AAD NUIS Het rampscenario ligt al klaar

Als er niet snel wordt gehandeld is het te laat. Dan nemen de commerciëlen definitief de macht over en blijft er van het hele publieke bestel niet veel meer over. Aan de uitzendingen is deze zomer niets te zien van de impasse in Hilversum. De gebruikelijke herhalingen en zomerfilms bevolken de televisiezenders. Ook in Den Haag lijkt alles rustig, maar de juristen van het ministerie van OCW zijn naarstig op zoek naar de oplossing die Hilversum niet kan vinden. Na de zomer, OCW weet het zeker, ligt een bruikbare juridische constructie klaar om in Hilversum definitief orde op zake te stellen. Als de omroepen er zelf niet uitkomen, moet het maar van bovenaf worden opgelegd. Want het is nu echt vijf voor twaalf.

Aan de andere kant de aanhangers van Vara-voorzitter Marcel Van Dam, die er van overtuigd zijn dat de omroepen nu alles op alles moeten zetten om te kunnen overleven. Desnoods door hun eigen zeggenschap uit handen te geven.

Maar ook zij die wèl wat zien in de plannen van Nuis hebben kritiek. Want wat bedoelt de staatssecretaris eigenlijk met 'samenwerking' en hoever wil hij daarin gaan? Tot nog toe hebben de omroepen de plannen ieder op hun eigen manier ingevuld. Nederland 1 koos voor een zakelijke, maar geen inhoudelijke samenwerking, Nederland 2 zoekt het in een soort gewapende vrede en op Nederland 3 heerst de schijn van intieme inhoudelijke samenwerking, terwijl cultuurverschillen èchte samenwerking nog verhinderen. Zoals gewoonlijk komt uit Den Haag geen duidelijk antwoord. Reden voor PvdA-voorzitter Felix Rottenberg om het optreden van de staatssecretaris 'slap' te noemen. En ook de NVJ sprak van een 'bleek beleid' en roept om actie. Nuis zou niet in Hilversum durven optreden.

Maar de staatssecretaris is niet lafhartig, hij is een tacticus. Zorgvuldig wacht hij af tot de omroepen zijn uitgevochten. Op het moment dat de puinhoop in de kinderkamer compleet is, zal hij snel en overwacht toeslaan. Het rampenplan ligt al klaar.

Nuis: “Het is een absolute noodzaak voor de spelers in het veld om opnieuw na te denken over hun positie. Voor de publieke omroep is het niet meer tegen elkaar, maar met elkaar. Samen tegen de andere partij. Het zijn leden van één team geworden en dat betekent: samenwerken. Dat is een geweldige mentaliteitsverandering die heel moeizaam op gang komt. Steeds als je een beetje in de goede richting zit, vallen ze weer terug. We zitten nog steeds met de oude structuren, die het heel lastig maken om samen te werken. De verschillende verenigingen die alleen voor hun eigen straatje vechten. Vroeger bestond de concurrentie alleen onderling, de omroepen tegen elkaar. In de loop der jaren is in Hilversum een zeer, collega Wijers zou zeggen 'Hollandse' neiging ontstaan om onderling een beetje af te spreken hoe je met elkaar concurreert. Sinds de komst van de commerciëlen is een totaal ander beeld ontstaan. Per 1 september beginnen de Holland Media Groep (RTL, Veronica, VNU en Endemol, red.) en nog een aantal nieuwe stations. De vraag is wat de kijkers en luisteraars dan gaan doen. Want die beslissen alles in deze strijd.”

De omroepen zijn al maanden aan het worstelen met die samenwerking. Hoe moet die er volgens u concreet uitzien?

“Die zal moeten plaatsvinden op zowel zakelijk als inhoudelijk terrein en niet alleen binnen het net, maar ook tùssen de netten. Mijn ideaal is: één publieke omroep die intern ruimte geeft aan de verscheidenheid van opvattingen die binnen de Nederlandse samenleving bestaat. Men heeft het dan al snel over een 'BBC-model' of een 'nationale omroep'. Het aantrekkelijke daarvan is dat het om één organisatie gaat. Alleen bestaat bij het Nederlandse model ook ruimte voor verscheidenheid binnen die ene organisatie. Die verscheidenheid moet je ook zien te handhaven in de programmering, het opstellen van de programmaschema's.”

“Hoe de samenwerking er inhoudelijk uitziet, bij het maken van de programma's, hangt helemaal af van de netbespelers zelf. Ik ben er helemaal geen tegenstander van als de een wat harder loopt dan de ander. Samenwerken gaat nou eenmaal makkelijker wanneer je vanuit betrekkelijk dicht bij elkaar liggende uitgangspunten werkt, zoals op Nederland 1 en Nederland 3 het geval is, dan wanneer dat wat verder uit elkaar ligt, zoals op Nederland 2. Als je uiteindelijk allemaal maar hetzelfde einddoel bereikt. Dat kan best via heel verschillende paden lopen. De publieke omroep moet veel meer een samenhangend beeld creëren. Ieder net moet een herkenbaar gezicht krijgen, waarmee de kijker zich kan identificeren.

De kijker moet kunnen zeggen: 'dat is mijn net'. De tijd waarin men zich vereenzelvigde met een omroepvereniging is voorbij. Dat clubgevoel bestaat bij de omroepen allang niet meer, behalve misschien bij de EO en de VPRO. Bij de nieuwe omroepen, zoals Veronica, is er van zo'n binding al helemaal geen sprake. Dat is niet meer dan een abonnement op een omroepblad. Het oude clubgevoel moeten we nu bij de publieke omroep als geheel zien te kweken. Want in de concurrentieslag op de kijkersmarkt gaat het erom dat je die eigen club bij je houdt. In de tijd van de verzuiling ging dat vanzelf. Nu dat is weggevallen moet je daar zelf iets voor in de plaats stellen. De publieke omroep moet in al zijn verscheidenheid meer samenhang vertonen. Net als bij een krant. De publieke omroep als geheel staat voor 'de krant'. De verschillende netten zijn dan de katernen en de omroepen de artikelen op de pagina.''

Maar door de gedwongen zenderindeling moeten omroepen die helemaal niets met elkaar hebben nu ineens gaan doen alsof ze een gezamenlijk 'clubgevoel' hebben.

“Ja, maar zo kan het vaak beginnen. Eerst word je gedwongen samen te werken, terwijl je liever bij het oude bleef. Maar als je elkaar dan beter leert kennen, ga je er toch een beetje aardigheid in krijgen. Ook verstandshuwelijken kunnen ontzettend goede huwelijken opleveren. Alleen al het inzicht dat het niet anders kan concentrates the mind wonderfully.”

Nog steeds praat Hilversum over de 'weeffout' op het tweede net. Is het inderdaad niet logischer de EO en de Avro van plaats te laten wisselen?

“Tot nu toe zijn er geen overtuigende redenen om dat weer helemaal open te breken. Maar als daar nu ineens weer van beide kanten heel duidelijk om wordt geroepen... In principe is het een gepasseerd station. Maar er zijn stations waar je twee keer langs komt.”

“Voor mij hoeft het evenwicht op elk net niet precies hetzelfde te zijn. Want wat heb ik aan drie dezelfde zenders? De omroepen moeten per net hun eigen stempel kunnen drukken op de programmering. Dat blijft belangrijk, dat is de worteling in de samenleving. Maar we moeten de kwestie rond de signatuur niet verwarren met de verantwoordelijkheid voor de organisatie als geheel. Een denkfout die nu vaak wordt gemaakt. De publieke omroep heeft een sterk centraal bestuur nodig. Nu lijkt het wel een Poolse landdag.”

“Een onafhankelijke zender-directeur moet de programmering per net regelen. Daaruit vloeit logischerwijs een zendmachtiging per net voort. In die netconcessies kunnen de posities van de verschillende omroepverenigingen worden gewaarborgd. Het gaat om de principiële vraag: waar ligt de zeggenschap? Nu ligt het zwaartepunt van de macht bij de verenigingen, omdat zij de zendmachtiging in handen hebben. Ik vind dat het zwaartepunt moet liggen bij de programma-organisatie. Bij het centrum en niet bij de verscheidenheid. De negen koninkrijkjes die we nu hebben moeten fuseren tot één staat.”

De zenderdirecteuren spelen bij zo'n fusie een belangrijke rol. Uit welke kring moeten die komen?

“Dat zijn problemen die eigenlijk niet interessant zijn. Typisch van die dingen die spelen bij een overgangssituatie. Ik vergelijk het altijd met de fusie rond het CDA. Die heeft heel lang oprispingen vertoond rond de verschillende bloedgroepen. In het begin was het nog van belang welke achtergrond iemand had, maar na enige tijd deed dat er helemaal niet meer toe. Bij de publieke omroep zal dat ook zo gaan. Naarmate de identiteit van een net groeit, zal niemand zich meer afvragen uit welke kring de zenderdirecteur komt. Het hangt er helemaal vanaf vanuit welk perspectief je het bekijkt. Ik begrijp best dat je als omroep bij wijze van spreke als een mier voor die enorme molshoop staat. En dat je denkt: 'da's een end'. Maar als je samen een vijand hebt te verslaan ga je toch niet zeuren over welke clan de aanvoerder mag leveren? Dan zet je toch gewoon de beste in?

Wanneer zegt u: als jullie er nu nog niet zelf uitkomen grijp ik in?

“Ik ga er van uit dat er op dit moment al goed wordt samengewerkt. Nederland 1 en 3 verzekeren mij er voortdurend van dat het onzettend lekker loopt. Op Nederland 2 zijn ze er nog niet helemaal uit. Maar je kunt het ook met elkaar eens zijn, als je weet waarover je het oneens wilt zijn. Ik reken de publieke omroep uiteindelijk af op twee criteria. In de eerste plaats: wat zijn de resultaten? Weet de publieke omroep zich staande te houden op die kijkersmarkt? Want ik vind dat de publieke omroep geen elite-omroep moet worden, waar nog maar vijf procent van de Nederlanders naar kijkt.”

“In de tweede plaats is er een inhoudelijke toets. Dat is natuurlijk minder makkelijk te meten. En dan heb ik het over de waardering en de kwaliteit van de programma's. In hoeverre gedraagt de publieke omroep zich anders dan de commerciëlen? Want dat is uiteindelijk de reden waarom ze nu anders betaald worden.”

Er is lange tijd gezegd dat de publieke omroep minstens 50% op de kijkersmarkt moet behalen. Nu dreigt dat al te zakken tot 40%.

“Voor mij is de vraag niet wat gebeurt er als de publieke omroep daar onder zakt. Stel het wordt dertig procent. Moeten we de publieke omroep dan soms sluiten? Mijn uitgangspunt is dat je dan kijkt met wat voor publieke omroep je na deze vijf jaar verder wilt. Over die kwestie bestaan op dit moment veel verschillende visies. Daar zit nog geen duidelijke lijn in. Wat doen we bijvoorbeeld als we het met de financiering niet meer redden? Moet dan de omroepbijdrage omhoog? Dat lijkt me geen reële optie, daar bestaat ook geen politiek draagvlak voor. Moeten we dan het muziekcentrum sluiten of de omroeporkesten en -koren maar afschaffen? Al die scenario's bij elkaar moeten zorgen voor een brede maatschappelijke discussie over de vraag: wat willen we eigenlijk met die publieke omroep? Nu is het net een soort Hyde Park. Iedereen die maar een mening heeft klimt op een kistje. Het is mijn eerste taak om te zorgen dat die discussie, die nu ook in de politiek speelt, duidelijk wordt.”

Heeft u daar zelf dan geen ideeën over?

“Die heb ik wel, maar het is in deze opzet niet verstandig om me daar over uit te laten. Ik wil een onderzoekscommissie samenstellen om de verschillende opties te onderzoeken. Dat heeft tijd nodig. Als we daarmee dit najaar beginnen, heb ik in de loop van volgend jaar misschien wat helderheid.”

Is dat niet te laat? Volgens de prognoses gaan na volgend jaar de Ster-inkomsten al dalen. U wilt dus eerst nog eens een jaar onderzoek doen, terwijl intussen het hele bestel in elkaar stort.

“Ik zeg ook niet dat het zo prima gaat, dat er niets aan de hand is. Daarom is die concessie ook teruggedraaid van tien naar vijf jaar. Omdat je niet na tien jaar uit de tunnel moet komen om te ontdekken dat je niet meer bestaat. Maar een groot bedrijf dat een gevecht moet voeren, moet je ook zekerheid bieden, rust. In barre tijden kunnen we nog een heel eind komen door het inzetten van onze omroepreserves. Dat is inderdaad geen structurele oplossing, maar daar kunnen we dat Ster-gat voorlopig mee dichten. En stel dat die Ster-inkomsten echt heel dramatisch door de bodem zakken. Ja, dan zitten we natuurlijk meteen de volgende dag in Hilversum en zeggen: 'jongens, het is nu tijd om ècht hard te gaan optreden'. Maar dan zal ook iedereen dat met me eens zijn. Want dan liggen de harde cijfers op tafel. Als ik alle prognoses bij elkaar optel, weet ik best dat daarover een grote mate van onzekerheid bestaat. Het kan tegenvallen.”

Hoe lang gaat u nog zitten afwachten?

“Het punt is, op dit moment kan ik nog niks doen. Als ik wil ingrijpen, heb ik daar een wetswijziging voor nodig. Niet dat dat juridisch-technisch gesproken zo ingewikkeld is. De ambtenaren op mijn ministerie zijn op dit moment al op volle toeren bezig om dat voor te bereiden. Waar het om gaat, is dat daar voldoende draagvlak voor moet bestaan. Dat is een politieke inschatting. De nieuwe wet kan er in september al liggen. Maar als de publieke omroep het daarna, ondanks de onderlinge samenwerking, nog niet redt, is de nood aan de man. Dan blijven wij echt niet zitten in dat brandende huis.

Dat treedt het ramp-scenario in werking.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden