9 april 2011, het leek zo'n stralende middag

Zaterdag vijf jaar geleden schoot Tristan van der V. in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn zes mensen dood. Predikanten Meindert Burema en Herma Kamphuis kijken terug op de angsten en het verdriet van toen.

Zodra Meindert Burema het klapwieken van overvliegende helikopters hoort, krijgt hij over zijn hele lijf kippevel. Dat geluid neemt de predikant telkens vijf jaar terug naar de prachtige lentedag in 2011 die werd verscheurd door Tristan van der V. die zijn halfautomatische geweer leegschoot op willekeurige passanten. Bij het bloedbad dat hij in drie minuten aanrichtte, vielen zes doden. Zeventien mensen raakten gewond.

Al snel na de aanslag openden Burema en zijn vrouw Herma Kamphuis, eveneens dominee, de deuren van hun kerk De Bron die op een steenworp van het winkelcentrum Ridderhof ligt. In korte tijd zat het gebouw vol met totaal ontredderde mensen die volkomen in shock waren van wat zij hadden gezien en gehoord.

"Dat geluid van politiehelikopters is bij mij komen te staan voor de angst en het verdriet die iedereen op dat moment in zijn greep hielden", zegt Burema. Kort na de aanslag vond de politie een brief in de auto van de dader waarin hij verklaarde dat bij drie andere winkelcentra in Alphen aan den Rijn explosieven zouden liggen. "Daar kwam nog eens het gerucht bij dat er een tweede dader zou zijn, die op de vlucht was. De sfeer was ronduit onheilspellend. We wisten niet waar dit ging eindigen. We hadden niets om die mensen gerust te stellen."

In de dagen die volgden op 9 april werd Burema in actualiteitenprogramma's op tv het 'gezicht' van de wijk. "Wat we deden, was luisteren naar de verhalen van huilende mensen", zegt Herma Kamphuis. "Die mensen zaten boordevol vragen, maar de antwoorden daarop kenden we niet. We kenden de dader niet, we wisten niet waarom hij het had gedaan. Het was de vraag wie de slachtoffers waren. We voelden ons zo machteloos."

Kamphuis haalt de zeer ongemakkelijke situatie aan die ontstond toen op internet een foto verscheen van de Syrische vluchteling Nadim Youssef, die bij zijn auto op de grond lag. Wegvluchtende mensen hadden nog snel een foto gemaakt en die op Facebook gezet. "Zijn zoon Masloum dacht dat hij hem herkende. Nadim nam ook de telefoon niet meer op. Officieel werd pas laat bekend wie de slachtoffers waren. Pijnlijke toestanden waren dat."

undefined

Huilende buurvrouwen

Vijf jaar later hebben Burema en Kamphuis nog steeds een duobaan bij wijkgemeente De Bron. Ze kennen inmiddels de mensen in hun buurt veel beter dan toen. Twee maanden voor de schietpartij werkten zij nog bij een kerk in Den Haag. Het waren drukke weken geweest en zij keken die stralende zaterdagmiddag uit naar een bezoek aan het tuincentrum om perkgoed in te slaan.

Voor het vertrek zaten ze nog even op het balkon van het zonnetje te genieten toen het buiten onrustig werd. Kamphuis: "Buurvrouwen, die we nog niet kenden, zagen we elkaar huilend in de armen vallen. We keken elkaar lachend aan: is dat gewoon hier? We vingen toen woorden op als 'schietpartij' en 'Ridderhof'. Toevallig waren we een week daarvoor in dezelfde wijk bij een afrekening twee mensen doodgeschoten. 'Waar zijn we in beland?', dachten we nog."

De gebeurtenissen van die dag haalden alle nieuwszenders van de wereld. Het bloedbad plaatste Alphen aan den Rijn in het rijtje Enschede, Volendam en Apeldoorn. Volgens Burema is dat niet helemaal terecht. Een belangrijk verschil vindt hij dat dader en slachtoffers allemaal uit dezelfde buurt kwamen. "Het was een wijkgebeuren. Staat de schietpartij bij veel Nederlanders in het geheugen gegrift? De schok misschien wel. Ik heb gemerkt dat bij mensen buiten Alphen geen lampje gaat branden bij de datum 9 april. Hier weet iedereen wat je bedoelt. 9 april is de 'nine eleven' van Alphen."

undefined

Bij de kassa

Voor het interview laat Burema zien waar op 9 april de hel losbrak. Op het parkeerterrein aan de achterkant van het winkelcentrum wijst hij naar de plek waar Tristan zijn Mercedes die ochtend om twaalf uur parkeerde. "Ik doe hier nog steeds de boodschappen en elke keer zie ik daar in gedachten de Mercedes van de schutter staan", zegt Burema. "Ik kan niet naar de Albert Heijn gaan zonder te kijken naar de plek bij de kassa's waar hij zichzelf doodschoot."

Waarom hij dat punt uitkoos om te sterven is volgens Burema onbekend "Waren zijn kogels op? Nee. Hij had nog wel even verder kunnen gaan. Er is niemand die het weet", zegt hij licht ontredderd. "Het was een buitengewoon getroebleerde geest. Daar moeten we het, vrees ik, mee doen. Voor veel betrokkenen is dat moeilijk te accepteren."

Het winkelcentrum Ridderhof is volgens Burema sinds die dag in 2011 weinig veranderd. "Het was toen al gedateerd", zegt hij om zich heen kijkend, "en dat is eigenlijk alleen maar erger geworden". Het centrum draagt alle kenmerken van de bouw van de jaren zeventig. Ondanks een smalle matglazen kap zijn er overal donkere hoeken. De gangen zijn smal, het plafond is laag. Op veel ramen van leegstaande panden hangen plakkaten met het opschrift 'Te Huur'.

Op het moment van de aanslag verkeerden veel winkels, zeker die van zelfstandige ondernemers, al in zwaar weer. De schietpartij was de druppel, volgens Burema. "Het voor zijn plezier winkelend publiek meed daarna het centrum. Wij zijn, net als veel anderen, juist bewust altijd daar onze boodschappen blijven doen, maar dat was niet genoeg om de winkels overeind te houden. Er waren ondernemers tegen calamiteiten verzekerd, anderen ook niet. Voor hen was het grote strop."

undefined

Permanente rouw

De tien dagen na de schietpartij zijn Kamphuis en Burema permanent in touw geweest. "Veel mensen dachten dat zij op maandagochtend gewoon weer aan het werk konden, want het gevaar was immers geweken", zegt Kamphuis. "Maar dat werkte niet. Zij kwamen bij slachtofferhulp terecht en ook vaak in De Bron, waar de deuren de hele dag openstond voor mensen om hun verhaal te doen."

Dat waren volgens Kamphuis vooral 'oorgetuigen'. "Zij hadden de schoten gehoord en de totale paniek ervaren die op dat moment uitbrak. Zij waren als gekken gevlucht, maar hadden geen slachtoffers of doden gezien. Vervolgens dachten zij: 'Ik ben niet geraakt en ben dus ook geen slachtoffer, met mij loopt het wel los'. De gevolgen van die extreme spanning hadden zij onderschat. Daarnaast kregen die mensen last van een schuldgevoel, omdat zij daar op dat verkeerde moment ook hadden kunnen lopen. Het duurde een tijd voordat mensen dat gevoel durfden te onderkennen."

Tot hun verrassing hadden de twee supermarkten - naast Albert Heijn had ook C1000 er een filiaal - al een paar uur na de schietpartij hun eigen traumateam met psychologen klaarstaan. Zij kregen een eigen ruimte in De Bron om hun personeel te behandelen.

"Verder waren er veel huilende mensen. Personeel van kleine winkels die zich na enige tijd realiseerden dat zij alles zo maar hadden achtergelaten, hun tassen en de kassa. Zij mochten natuurlijk niet terug, want alles was afgezet. Met moeite konden we hen ervan overtuigen dat dat later allemaal goed zou komen, dat zij zich daarover geen zorgen hoefden te maken", zo vertelt Kamphuis.

De kerkdienst die voor de volgende dag gepland stond kon geen doorgang vinden. "Van een politieman kregen we zaterdagavond te horen dat de kerk een 'plaats delict' was en dat het houden van een dienst uitgesloten was. We weken uit naar een andere kerk in Alphen, de Goede Herder Kerk. Die volgende ochtend gingen we door een haag van camera's naar binnen. We waren in een heel andere wereld terechtgekomen."

Er werd die dagen veel gezamenlijk stilgestaan bij de onbevattelijke gebeurtenissen, zo herinnert Kamphuis zich. "We hebben hier een bidkapel en die werd door veel mensen bezocht. Op een vrijdagavond hadden we een wat grotere bijeenkomst in de kerk. We hebben toen bewust zeven kaarsen aangestoken, zonder overigens namen te noemen. We wilden geen oordeel uitspreken over de daden van Tristan, hoe verschrikkelijk die ook waren. Het was duidelijk dat die jongen heel ziek in zijn hoofd moet zijn geweest."

undefined

Brief

Spijtig vinden de predikanten nog altijd dat officier van justitie Nooy reeds een paar dagen later elementen voorlas uit een brief die Tristan had achtergelaten, waaruit de conclusie werd getrokken dat de aanslag religieus gemotiveerd was. Zij zei dat hij 'God een lesje had willen leren' en dat 'God niet goed voor zijn schepping had gezorgd'. Dat waren losse flodders die meer vragen opriepen dan antwoorden. Daar was niemand mee geholpen." De inhoud van de brief is later nooit vrijgegeven.

Later volgde de grote publieke herdenking in theater Castellum in het centrum van Alphen aan den Rijn. Kamphuis en Burema kijken elkaar aan voordat zij daarover gaan praten.

"Die vonden we eerlijk gezegd 'te glad', zegt Burema. "Castellum is een prachtig theater met heel veel pluche. Ik had het liever in een sporthal in de wijk gezien met harde stoeltjes. Nu was het een gelikte show. Er werden geen kaarsen aangestoken. Bij het noemen van een naam floepte een spotje aan dat op een van de zes zuilen op het podium stond gericht. Wie verzint zoiets? Het ontbrak aan rauwheid. Het werd pas emotioneel toen een van de getroffen winkeliers aan het woord kwam. Je kunt het een vorm van beroepsdeformatie noemen, maar wij voelden een groot onbehagen. Ik vond dat het bij de herdenking van de vliegramp met de MH17 al heel anders ging, veel persoonlijker, dichter bij de mensen."

Wat volgens de predikanten iedereen veel goed deed was het optreden van toenmalig koningin Beatrix en prins Willem-Alexander. Kamphuis: "We zagen van dichtbij hoe die mensen werkelijke troost kunnen bieden door hun houding en hun status. Heel fascinerend. Ik denk dat dat bij de verwerking van al dat leed heel belangrijk is geweest."

undefined

Balans zoeken

Ooit zullen de gebeurtenissen van 9 april in Alphen slijten, maar Burema en Kamphuis denken niet dat dat op korte termijn zal gebeuren. De burgerlijke gemeente organiseerde op gezette tijden nog bijeenkomsten. "Dat was een legitieme aanleiding voor mensen om daarover te praten. Voor de een praat je er te vaak over en voor de ander te weinig. Het is een kwestie van balans zoeken."

Kamphuis heeft nog altijd intensief contact met Hannah Postma, de vrouw die door een van de kogels een dwarslaesie opliep en met een rolstoel door het leven moet. Zij is lid van de kerk De Bron.

Kamphuis: "Zij heeft zich nooit slachtoffer gevoeld. Er is bij haar veel kapotgemaakt. Maar ze zegt altijd dat er nog meer kapot gaat als je altijd in angst blijft leven. Daar hebben we dus heel veel bewondering voor. Maar niet iedereen is zo sterk."

De rechtszaken die naar aanleiding van de aanslag zijn heeft gevoerd voor een tweedeling bij slachtoffers gezorgd, zo merken Burema en Kamphuis. Dat een groep slachtoffers de gezamenlijke herdenking mijdt, betreuren zij ter zeerste.

"Er zijn mensen die forse schade hebben geleden door de schietpartij. Zij zijn door de trauma's die ze hebben opgelopen hun baan kwijtgeraakt of arbeidsongeschikt geworden. Niet alle schade is vergoed en dat veroorzaakt spanningen. Dat is aan de oppervlakte niet zichtbaar, maar dat voel je wel."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden