AAIEN KNUFFELEN LACHEN ERGEREN IN DE DIERENTUIN

Een schok ging door Engeland en ver daarbuiten: voor de Londense Zoo zou nu toch echt het laatste uur geslagen zijn. De emoties liepen op. Want een dierentuin is niet zomaar een pretpark. Een dierentuin grijpt aan en verleidt tot ontboezemingen.

Ach, het was in feite de druppel die de emmer deed overlopen. Ik had me al een tijdje lopen ergeren aan de behuizing van de dieren in de Lissabonse Jardim Zoologico, hoe ze daar gemaltraiteerd werden, en zichzelf maltraiteerden. De prachtige, reusachtige Afrikaanse mannetjesolifant stond eenzaam en zinloos draaiend op een kaal stuk beton met zijn kop tegen de al even kale wand te beuken. Bij een apenkooi konden de jonkies zo tussen de spijlen door naar buiten en vermaakten zich met de bezoekers. Soms tot hilariteit, meestal tot consternatie en huilpartijen, vooral bij klein grut. Dan werd er over en weer met zand en stokken gesmeten, tot de aapjes de kooi invluchtten, alwaar de algehele opwinding weer tot fikse vechtpartijen leidde.

Architectonisch was er wel heel wat te bewonderen in de dierentuin die zichzelf afficheert als de mooiste van Europa. Maar zelfs de imposante, aan het koloniale - Afrikaanse - verleden hangende gebouwen ademden de sfeer uit van verwaarlozing en verval. Typerend, in de hoek van de dierentuin bevond zich ook nog een soort hondenasiel, en een dierenkerkhof, voor honden en katten. Nee, deze dierentuin was een aanfluiting, en dat speet me zeer, want ik ben gek op Lissabon en ik ben gek op dierentuinen.

Het heeft met het ouderschap van doen, ongetwijfeld. Met de omstandigheid ook dat we al snel verhuisden naar de Amsterdamse Lastagebuurt, met Artis als achtertuin. Ook toen we uit de buurt vertrokken, bleef Artis trekken, omdat het prachtig is, rust en statie uitstraalt. En de fotografen bij de ingang hebben over ons nooit te klagen gehad, elke keer traditioneel op de foto, de wasdom van het kind met dag en jaartal voor eeuwig vastleggend.

Ook in het buitenland ging ik, als het even kon, naar de plaatselijke dierentuin. Antwerpen natuurlijk, nauwelijks buitenland, maar toch. Het meest opvallende en aantrekkelijke daar: die bizarre bouwsels die verwijzen naar de koloniale Kongolese tijd, en de prachtige verzameling arenden.

In het Berlijn van net na de Wende, zo begin 1990, was het aardig om de ene dag de schitterend ingerichte, geordende en 'dierenrijke' Zoo in het westelijk deel te bezoeken, waar de twee panda's waarempel met elkaar lagen te dollen, en de volgende dag - tegen een symbolische entreeprijs van een Ostmark bijkans te verdwalen in de onmetelijk grote Tiergarten Berlin in de nu voormalige DDR. Daar moest je soms vijf minuten lopen om weer een diersoort te zien, maar daar zweefde wel een arend vrijelijk rond boven het landgoed.

Van sommige dierentuinen is me weinig bijgebleven. Van de Giardino Zoologico in Rome bijvoorbeeld, of het moet de actie van die freaks buiten de poort geweest zijn die pleitten voor sluiting van dit 'concentratiekamp voor dieren', zoals in Turijn gebeurde. Met als gevolg dat daar de dieren massaal moesten worden afgemaakt.

Soms blijft alleen de negatieve indruk achter, zoals de Zoo in Lissabon. Men zei mij later dat dit typisch is voor de dierentuinen in Zuideuropese landen, maar dat is strijdig met wat ik in Madrid zag. Madrid was een verrassing, in positieve zin. Het aardige van 'Madrid' is, naast de ruimtelijke opzet, en het sublieme uitzicht over de hoofdstad, de indeling van de dierentuin in de vijf continenten, met de daarbij behorende dieren. De vier Aziatische olifanten in 'Azie', de Afrikaanse olifanten - ook vier - verderop in 'Afrika'. Alle acht beschikkend over een ruim onderkomen, naar de eisen des tijds, en met een fors bad, wat gezien de doorsnee zomertemperatuur in Madrid geen overbodige luxe is. Aleen de ijsberen komen er wat dat betreft bekaaid vanaf: een minuscuul badje en een schrale douche.

Modern, dat is ook het dolfinarium daar. Keiharde rockmuziek leidt de volgende dolfijnenshow in. Eerst een optreden van de zeehonden, dan dat van de dolfijnen. Prima show, in de open lucht.

Grote trekpleister, maar dat geldt waarschijnlijk voor alle dierentuinen die erover beschikken, zijn de reuzenpanda's. Madrid heeft er drie, althans toen ik er was. Twee volwassene - Chang-Chang en Shao-Shao - en een jong, Chu-Lin, waarvan een trotse tegel vermeldt dat deze, op 4 september 1982 ter wereld gekomen, de eerste in Europa geboren panda is. Chu-Lin is behoorlijk actief en buitelt van een boomstronk. De overige twee zijn meer des panda's: de een slaapt, de ander kauwt nog even op bamboeblad en valt dan ook in slaap, met de kop op een houtblok.

"Look, he's moving!" . De kreet lokt een stormloop van de bezoekers uit in de London Zoo op het hok van de panda's. En ja hoor, Ming-Ming of Bao-Bao - moeilijk te zien wie wie is - beweegt, draait zich op de andere zijde en slaapt verder. Het is oktober 1988 en bij het panda-verblijf hangen nog de spandoeken en de posters ter gelegenheid van het afscheid van Chia-Chia, een maandje eerder.

De mannetjespanda is vertrokken naar Mexico-stad, naar de Chalpultepec-dierentuin om daar gekoppeld te worden aan het vrouwtje Tohui. Dit in het kader van het wereldomspannende fokprogramma voor de panda's, waaraan Chia-Chia trouwens op dat moment al zijn steentje heeft bijgedragen. Via kunstmatige inseminatie van zijn zaad immers is Chu-Lin in Madrid geboren. Maar nu moet het 'echt' gebeuren, en naar later blijkt met succes. Op 1 juli 1990 bevalt moeder Tohui van een kleintje, Xin-Xin.

De Zoo in het Londense Regent's Park bevalt me wel. Het is niet druk, maar dat zal wel aan het weer liggen, en de monumentale gebouwen hebben de tand des tijds nauwelijks doorstaan, tenslotte is de London Zoo in 1826 opgericht en daarmee de oudste dierentuin ter wereld, maar er is heel veel te zien, en er wordt heel veel informatie verstrekt. Zoals bij de apenverblijven, met tekst en uitleg over het sociale gedrag van de chimpansees, of het reptielenhuis, waar fotoseries bij gifslangen laten zien wat de effecten zijn op de mens na een beet van deze of gene slang. Na een dag, na drie dagen, na een week: veel zwelling, open wonden en wegrottend vlees, en steeds beroerder kijkende slachtoffers, onveranderlijk Indiers of Afrikanen.

Trots meldt een informatiebord bij de ren van de Arabische oryx - een sabelantilope - dat dankzij de inspanningen van de London Zoo, in samenwerking met andere dierentuinen, de ooit in het wild uitgestorven oryx nu weer in complete kuddes in zijn oorspronkelijke gebied in Oman ronddraaft. Resultaat van een van de vele conservation en breeding-programma's waaraan de Londense dierentuin meedoet.

Bij het olifantenverblijf wordt een showtje opgevoerd. Een van de olifanten gaat op een grote weegschaal, daarna kunnen kinderen op diezelfde weegschaal aflezen hoeveel van hen in een olifant gaan. Het zijn er tientallen, en de pret is groot. Zo ook in de kinderdierentuin, waar net een feestje gaande is. De kinderdierentuin - ook al de oudste ter wereld in zijn soort, in 1938 geopend door twee zoontjes van de Amerikaanse ambassadeur in GrootBrittannie: Robert en Edward Kennedy. Het personeel, de verzorgers zijn mededeelzaam, de sfeer is aangenaam, en weinig duidt op de donkere tijden in het verschiet.

Twee jaar later wel, als het jaarverslag over 1990 uitkomt van wat officieel de Zoological Society of London heet. Er zijn problemen met de uitbreiding in Regent's Park, lees ik, op het beperkte gebied van de dierentuin staan negen grote gebouwen op de monumentenlijst, dus daar mag niet aan getornd worden, en ook de bezoekersaantallen lopen terug. In 1990 zijn 1 122 914 bezoekers de poort gepasseerd, een heel verschil met de twee miljoen van zo'n tien jaar daarvoor, of de dikke drie miljoen begin jaren vijftig. En als deze trend doorzet gaat het mis. De schaduw van sluiting hangt boven de London Zoo.

Het zijn van die geluiden die je vaker hoort, waarvan je vermoedt dat het weer dat typische gezeur is om volk en vaderland rijp te maken voor een lucratieve bedelcampagne. En ja hoor, in april '91 komt de aap uit de mouw. Er moet minstens dertig miljoen op tafel komen, zegt de directie, anders gaat de zaak dicht. Jammer voor de dieren, maar helaas.

De emoties lopen hoog op, Engeland in rep en roer. Net als toen met de giraffe Victor, die in de dierentuin van Marwell door zijn poten zakte na een liefdesdrama. Een hijskraan heeft hem nog tijden lang overeind proberen te houden, maar Victor gaf de geest, en Engeland treurde. Zo'n volk zal toch zijn eigen London Zoo niet in de kou laten staan.

London Zoo, eens trots symbool van het Britse rijk, waar dieren te zien waren uit alle windhoeken van dat imperium waarin de zon nooit onderging, die kan en mag toch niet dicht, hoorde je. Maar ook zinniger argumenten, dat dankzij inzet en werk van dierentuinen zoals de Londen Zoo, bedreigde diersoorten in leven kunnen worden gehouden, beschermd worden en populaties kunnen groeien.

Aan de andere kant: al even gedragen overwegingen dat de mens allang niet meer de heer der schepping is, dus met welk recht sluit hij dieren op ter lering en vermaak. De Zoo-aanhang wint aanvankelijk, er komt geld, weliswaar niet de vereiste dertig miljoen en voornamelijk uit particuliere bron, maar het is genoeg om voorlopig door te gaan.

Uitstel van executie blijkt het, want anno 1992 is het echt menens. De schaduw boven de London Zoo blijkt nu het zwaard van Damocles. Het bezoek aan de Zoo blijft kelderen, en dit jaar zullen slechts 800 000 mensen de weg naar de dierentuin in Regent's Park weten te vinden.

Op 17 juni komt de Jobstijding dat het nu echt afgelopen is met de London Zoo. In september gaan de poorten dicht, zegt sir John Chapple, de voorzitter van de Zoological Society. Voor de 4000 dieren moet een ander onderkomen gezocht worden, en voor zover dat niet lukt, rest slechts 'het spuitje'. Maar zie, weer verschijnt een reddende hand. Die van de emir van Koeweit ditmaal, die anderhalf jaar na datum nog steeds diepe dankbaarheid koestert jegens de Britten voor de bevrijding van zijn land in de Golfoorlog. Hij overhandigt de Britse regering een cheque tot redding van de Zoo.

Nou ja, redding . . . het gaat om een paar miljoen pond, een peuleschil voor de emir, en je vraagt je af waarom de Britse evenknie van de emir, koningin Elizabeth zelve, toch beschermvrouwe van de Zoo, niet in haar buideltje tast, of op z'n minst iets van zich laat horen. Er is nu net genoeg geld om de Zoo de winter door te helpen en kan de dierentuin weer even adem halen. Ook is er weer ruimte en tijd voor een volgende discussieronde tussen dierenliefhebbende voor- en dierenliefhebbende tegenstanders van dierentuinen.

Ik ben dus voor, nare toestanden zoals die in Lissabon daargelaten. In de eerste plaats op puur emotionele gronden, toe gegeven. Iedereen die wel eens met een kind voor het onderkomen heeft gestaan van de twee jonge chimpansees in Artis, Rakker en Sam, waarbij de strapatsen van die twee bij het kind de tranen van pret over de wangen doen stromen en hij een uur later nog de hik heeft, die kent dat.

Natuurlijk valt er heel wat tegen de London Zoo in te brengen. Dat het verleden ervan vanaf straalt, en dan niet in positief opzicht, dat het management volstrekt ouderwets, inefficient en boekhouderig heeft geopereerd, met meer aandacht en geld voor prestigeprojecten in het buitenland - zoals de constructie van privedierentuinen voor rijke oliesjeiks - dan voor de eigen have. Met die typisch Britse arrogantie, zo van: wij zijn de oudste, de meest gerespecteerde, de meeste gerenommeerde dierentuin ter wereld, om ons kan niemand heen. Dat 'oudste' is trouwens niet helemaal waar, de Weense dierentuin Schonbrunn en de Parijse 'Jardin des Plantes' zijn ouder, maar dat zijn 'adellijke' dierentuinen, Londen was de eerste 'Society', het eerste Genootschap. En dan die monumentale bouwwerken, ter meedere eer en glorie van architect en geldschieter, zoals het megalomane Snowdon Aviary, het vogelhuis dat goud heeft gekost.

Maar zou Desmond Morris ooit 'The Naked Ape' hebben geschreven en zijn fameuze televisieprogramma hebben gepresenteerd zonder de London Zoo? Tenslotte was hij daar opzichter bij de zoogdieren.

En Winnie the Pooh dan? In 1914 bracht Harry Colebourn, een Canadese luitenant op weg naar het front in Europa, een verweesd zwart Amerikaans berejong mee naar Engeland, een gift voor de London Zoo. Het beestje kwam uit Winnipeg, en werd dus 'Winnie' gedoopt. Winnie kwam als een van de eerste beren te wonen op de Mappin Terraces, ze bleef daar tot aan haar dood in 1934.

Door haar volstrekt tamme karakter was Winnie de lieveling van het publiek, van de Londense kinderen vooral, die met het dier konden doen en laten wat ze wilden. Winnie liet zich aaien en knuffelen, met Winnie kon je een dansje maken, Winnie werd niet boos als de kinderen aan haar favoriete eten kwamen: gecondenseerde melk en blonde suikerstroop. Een van die kinderen was Christopher Milne, het zoontje van Alan Alexander Milne, en deze kwam op het idee om er een kinderboek over te schrijven. En zo ontstond het boek met de avonturen van Christopher Robin en Winnie the Pooh. Nee, zonder de London Zoo geen Winnie the Pooh.

De dierentuin moet. Belangrijk argument: bewustwording van het publiek, zegt Bert de Boer, directeur van het NOD, de Stichting Nationaal Onderzoek Dierentuinen, dat kantoor houdt boven het nijlpaarden- en gorillahuis in Artis. Hij houdt niet van het rotwoord 'educatie', want dat doet hem teveel denken aan borden en panelen. Door dierentuinen naar de mensen te brengen, en de mensen naar de dierentuinen, komen ze in aanraking met essentiele onderdelen van de natuur, zegt hij. Het in levenden lijve aanschouwen, daar kan geen tv, video of film tegenop. "De gemiddelde Nederlander ziet per week zevenentwintig moorden op televisie" , zegt hij. "Maar die ene moord naast je, die grijpt je pas aan."

Natuurlijk, met de dreigende sluiting van de London Zoo laait de discussie over dierentuinen 'ja' of 'nee' weer op. Maar de kritiek komt niet van de internationale natuur- en dierbeschermingsorganisaties, weet hij. Akkoord, er zijn dierentuinen die niet meer kunnen, zoals die in Lissabon, maar in de meeste westelijke landen en niet te vergeten de Verenigde Staten treft je dat soort toestanden niet aan.

Veel principieler is de vraag of wilde dieren nergens beter af zijn dan in de vrije natuur. Niet per se, volgens De Boer. "Ze hebben daar een territorium wat past bij hun voedselvoorziening. De Siberische tijger heeft een gebied nodig van tweehonderd vierkante kilometer, de Sumatraanse tijger twintig vierkante kilometer, doordat zijn gebied veel voedselrijker is. En een tijger in een dierentuin kan het met een heel klein territorium doen, doordat hij verzekerd is van eten. In de vrije natuur moet een tijger vijftig kilometer rondzwerven omdat hij rammelt van de honger."

Wat het meest in het oog springt bij alle strijd rondom de London Zoo, is dat al die oude koeien weer uit de sloot gehaald worden. Die versleten argumenten over zielige dieren achter tralies, terwijl het gros van de dierentuinen die 'schaamte' allang voorbij is. Anno nu worden geld, energie en vooral kennis gestoken in fok- en beschermingsprojecten. Wereldwijd, met uitwisseling van gegevens via databanken.

Voorlichtingscampagnes op tv over bedreigde diersoorten, of prachtige natuurfilms, heel nuttig en imposant. Maar tegen Sam en Rakker kan een deerniswekkend Postbus 51-spotje over een dakloze oerang oetang met jonkie toch niet op. En in de dierentuinen zie je dat gorilla's geen verscheurende monsters zijn zoals King Kong, maar publiekslievelingen zoals Guy in de London Zoo, of de albino Sneeuwvlokje in Barcelona, naar wie Ronald Koeman nog is vernoemd. Het is zo simpel als twee en twee vier is. Dierentuinen, mooie en goeie dierentuinen, zijn er om open te blijven, niet om dicht te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden