Aaibare ratten sporen tbc en mijnen op

Mens heeft twee dagen nodig voor veertig slijmmonsters, een rat zeven minuten

REPORTAGE | ILONA EVELEENS | MOROGORO en TANZANIA

Astrid drukt haar spitse neus dichter tegen het gaatje in de metalen vloer. Na enkele seconden klinkt een klik en rent ze naar het einde van de glazen bak waar een hapje avocado als beloning wacht. De Gambiaanse reuzenhamsterrat verdient de traktatie omdat ze zojuist de tuberculosebacterie in een slijmmonster heeft ontdekt.

Astrid werkt met andere soortgenoten voor Apopo, een Tanzaniaans-Belgische organisatie die deze Afrikaanse ratten traint om onder meer landmijnen en tbc op te sporen. Het perfecte reukorgaan van de dieren is het instrument bij uitstek daarvoor.

Wekelijks arriveren honderden slijmmonsters bij Apopo, op het universiteitsterrein van de Tanzaniaanse stad Morogoro. Die zijn al getest op tbc. De ratten besnuffelen ze allemaal nog een keer. "Astrid en haar collega's bevestigen niet alleen de resultaten maar ontdekken per week vijf tot tien extra besmettingen. Die worden dan nog een keer in het laboratorium getest en meestal hebben de ratten gelijk", vertelt Hannah Ford van Apopo.

Elke tbc-patiënt besmet gemiddeld tien tot vijftien mensen per jaar. De inzet van ratten voorkomt niet alleen meer besmettingen, maar de diertjes zijn ook veel sneller dan een laborant. Menselijke experts hebben twee dagen nodig om veertig slijmmonsters te onderzoeken, een rat zeven minuten.

Apopo traint al meer dan tien jaar ratten. Toch worden de diertjes nog niet wereldwijd ingezet. "Het woord rat wekt bij velen afkeer op. Maar deze Gambiaanse hamsterratten zijn intelligente diertjes met een hoge aaibaarheidsfactor", zegt Ford, terwijl er eentje haar hand likt.

Terwijl Astrid binnenshuis werkt, moet collega Femi een groot oefenterrein op. De training voor het opsporen van landmijnen gebeurt 's morgens vroeg voordat het te warm wordt voor de ratten. Het zijn immers nachtdieren. Femi probeert de kluiten met vochtig gras te ontwijken. Natte pootjes is niet haar idee van een prettige start van de dag. Maar als ze haar eerste landmijn heeft ontdekt en een hap banaan als beloning krijgt, vergeet ze haar afkeer. In haar tuigje rent ze heen en weer en vindt in rap tempo alle landmijnen in een afgezet gebied. In de gedeactiveerde mijnen zit het explosieve TNT, dat de ratten kunnen ruiken.

De dieren worden getest volgens internationale standaarden. Daarbij moeten ze een honderd procent score halen om gecertificeerd te worden. Daarna kunnen ze worden ingezet om landmijnen in bijvoorbeeld Mozambique op te sporen. Ongeveer een miljoen vierkante meter wordt dit jaar door de ratten besnuffeld. Elke gevonden landmijn wordt door mensen onklaar gemaakt. Volgend jaar worden Femi en haar collega's ingezet in Angola, waar Apopo gaat meehelpen om het land te ontdoen van de explosieven.

Geen enkele rat van Apopo weegt meer dan anderhalve kilo: te licht om een landmijn tot ontploffing te brengen. Er is dan ook nog nooit een rat opgeblazen door een mijn. Ford: "In een mijnenveld werken ratten ook sneller dan de mens. In twintig minuten kan een rat honderd vierkante meter onderzoeken op landmijnen. Een ontmijner heeft daar twee dagen voor nodig."

Als Femi klaar is met haar training wordt het tuigje losgemaakt. Weglopen doet ze niet. Ze huppelt achter trainer John Mosha aan naar haar reiskooi. "Ze weet dat ze van mij eten krijgt. Dat is de hele truc van het trainen. Als ze goed werk aflevert, krijgt ze haar buikje vol. Zo niet, dan moet ze wachten tot ze terug is in haar hok en wordt gevoed."

Tbc en landmijnen zijn een plaag voor Afrika
Dertig procent van alle tuberculose-patiënten leeft in Afrika. Op dat continent sterft het hoogste aantal mensen aan de ziekte. Patiënten hebben vaak het geld niet voor een artsenbezoek of medicijnen. Terwijl dit jaar voor het eerst het aantal tbc-gevallen wereldwijd iets afnam, zijn de vooruitzichten voor Afrika minder hoopgevend.

Alles wat zwaarder is dan vijf kilo en op een landmijn stapt, brengt het projectiel tot ontploffing. In landen met een oorlogsverleden worden ver na afloop van de strijd vooral boeren en vee het slachtoffer. In Mozambique zijn tijdens de oorlog, waaraan in 1992 een einde kwam, naar schatting een half miljoen mijnen gelegd waarvan inmiddels ongeveer de helft is geruimd. In Angola variëren de schattingen over het aantal landmijnen van zes tot twintig miljoen. Ze zijn gelegd tijdens de burgeroorlog die in 2002 werd beëindigd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden