlijk had je een protestantse en een rooms-katholieke school”, zegt hij. „Voor het middelbare onderwijs moest je naar Aalten. Je ging nu eenmaal naar een school van je eigen religie.”

Een tijdlang was er een eigen protestantse voetbalclub en gymvereniging. De p.c.-drumband speelde zondags niet bij Lichtenvoordse festiviteiten, herinnert hij. Maar in Lichtenvoorde waar 90 procent van de mensen rooms-katholiek was, ging je normaal met elkaar om. „Mijn vader was woningstoffeerder”, zegt Van Lochem. „Het klooster was een belangrijke klant. Hij zou geen droog brood verdiend hebben aan alleen protestanten.”

Zo gemakkelijk als de Lichtenvoorders de verzuilde verschillen overbrugden, zo moeizaam moeten de scheidslijnen in Aalten zijn geweest. „Er kon weinig”, zegt De Graaf. „Dansen was onmogelijk. Als rooms-katholieken hadden we een eigen instuif. Daaruit kwamen veel huwelijken voort. Die protestanten bepalen hier alles, dacht je in de jaren vijftig. En toen ontstond de zwembadkwestie. Een geweldige rel! Mensen knipten het prikkeldraad open rond het zwembad om op zondag te kunnen zwemmen. Tegenwoordig is alles anders. Er waait een wereldse wind door Aalten. Nog steeds.”

Lichtenvoorde en Groenlo stonden voor een rooms-katholieke jongen uit Aalten synoniem voor een prettig leven. „Daar waren de toogdagen en de processies”, herinnert De Graaf zich. Lichtenvoorde is frivool met zijn corso en Groenlo staat bekend om het carnaval. Maar voor hem bleven die plaatsen ver weg. In Aalten was in zijn jeugd zo’n 18 procent van de mensen rooms-katholiek. De gereformeerde identiteit drukte op iedereen.

Het rooms-katholicisme van ’de enclave Groenlo en Lichtenvoorde’ was in 1966 studievoer voor geschiedenisdocent Thielen uit Lichtenvoorde. Twee ontwikkelingen verklaren dat een enclave kon ontstaan, blijkt uit zijn boek over ’de enclave’. De strijd tussen de bisdommen Utrecht en Münster om de zeggenschap over deze streek duurde tot 1823. De bisschop van Münster liet zich nogal gelden in Oost-Nederland. De Achterhoek was verder rond 1600 het strijdtoneel geweest tussen de Staatse legers van de Oranjes en de Spaanse overheersers. Die strijd had zijn religieuze sporen nagelaten.

In 1597 veroverde het leger van prins Maurits namens de (protestantse) Staten-Generaal uit Den Haag de steden Bredevoort en Groenlo op de Spanjaarden. Maar in 1606 verloren de ’Staatsen’ de vesting weer. In 1627 heroverde prins Frederik Hendrik Groenlo weliswaar, maar hij won de meeste inwoners niet meer voor het protestantisme. De rooms-katholieke beweging van de contrareformatie had er wortel geschoten. Ook het nabijgelegen Lichtenvoorde, sinds 1496 met eigen kapel, bleef Rome trouw. En Münster.

Frits van Lochem laat de witgepleisterde Johanneskerk uit 1648 zien. Het is monumentaal. De kerk staat op de fundamenten van de rooms-katholieke kapel uit 1496. „Het is een van de oudste protestantse kerken van Nederland”, zegt hij. De kapel kwam na 1627 in handen van de Nederduits Gereformeerde (later: hervormde) minderheid die hoorde bij het nieuwe Staatse gezag. Ze wilden een minder bouwvallig godshuis. „In het hele land is gecollecteerd voor deze kerk”, zegt Van Lochem. „Ook Frederik Hendrik betaalde. Giften kwamen tot uit Amsterdam en omgeving.”

De rooms-katholieken die in Groenlo en Lichtenvoorde in groten getale achterbleven, maar ook een Aaltense minderheid, raakten aangewezen op de Kreuzkapellen die in grensdorpen als Zwillbrock, Hemden en bij de stad Bocholt verrezen. De ’paapsen’ liepen naar de grens van de Republiek met het Münsterland. Maar in grote delen van de Achterhoek, ook Aalten, werd de pastoor ineens dominee en zwoer alle Roomse ’superstitiën’ plechtig af. Ook zijn kudde werd dan protestants, maar niet meteen van harte.

De aard van de Achterhoeker is, zo schreef hervormde dominee J.H. Jansen in 1957, op het oog nogal meegaand. De kat wordt uit de boom gekeken, stelde hij in een sociologische studie naar het Achterhoekse geloofsleven. De gemeenschap gaat boven de individu, zag hij. In die observatie kan scriba Flip de Bruijn van de Protestantse Gemeente Lichtenvoorde zich ook anno 2010 vinden. „De gemeenschap is hier zo verweven en er zijn zoveel gemengde huwelijken”, zegt hij. „Er zijn geen scherpe tegenstellingen. Men accepteert elkaar zonder conflicten.”

Wat maakt Aalten dan zo’n uitzondering? In 1845 scheidden in Aalten, in navolging van de Groningse dominee De Cock, een deel van de hervormden zich af. Nadien vond de Doleantie (1886-1892) in de Achterhoek vooral in Aalten weerklank. Aan beide schisma’s hield het dorp de Christelijke Gereformeerde en de Gereformeerde Kerk over. „Oorzaak was dat een geliefd predikant ’meeging’ en door het classicaal bestuur werd ontzet”, verklaarde Jansen de Doleantie in Aalten. „Die nam veel families mee.”

De meeste Achterhoekse protestanten bleven mild hervormd. Aalten kent een orthodoxie die nu beter bij de ChristenUnie dan de SGP past. Gereformeerde Bonders of de Hersteld Hervormden zijn schaars in de Achterhoek en de Gereformeerde Gemeenten al helemaal. Maar de groeiende geloofsverschillen tussen Aalten en die van de streek leidden tot de bijnaam ’Jeruzalem van de Achterhoek’.

Hans de Graaf kent die bijnaam wel. „Wat bedoelt men ermee”, vraagt hij zich af. Als het de kerkelijke veelkleurigheid van Aalten is, kan hij zich daarbij iets voorstellen. Zelf verdiepte hij zich in de rooms-katholieke kerkhistorie van de streek. Aalten dankt aan de komst van de spinnerij en weverij van de Duitse familie Driessen in de negentiende eeuw het voortbestaan van de rooms-katholieke gemeenschap, is zijn stellige overtuiging. „Onze kerkgemeenschap staat op de schouders van een kleine groep pioniers”, zegt hij.

Wie vandaag de dag Aalten binnenrijdt, wordt met zwarte reclameborden op de invalsweg gewezen op het feit dat ’God liefde is’ en dat ’Hij ook van jou houdt’. In het dorp vind je een bijzondere kerk: een tweetalige evangelische gemeente voor Duitsers en Nederlanders die als Euregiokerk te boek staat. ’Two nations, one faith’ meldt de grote geveltekst op de ooit gereformeerde Westerkerk.

Hans de Graaf merkt dat Aalten verandert. „Je kunt nu rustig iets op zondag organiseren”, zegt hij. „Dat is geen beletsel meer.” Gebleven is de non-relatie met Lichtenvoorde. „De Aaltense gemeenschap richt de blik niet op het noorden”, zegt hij. Toch zal dat kerkelijk nu wel moeten. Het bisdom Utrecht heeft onlangs negen parochies omgesmeed tot één, zodat Aalten nu bij Lichtenvoorde en Groenlo hoort. De Ludgerparochie.

„Als rooms-katholieken in Aalten hebben we een sterk zelfbewustzijn”, zegt De Graaf. „Dat komt uit het idee: ’wij zijn er ook nog!’. De kleine katholieke zuil liet zich duidelijk horen in de samenleving. In Lichtenvoorde is bijna iedereen katholiek. Daar is een andere houding.” Die weerbaarheid mist De Graaf in de grote parochie. Zelf pakt hij nieuwe projecten op. Met katholieken en protestanten ontwikkelt hij een wandelroute van Zutphen tot aan Münster, in het spoor van de negende-eeuwse evangelist Ludger. Die bracht immers het evangelie aan alle Achterhoekers?

Het is een taal die Frits van Lochem en Flip de Bruijn in het rooms-katholieke Lichtenvoorde zouden verstaan. Tot hun grote spijt verdwijnt ter plaatse de ooit levendige oecumenische traditie. Steeds minder gebeurt er gezamenlijk. „De oecumene verwatert”, zegt De Bruijn. „Wij willen wel. Maar Rome geeft aan oecumene geen prioriteit. Nu de parochies zijn samengevoegd, merk je dat daarvoor minder tijd is.”

Het moderne leven van Lichtenvoorde stelt het grotendeels zonder kerkgang. Op zondag kun er je rustig winkelen. Zelfs over de zondagsopenstelling van de supermarkt halen inwoners de schouders op, merkt Van Lochem. Aan Aalten denkt niemand hier. Rivaliteit en tegelijk verwantschap is er met ’d’n Grolschen’ eerder. De Protestantse Gemeente Lichtenvoorde kijkt nu ook die kant op voor nauwere samenwerking met de hervormden. „Nee, er zijn geen kerkelijke contacten met Aalten”, zegt De Bruijn.

Veel affiniteit met de protestantse orthodoxie leeft er in Lichtenvoorde niet. Toch willen juist die gelovigen vanuit Lichtenvoorde de Achterhoek, een ’kerkelijke witte vlek’, bewerken via hun christelijk boekwinkeltje ’Licht’. Het is vandaag dicht. „Dat is toch van de gereformeerd-vrijgemaakten”, vragen De Bruijn en Van Lochem elkaar. „Die komen hier niet vandaan. Ze denken dat hier misschien wat valt te evangeliseren.”

(Jörgen Caris, Trouw)
(Trouw)
Muzikaal optreden in het centrum van Aalten. (FOTO'S JÿRGEN CARIS, TROUW)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden