A.F.Th. keert terug naar zijn cyclus De Tandeloze Tijd

In A.F. Th. van der Heijdens nieuwe roman 'Kwaadschiks' krijgt Ernst Quispel, een Amsterdamse strafpleiter die zich medio jaren tachtig regelmatig onderdompelde in drinkgelagen, de kans om zich te revancheren voor een grove nalatigheid die hem toen op een schorsing kwam te staan. Wie 'Advocaat van de hanen' nog paraat heeft zal zich herinneren dat Quispel, om zijn eigen hachje te redden, belangrijke informatie heeft achtergehouden in de zaak van een door hem verdedigde, in de politiecel overleden activist.

Nu, in 2015, doet zich het omgekeerde voor. Ten gunste van een tot levenslang veroordeelde cliënt zou Quispel een herziening van diens proces kunnen eisen. Een van de twee ten laste gelegde moorden is namelijk door iemand anders gepleegd. Met een door hem afgedwongen revisie van het vonnis zou Quispel niet alleen recht doen gelden aan de vermeende dader, maar ook zijn eigen, licht besmeurde blazoen kunnen oppoetsen.

Maar ditmaal laat hij moraal boven carrière gaan. In het besef dat het de voorkeur geniet om de onverbeterlijk gebleken moordenaar voorgoed achter de tralies te laten zitten, hangt hij zijn toga aan de wilgen en doet welbewust afstand van zijn status als mediagenieke society-advocaat.

Met deze wending eindigt een thriller waarvan de ontknoping al is onthuld in de proloog. Het bederft de spanning niet, integendeel. In 'Kwaadschiks' komt het immers niet zozeer aan op het wat, maar veel meer op het hoe; niet alleen wat het verloop van de gebeurtenissen betreft, maar ook hoe die door rasverteller Van der Heijden worden opgeroepen.

We schrijven zomer 2008. Amsterdam is opgeschrikt door de gewelddadige dood van een politieagente en een onderhoudsmonteur. (De schrijver liet zich bij dit gegeven inspireren door de zaak rond de Amstelveense politie-agente Gabriëlle Cevat die in dat jaar op klaarlichte dag de 49-jarige gewelddadige crimineel Franklin Falconi aanhield en pardoes door hem werd doodgeschoten.)

Op de dag van de uitvaart bevindt advocaat Quispel zich in het gezelschap van de gearresteerde moordenaar, de 48-jarige Nico Dorlas. Die heeft besloten om zich tijdens de verhoren op zijn zwijgrecht te beroepen, een handelwijze die in schril contrast staat met zijn ongebreidelde woordenvloed die bij wijze van feitenrelaas over ons wordt uitgestort. Anders dan de inmiddels afgekickte (maar weldra weer recidiverende) Quispel is Dorlas een verschrikkelijke zuipschuit. Van de vroege ochtend tot het holst van de nacht laaft hij zich aan de wodka, zijn spraakwater bij uitstek. Lange tijd heeft hij in zijn professie, het bedenken van reclamecampagnes en de daarmee gepaard gaande slogans, baat bij zijn flux de bouche gehad. Maar nu is de maat letterlijk vol.

Sinds hij als puber bekneld raakte in de puinhopen van een gebroken gezin is Nico overgeleverd aan een dwangmatige verlatingsangst. Die probeert hij de baas te worden door niet alleen zichzelf te overschreeuwen, maar door ook met de nodige stemverheffing zijn partners en losse scharrels te terroriseren, en als dat niet helpt: ze te mishandelen. Hij is er al eens voor veroordeeld, maar dat heeft niet verhinderd dat hij telkens in dezelfde fout vervalt.

Op deze zomerdag is Nico nog zo beschonken van de vorige avond dat zijn chef, die sowieso al zint op het ontslag van de lastpak, hem vrijaf geeft om zich te verzoenen met zijn stervende vader. In plaats daarvan gaat Nico de gangen na van zijn geliefde Desy, die hij - niet ten onrechte - van ontrouw verdenkt.

Het is maar een van de vele verwikkelingen in een kluwen dat pas tot ontknoping komt nadat er twee doden gevallen zijn. En dan is onze held nog niet eens toegekomen aan wat hij, naar voorbeeld van het legendarische paar Tristan en Isolde, de 'liefdesdood' noemt, een door hem zelf bewerkstelligde entree tot het 'Rijk van de Stilte' waar hij en Desy voorgoed één kunnen zijn en hij bovendien verlost is van zijn obsessieve geratel. 'Alleen zo zou hij de verlatingsangst voor eeuwig de baas kunnen worden.' Niet dus. Nico blijft een dolende en verdoemde ziel, veroordeeld tot zijn eigen hel.

De in 'Kwaadschiks' onthulde gebeurtenissen omvatten (net als in 'Ulysses' van James Joyce, duidelijk een van Van der Heijdens voorbeelden) vierentwintig uur, maar die worden zo gedetailleerd beschreven dat je met een zelfde hoeveelheid leestijd beslist niet uitkomt. Dat is heel bewuste opzet. Met Nico, spil en motor van het verhaal, ondergaan we dit etmaal als was het een half leven. Hij heeft die gewaarwording te danken aan zijn vermogen om de dag vol te proppen 'met drank, avonturen, werkplannen, twistgesprekken, autoritten en filosofische mijmeringen in een zelfgegraven zitkuil.' Zo weet hij zijn bestaan op te rekken tot over de grens die werkelijkheid en droom van elkaar scheidt.

Wat Nico hier op zijn manier praktiseert is een variant van wat in eerdere delen van 'De tandeloze tijd' 'leven in de breedte' heet. Albert Egberts weet zich toegang tot die staat van zijn te verschaffen met behulp van het vermogen om het hier en nu naadloos samen te laten overvloeien in herinneringen aan eerdere levensfasen. Daarmee laat hij zich kennen als de met creatieve verbeelding begaafde persoonlijkheid die het na jaren van leegloop tot gevierd toneelschrijver weet te brengen, en zich in die hoedanigheid laat kennen als alter ego bij uitstek van de almachtige dramaturg en regisseur Van der Heijden.

Dat Nico Dorlas ook het een en ander gemeen heeft met de jonge Albert Egberts, en dan vooral de Albert die blijkens 'Vallende ouders' (1983) en 'De gevarendriehoek' (1985) van de wereld is geraakt door een giftige cocktail van alcohol, erotomanie, jaloezie en seksuele onmacht, worden we gewaar in de roman 'Kastanje a/d Zee'. Hoewel het in 'De tandeloze tijd' nooit ontbrak aan purperen passages waar de stoom van afsloeg, horen de beschrijvingen van duo- en trioseks die hier de revue passeren tot de meest intense die Van der Heijden ooit schreef. Het is superieure porno met ruime aandacht voor de vrouwelijke seksualiteit.

Tegelijk is dit zevende deel van de cyclus veel soberder qua stijl en orkestratie dan het breedsprakig opgezette en breed uitwaaierende 'Kwaadschiks'. Wanneer je al kritiek zou mogen hebben op die imposante roman, dan is het dat niet alleen hoofdpersoon Nico Dorlas hier redekavelt als een goedgebekte conferencier, maar dat alle andere personages met hem strijden om de trofee voor de Meest Gevatte Debater. Alsof eigenlijk iedereen in deze roman behept is met ADHD. Maar voor de lezer heeft dat nadeel ook zijn voordeel, want die laat zich maar al te gewillig meesleuren in een vloeiende roman die zich van de ene stroomversnelling naar de andere rept, bijna 1300 bladzijden lang.

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks

De Bezige Bij; 1296 blz. euro 29,99

A.F.Th. van der Heijden: Kastanje a/d Zee

Statenhofpers; 223 blz. euro 125

Waar stap je in als je nu pas instapt?

In van der Heijdens met de P.C. Hooftprijs bekroonde oeuvre, dat meer dan zestig titels telt, vormt de cyclus 'De tandeloze tijd' het hoogte- én het zwaartepunt. De schrijver begon aan dit megaproject in 1977, geïnspireerd door een interview met een Amsterdamse junk die zijn heroïnegebruik bekostigde door geparkeerde auto's leeg te roven. Het gegeven speelt een belangrijke rol in 'De slag om de Blauwbrug' (1983), de ouverture tot een groots, inmiddels zeven delen omvattend epos over de Nederlandse samenleving vanaf 1950, het geboortejaar van hoofdpersoon Albert Egberts.

In zijn hoedanigheid van 'working class hero' staat Albert Egberts model voor al die babyboomers die na de wederopbouw in ruime mate konden profiteren van de wel voorziene verzorgingsstaat, maar die na de euforische jaren zestig ontgoocheld of cynisch op hun finest hour terugkeken. Als eerste telg uit een arbeidersgeslacht krijgt Albert de kans om naar de universiteit te gaan. Ingeschreven als student filosofie zinkt hij weldra weg in een peilloze lethargie, en raakt uiteindelijk aan de drugs. Pas na zijn dertigste weet hij zijn leven op orde te krijgen en zijn sluimerende literaire plannen wakker te kussen.

Alberts onvermogen om iets van het bestaan te maken contrasteert met de maatschappelijke onrust die Amsterdam omstreeks 1980 in de greep houdt. Op de dag dat koningin Beatrix wordt ingehuldigd, raakt hij tegen wil en dank betrokken bij de zwaar uit de hand lopende rellen. In 'Advocaat van de hanen' (1990), het vierde deel van 'De tandeloze tijd' waarin Albert een bijrol vervult naast hoofdrolspeler Ernst Quispel, draait de plot rond een juridische kwestie die is gemodelleerd naar de geruchtmakende dood van kraker Hans Kok.

Inclusief de nu verschenen delen zes ('Kwaadschiks') en zeven ('Kastanje a/d Zee' in bibliofiele uitgave) omvat de cyclus bijna vijfduizend bladzijden. De schrijver heeft nog twee vervolgdelen aangekondigd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden