Essay

Aai poes, stoute poes

Beeld thinkstock

Mannen zijn verslingerd aan een onbeheersbaar beestje, vrouwen willen verhaal halen in de liefde. Marja Pruis belicht het literaire sadisme, van Reve, via Mees tot Kousbroek.

Het begon ermee dat ik 's nachts op mijn hoofd werd geslagen. En dat terwijl ik argeloos in mijn bed lag te slapen. De volgende ochtend keek ik in het trouwhartige gezicht van mijn belager. Ik trof hem in de keuken, het was dinsdag, de vuilnis moest aan straat gezet worden.

'Ik droomde dat ik met een baksteen je hersens insloeg,' sprak hij, hij was de melk voor de koffie aan het kloppen. Voor míj deed hij dat, hij drinkt zelf z'n koffie zwart. Ik bond de vuilniszak dicht en vroeg: 'Heb jij de katten al eten gegeven?'

Rudy Kousbroek heeft het in zijn essay getiteld 'Einsteins poppenhuis' over een tiranniek beginsel in het brein. Het heeft iets van een zeef, schrijft hij, een membraan dat bepaalde stoffen tegenhoudt en andere doorlaat. En het is tot iets heel speciaals in staat: het verwerpt wat het niet lust, maar is ook in staat erbij te maken wat naar zijn gevoel ontbreekt, bijvoorbeeld samenhang. Je zou kunnen zeggen dat het een beginsel is dat alles onderzoekt op betekenis. Wanneer het iets tegenkomt dat geen verband houdt met iets anders, dan doet het één van twee dingen: of het houdt het tegen, het laat het niet door, of het voegt iets toe, het maakt dat er verband kan worden gelegd.

De vuilnis staat buiten, de katten eten hun eten. Ik ruim de kranten op, gooi dode bloemen weg, en doe de dvd waar we voor het slapen gaan naar keken terug in de box. Het is de BBC-televisieserie 'Parade's End', gebaseerd op het werk van Ford Maddox Ford. Benedict Cumberbatch speelt de ongenaakbare aristocraat Christopher Tietjens, die wordt getergd door het grenzeloze gedrag van zijn vrouw Sylvia, een femme fatale, een bitch avant la lettre, broeierig neergezet door Rebecca Hall. Hij weet niet eens of zijn zoon zijn zoon wel is. Het is een verhaal dat kennelijk aan bepaalde wetten beantwoordt, appelleert aan een intuïtief gevoel van narigheid dat het gemeen heeft met vele andere romans waarin mannen hun vrouw wel wat kunnen aandoen. Maar doodslaan, dat doen ze niet. In plaats daarvan stellen ze haar op de proef, hongeren ze haar mentaal en seksueel uit, zorgen ze dat ze lijdt met een hele lange ij.

Afleiding
Dat doet ook de jonge advocaat Henk Grond in 'Op afbetaling' van Simon Vestdijk, die denkt dat hij zijn vrouw Olga thuis betrapt met zijn baas. Frans Weisz verfilmde de roman begin jaren negentig voor de televisie; ik zie nog de rug van Coen Flink zwoegen op de frêle Renée Soutendijk. Of 'The Painted Veil', van Somerset Maugham. Ook verfilmd, prachtig, met Edward Norton en Naomi Watts. Over het Engelse fladderige meisje Kitty dat zich met haar man, bacterioloog Walter, in HongKong te pletter verveelt en naar afleiding zoekt. Hij straft haar door haar te dwingen mee te gaan naar het Chinese binnenland waar cholera heerst, zij krijgt langzaam oog voor zijn goede werken maar dan is het in feite al te laat.

Mannen nemen een vrouw en geleidelijk aan vermoorden ze haar, schrijft Rachel Cusk in haar roman 'Arlington Park', niet verfilmd.

Alleen de literatuur, en dan met name de tragedie, kan 'een schim, een schaduw' leveren van wat het betekent om verdriet te voelen, angst en pijn, schrijft Kousbroek in het al genoemde essay. De tragedie toont de machteloosheid waarin we ons bevinden; we weten niet wat er met ons gebeurt, maar voelen de onafwendbaarheid.

In het echte leven doen we alsof we die onafwendbaarheid de baas zijn.

Vijf jaar geleden werd econome Heleen Mees geïnterviewd in De Groene Amsterdammer. Ze had het over echte dingen, over loonkosten en segregatie, en over het New Yorkse ondernemerschap waarvan wij nog wat zouden kunnen leren. Er was net een lofzang op Nederland verschenen van de hand van de Amerikaan Russel Shorto, de toenmalige directeur van het John Adams Institute, waartegen Mees nogal wat bezwaren had. Volgens haar had hij geen oog voor het feit dat de verzorgingsstaat de integratie in de weg stond. "Dat is het probleem met die literaire types," zei ze. "Ze hebben geen verstand van zaken. Shorto heeft het wel over Vincent van Gogh de schilder, maar niet over Theo van Gogh die is neergestoken."

Handig hulpmiddel
Het interview dateert van dezelfde tijd als het televisieprogramma waarin Mees optrad. Een ongemakkelijke bank met daarop alleen maar vrouwen. En waarover spraken zij? Ik heb alleen de aflevering onthouden waarin het over seks ging, of misschien ging het daar altijd wel over. Mees maakte grote indruk op mij, vanwege de afgemeten resoluutheid waarmee ze (in tegenstelling tot haar gesprekspartners) Viagra omhelsde als handig hulpmiddel. Vonden anderen dat kunstmatig en dus niet helemaal topromantisch (je wil toch dat iemand opgewonden raakt van joú, en niet dat ie door een pil misschien juist wel weer te láng stijf blijft), Mees was er heel praktisch over. Ze zei, hooggesloten jurk, dunne lippen: "Je stapt gewoon op, en je stapt af als je er genoeg van hebt."

Het beginsel waarover Kousbroek het heeft, dat dingetje in het brein dat alles met alles verbindt, is vooral actief, schrijft hij, zo gauw we het domein van de literatuur binnenkomen. Onbewust neem je aan dat wat je leest er niet voor niets staat. Alles in een boek heeft betekenis, alleen al omdat de schrijver het geselecteerd heeft. Kousbroek geeft vervolgens een mooie definitie van het métier van de verteller: gefingeerde gebeurtenissen worden op zo'n manier ingekleed dat zij niet gefingeerd lijken.

Zelf neig ik naar het omgekeerde. Echte gebeurtenissen zo inkleden dat ze gefingeerd lijken. Al is het maar om 't voor mezelf acceptabel te maken altijd maar uit het volle leven te putten. Maar ook natuurlijk omdat zo gauw ik iets opschrijf, iets wat echt gebeurd is, er een mechanisme in werking treedt. Ik maak er iets hysterisch van, iets wat groter is dan het leven. Minder betekenisloos. En dus verzin ik er wat bij. Zo is die baksteen waarmee mijn hersens dreigden ingeslagen te worden echt, en de melk die voor me werd geklopt niét.

Heleen Mees. Beeld epa

Ik klop mijn eigen melk.

Ik weet niet meer hoe de man heet dankzij wie Heleen Mees weer in het nieuws kwam, ik zou het kunnen opzoeken, maar het is niet waar het mij om gaat. Hij was niet heel aantrekkelijk, een beetje aan de oude kant eigenlijk (maar Mees houdt niet van jong, pervers genoeg heb ik dat ook onthouden van dat televisieprogramma van net), hij was machtig, hij had vast geld, en hij was getrouwd. Vorig jaar belandde ze in de gevangenis op beschuldiging van stalking en bedreiging, inmiddels is ze onschuldig verklaard en vrijgesproken van vervolging. En nu eist ze van hem 20 miljoen dollar schadevergoeding wegens reputatieverlies en inkomstenderving.

Crazy-as
Ik dacht even dat ik de man zag opduiken in een YouTube-filmpje dat een collega me liet zien. "Dit zal je interesseren," zei hij, en hij had gelijk. Het is een soort instructiefilmpje, met als leraar een man, middelbare leeftijd, bril, dikkig. Niet dat ik iemand zou willen beoordelen op zijn uiterlijk, maar in dit geval is het relevant om 't te beschrijven. Dat ik even dacht dat het de minnaar van Heleen Mees was, zegt iets over de inwisselbaarheid van dit type. Hij kan eurocommissaris zijn, maar ook verzekeringsagent. Niet meteen de grootste vangst. Niet op het eerste gezicht iemand wiens ballen je zou willen likken, maar dat wil je natuurlijk nooit op het eerste gezicht.

De man introduceerde zijn les van vandaag: hoe om te gaan met vrouwen. Op het whiteboard achter hem tekende hij een x-as en een y-as. Op de y-as kwam crazy te staan, op de x-as hot. Hot begon keurig op het nulpunt en liep tot 10. De 'crazy'-as liep ook tot 10, maar begon bij 4. Want elke vrouw was natuurlijk tenminste 4 crazy. Hij trok een diagonale lijn en boven die lijn arceerde hij met trefzekere viltstiftstreken het gebied waar hot en crazy elkaar raakten als in minimaal hot en maximaal crazy, dat was het no-go-area. Daarachter bleef een iets kleiner gebied wit, waarin hij schreef danger. Je kon je erin begeven, maar je moest weten waar je aan begon. Voor je het wist lag er een konijn in de pan, waren je banden lek gestoken, autosleutels verdwenen, werd je van het ergste beschuldigd en eindigde je in de gevangenis.

Daarna begon hij aan de andere kant van de diagonale lijn iets kleinere stukjes af te perken, sowieso pas vanaf de 5 op de hot-as, want voor minder doet de verzekeringsagent het niet. Of zoals hij het zei: "We gaan niet vrouwen daten die minder dan een 5 zijn." Al doende ontstond een overzichtelijke matrix, met een plezier-zone, een date-zone en een wife-zone. In mijn naïviteit had ik verwacht dat de wife zich in het minimaal crazy én hotte terrein zou bevinden, onder het mom 'saai maar betrouwbaar', maar nee, de wife is zo min mogelijk crazy, niveautje 6 gemiddeld, maar hot van 8 tot 10.

Eenmaal dit neergezet hebbende, begon de man zorgelijk te kijken. We hadden het hier namelijk niet over een statische situatie. Mannen, sprak hij op ernstige toon. Mannen, het kan áltijd gebeuren dat je een vrouw denkt te hebben gelokaliseerd, maar dán, van het ene op het andere moment - hij liet zijn stift even geheel crazy een rondedans maken op het whiteboard - duikt ze opeens in een compleet andere zone op. Dat kán! Zaak is - weer dat zorgelijke hoofd - vanaf het moment dat je gaat daten: gegevens verzamelen, die gegevens clusteren, ze visualiseren binnen de hot/crazy-matrix, zodat je op een gegeven moment patronen gaat herkennen, wetmatigheden, en weet waaraan je toe bent.

Gekkenhuis
Gerard Reve schreef in 'Brieven van een aardappeleter': "Het beroerde is dat ik ook wel (mooie jonge) vrouwen wil, maar er niet aan doe wegens de rompslomp en de bezitsmatigheid waarmede deze lieve diertjes zich aan je vastklemmen."

In de wandelgangen staat de hot/crazy matrix ook wel bekend als de crazy pussy-matrix. Het is waarschijnlijk de enige poezensoort die niet door Kousbroek is beschreven. In zijn essay 'Ode aan de Ypsilon' geeft hij blijk van een onbekommerd oog voor de oneindige variëteit waarin het vrouwelijk geslachtsdeel zich kan aandienen. Hij zag er soms een klein knaagdier in, soms een pareloester, dan weer een washandje of een scheerkwast, en hij kon ze ook karakterologisch duiden, van barmhartig tot verlegen, van vastberaden tot vlijtig, 'als een kind dat zijn best doet met de tong tussen de lippen'. Hij erkende geen mooi of lelijk in deze. Hij kon er uren naar kijken. Hij was een connaisseur, en liefhebber. Geen crazy pussies in het universum van Kousbroek, 'ik wil ze allemaal, allemaal tegelijk en voor altijd' schreef hij.

Onlangs liet de schrijver Peter Buwalda zich uitgebreid bevragen over zijn liefdesleven. "Als ik verliefd ben," zei hij, "ben ik rijp voor het gekkenhuis."

Hoe zou een crazy dick-matrix er eigenlijk uitzien?

Arme mannen. Verslingerd aan een onbeheersbaar beestje.

Arme vrouwen. Denkende dat er zoiets bestaat als verhaal kunnen halen in de liefde.

Ze treffen elkaar 's ochtends in de keuken als ze slecht geslapen hebben, akelig gedroomd van trouw en verraad. Ze zijn machteloos, en ze weten het.

Dit is een bewerking van het Rudy Kousbroekessay dat op 30 oktober in de Der Aa-kerk in Groningen is uitgesproken.

Marja Pruis (1959) is schrijfster, redacteur van de Groene Amsterdammer en literatuurcritica. Voor haar boek 'Kus me straf me' kreeg ze vorig jaar de Jan Hanlo Essay Prijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden