9/11 en de doorgeschoten veiligheid

De aanslagen van 11 september 2001 raakten ons denken over veiligheid, stelt historicus en terrorismedeskundigde Beatrice de Graaf. Met dank aan de media én aan ons onvermogen om risico's te aanvaarden. Maar de prijs voor de 'securitisering' is te hoog.

BEATRICE DE GRAAF

We zijn nog maar een decennium opgeschoten in de nieuwe eeuw, en het lijkt er toch al sterk op dat de instortende torens van het World Trade Center net zo'n plaats zullen innemen in de geschiedenisboeken als de val van de Muur.

De aanslagen van 9/11 markeren een breuk in de chaotische geschiedenis na het einde van de Koude Oorlog. Wisten we in de jaren negentig nog niet goed welke kant we op moesten kijken, na die 11de september was de richting ineens glashelder: terrorisme was de nieuwe dreiging.

Als historicus kan ik daar natuurlijk wel een kanttekening bij maken. Deze aanslagen kwamen voor ons westerlingen uit de lucht vallen, maar voor de burgers van Jemen, Somalië, Dhahran, Nairobi en Dar es Salaam waren ze slechts een incident in de opklimmende schaal van bloedige aanslagen. De opkomst van religieus terrorisme, van islamisme en van een groeiende polarisatie tussen de Oriënt en de Occident dateerden al vanaf 1979. Maar die tegenstellingen werden toegedekt door de westerse focus op de tegenstelling tussen het Oost en West van de Koude Oorlog.

Toch vormt 9/11 een breuk. Misschien niet zozeer door het aantal slachtoffers en de aanslag als zodanig. Maar wel door de perceptie ervan en de reactie erop. De aanslagen van september 2001 bevestigden en bespoedigden drie grote omslagen in de wereldgeschiedenis.

9/11 betekende allereerst een verheviging van de beeld- en mediarevolutie. De beelden van de val van de Muur, van de oorlogen op de Balkan en in de Golf, de flakkerende camerabeelden van de 'slimme' Scud-raketten op weg naar hun doelwit: ze werden weggevaagd door het grote drama van Manhattan.

In het nieuwe persmuseum in Washington worden op metershoge schermen doorlopend beelden vertoond van de vuurballen nadat de vliegtuigen de torens invlogen, van de rookwolken die opstegen, de kleine vallende snippertjes ¿ mensen die uit de ramen sprongen ¿, de torens die ineenzegen....Die beelden bevestigden dat we in een nieuw tijdperk waren beland, in een wereldwijd decennium van angst en van ongelimiteerde dreiging, zoals de Britse media-socioloog Frank Furedi herhaaldelijk vaststelde.

De generatie van 9/11 is opgegroeid met die beelden op het scherm van hun computer en televisie. En gaven die vervolgens zelf door. Het is de generatie die nieuws niet alleen ontvangt, maar zelf vormgeeft en produceert met behulp van smartphones, facebook en twitter. Die razendsnelle verspreiding van nieuws, die explosie van het aantal nieuwskanalen, sociale media en nieuwsproducenten heeft geleid tot een schaars goed: aandacht. Televisiezenders concurreren om aandacht. Dat doen ze door drama, schok, leed en tragiek uit te vergroten. 'Het enige waar media op uit zijn, zijn de dramatische aspecten van een goed verhaal', aldus internetgoeroe Gabriel Weiman. 9/11 was daarvan het begin- en hoogtepunt. 9/11 werd het format, de beeldtaal waaraan nieuwe aanslagen werden gelieerd. In de strijd om kijkcijfers, om aandacht, loonde het om de aanslagen, de slachtoffers, de nabestaanden, de daders eindeloos uit te melken en mogelijke nieuwe aanslagen met beelden van 9/11 kracht bij te zetten.

9/11 was in de tweede plaats de bevestiging van de sociologische verandering die Ulrich Beck in 1986 en met nog meer nadruk in 2007 vaststelde: we zijn in een 'Weltrisikogesellschaft' aangekomen. Hij betoogde dat de welvarende samenlevingen in het vrije Westen niet meer konden omgaan met persoonlijk ongeluk, falen of tegenslag. Het denken in termen van individuele ontplooiing en maakbaarheid sloeg door: pech en tragedies werden niet meer geaccepteerd. Moderne burgers dekten zich niet alleen zelf steeds beter in tegen schade, overlast of ongeluk, maar eisten in toenemende mate ook van hun staat vrijwaring van dreiging en schade. Volgens Beck gaan sociale conflicten in de huidige wereld dan ook steeds minder over de verdeling van welvaart en steeds meer over de verdeling van risico's.

9/11 gaf in de derde plaats de aftrap voor het proces van 'securitisering': veiligheid kwam hoog op de agenda te staan. Het was een vondst voor politici die bij gebrek aan pakkende, collectieve visies op het publieke belang niet meer wisten waarvoor ze hun kiezers warm konden maken.

Veiligheid werd de nieuwe utopie, zoals bijzonder hoogleraar veiligheid en burgerschap Hans Boutellier in 2005 vaststelde. In een cultuur die enerzijds vitaal is maar aan de andere kant ook vol zit met moreel onbehagen en onveiligheidsgevoelens, is gegarandeerde veiligheid het toverwoord voor goede verkiezingscijfers. Voor aandacht, voor steun en voor een geheide publicitaire overmacht op de oude linkse tegenstander die nog wat stamelt over burgerrechten, privacy en vrijheid. Wie wil er nu niet méér veiligheid? 'Ik heb niets te verbergen' is de slogan van de facebook-generatie, dus kom maar op met al die nieuwe camera's, elektronische dossiers, lijsten en bodyscanners.

Dat alles zien we in de Verenigde Staten in extreme mate terug. Maar ook Nederland kon er afgelopen jaren wat van, zeker na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004, al was de ontwikkeling al eerder begonnen. Na de Koude Oorlog voltrok zich op binnenlands politiek gebied al een geleidelijke 'securitisering'. Heel belangrijk was de verbreding van het debat over 'gewone' criminaliteit ('objectieve', zoals het werd genoemd) naar sociale, of 'subjectieve' veiligheid in de jaren negentig. Was de besluitvorming over veiligheid tot in de jaren tachtig beperkt tot een kleine kring van politieke spelers, daar kwamen in de loop van de jaren negentig steeds meer spelers en partijen bij. De maatschappelijke aandacht voor veiligheid, voor veiligheidsgevoelens en slachtofferschap in politieonderzoeken nam toe.

Die ontwikkeling viel samen met de opkomst van een veel vrijer medialandschap. Furedi's en Weimans medialogica begon ook in Nederland te gelden: veiligheid deed het goed in de kranten. De leefbaarheidspartijen maakten er vanaf 1999 volop gebruik van. Ze richtten zich minder op hun politieke vijanden en meer op etnische of religieuze dreigingen.

In die jaren groeide het aantal mensen dat actief was in het veiligheidsdomein enorm. Nieuwe partijen, politieke en private, bepaalden de zorg om en over de veiligheid. De overheid en de gezagsorganen schakelden daarbij allerlei partijen in, van ngo's tot scholen, woningbouwverenigingen en voetbalclubs.

In de links-liberale ideëenwereld van de paarse kabinetten van de jaren negentig diende 'de burger' zelf 'verantwoordelijkheid te nemen'. De cruciale overheidstaak van zorg voor de veiligheid werd uitbesteed, samengevat in termen als 'horizontalisering van de veiligheidsaanpak'. Dit vond zijn rechtvaardiging in de sterke stijging van de criminaliteit sinds 1980 en het feit dat de overheid hier tekortschoot.

De aanslagen van '9/11' zorgden er vervolgens voor dat veiligheidsbeleid letterlijk bovenaan de agenda kwam te staan. De aanslagen maakten ook de Nederlanders tot slachtoffer van een wereldwijde terrorismedreiging. Met beelden van vallende torens in het achterhoofd kregen passages in de Grondwet over de plicht tot bevordering van de internationale rechtsorde nieuwe invulling. De veiligheid van Nederland werd in Afghanistan en in allerlei andere mislukte staten en crisisgebieden verdedigd. De internationale samenwerking nam een hoge vlucht, waardoor Nederland ook gedwongen werd allerlei internationale veiligheidsbepalingen in nationaal recht om te zetten.

Veiligheid werd na 9/11 aldus het nieuwe ordeningsprincipe voor politiek en beleid. Eerder ging het om herverdeling van rijkdom, van solidariteit, van het bevorderen van gelijkheid of juist van meer ontplooiing en vrijheid. Veiligheid diende de onpartijdige orde en rust. Maar sinds 2001 ging veiligheid niet langer alleen over concrete dreigingen of belangen, maar over het voorkomen van risico's überhaupt. Worst case scenario's werden de drijvende krachten achter risicodenken en de aanleg van allerlei preventieve kaartenbakken en middelen, zoals de wet bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid.

De djihadistische aanslag van Mohammed Bouyeri op Van Gogh en de arrestatie van de 'Hofstadgroep' maakten die worst case scenario's concreet. Ook in Nederland lagen tientallen, misschien wel meer, polderterroristen op de loer die achter hun computer of in de moskee waren geradicaliseerd, zo dacht men. Er kwamen wetten bij en maatregelen ter voorkoming van terrorisme en gewelddadige radicalisering. In vergelijking met de jaren negentig hadden burgemeesters rond 2004 al drie keer zoveel bevoegdheden tot handhaving van de openbare orde en het voeren van crisismanagement in noodsituaties.

Maatregelen werden bovendien in een steeds vroeger stadium genomen en richtten zich niet langer op een concrete dreiging of vijand, maar op een 'onveiligheidsgevoel', ingegeven door een mogelijk risico in de toekomst. Het 'bevorderen van een veiliger samenleving' was een centrale doelstelling van de kabinetten-Balkenende I, II en III, het daaropvolgende kabinet borduurt daarop voort. De ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie kondigden aan dat ze zouden uitzoeken hoe de onveiligheidsgevoelens van burgers weggenomen konden worden.

In de 'all hazard approache' (gericht op alle risico's) van nationale veiligheid, een uitgangspunt dat in 2005 voor het eerst in een officiële 'Strategie Nationale Veiligheid' is vastgelegd, staat bescherming tegen terrorisme en criminaliteit naast preventieve maatregelen tegen droogte en overstromingen, Q-koortsepidemieën en instortende banken. De overheid gaat sinds de jaren negentig steeds meer uit van de gedachte dat met nieuwe wetenschappelijke inzichten en nieuwe technologische ontwikkelingen alles beheerst kan worden, en meent dus ook dat ze al die gevaren beter kan beteugelen. En omdat ze zich steeds meer als een bedrijfstak is gaan zien, meent ze dat ze dat ook moet. Haar klanten - de burgers - willen immers niet anders. De overheid wordt zo een onderneming in het reduceren van risico's, een bedrijfstak gespecialiseerd in collectieve voorzorg.

Marktwerking en risicobeperking zijn de nieuwe ordeningsprincipes van veiligheid geworden. Het aantal adviesbureaus, veiligheidsconsultants en terrorisme-experts vertienvoudigde. Dat is een depolitiserende ontwikkeling, die ook ideologische en culturalistische trekken heeft. Wie er kritisch tegenover staat, of in ieder geval meent dat niet de technologie of het bedrijfsleven 'integrale veiligheidsmaatregelen' zou moeten bepalen, wordt weggezet als een idealist of erger. Sinds 2000 kent Nederland voor het eerst politieke partijen die erop uit zijn om overal onveiligheid te zien, of het nu angst voor een godsdienst is, voor immigratie of voor cyberterrorisme. Via sociale media, twitter en vele webfora wordt die angst gretig verspreid.

Hierdoor heeft beleid dat gericht is op het inventariseren van onveiligheid en risico, op profileren en normeren, een hoge vlucht genomen. De gewone burger werd meer en meer voorwerp van toezicht en kreeg vaker de aansporing om toezicht te houden op medeburgers. Daarbij worden ook steeds vaker groepen burgers als geheel als risicogroep aangewezen: Marokkanen, Somaliërs, moslims, Roma en Sinti, diabetici, voetbalsupporters van ADO, Ajax en Feyenoord: de lijst is sinds 2001 behoorlijk uitgebreid. De ene groep is daarbij een logischer doelwit dan de andere.

Het is waar, we leven in een complexe samenleving, met een hoog niveau aan kwetsbaarheid voor aanvallen of aanslagen. Maar het blijft een feit dat de groepen hierboven daar niet op grond van hun daden, maar op grond van enkele algemene kenmerken terecht zijn gekomen. Niet alle ADO-aanhangers gaan rellen. Niet alle diabetici worden arbeidsongeschikt. Terroristen zijn niet automatisch moslim, dat hebben de aanslagen in Noorwegen deze zomer wel duidelijk gemaakt. De Nationale Ombudsman draait overuren om klachten over ongelijke en onfatsoenlijke behandeling (controles, identificatieplicht, invallen) te verwerken.

Maar het is te gemakkelijk alleen de overheid ervan te betichten een surveillance society te willen vestigen en een risicoloze samenleving te creëren. Ook het bedrijfsleven verdient gaarne geld aan de verkoop van veiligheidsapparatuur en dranghekken en doet mee in de tendens. Bovendien zijn het burgers zelf die liever vandaag dan morgen hun privacy, maar belangrijker, de rechtsgelijkheid inleveren voor meer veiligheid. Ze vergeten dat ze daardoor zelf ook elk ogenblik tot ander kunnen worden gemaakt, op grond van een onbeduidende afwijking van de norm, bijvoorbeeld door statistische variatie die altijd in 'risicoprofielen' aanwezig is.

Weimans medialogica speelt daarbij een grote rol. Aanslagen worden per minuut uitgezonden. Neem daarbij nog maar eens de tijd en de rust als expert, terrorismebestrijder of journalist om te zwijgen en af te wachten voordat je meelift op de golf van nieuws.

Tien jaar na 9/11 staat de bange burger centraal, met al zijn gevoels- en gemoedstoestanden, angsten en nachtmerries. Uitgever van regionale kranten en nieuwssites HDC media hield afgelopen maand een enquête over de gevoelens over de aanslagen tien jaar na dato. Bijna 90 procent van de 2619 ondervraagden denkt dat de wereld is veranderd en onveiliger is geworden. Terughoudendheid en geheimhouding rond veiligheidsbeleid lijken niet meer mogelijk. De opkomst van marktdenken in de landelijke politiek, internationale verplichtingen op veiligheidsgebied (EU, VN) en risicomanagement in het openbaar bestuur hebben die vermaatschappelijking van veiligheid versneld. Nieuwe media en de alomtegenwoordigheid van angst- en dreigingsbeelden hebben het object van veiligheidsbeleid bovendien uitvergroot en opgeblazen. 'Vroeger bang voor Russen, nu voor Marokkanen', kopte NRC in een portret over angstgevoelens in een dorpsgemeenschap. Vroeger werden er ook wel bevolkingsgroepen als veiligheidsrisico aangewezen (communisten, provo's, rechtsextremisten). Het verschil met 'vroeger' is dat steeds meer partijen, professionele en maatschappelijke organen, die angst bewust benutten, dat de maatregelen veel omvangrijker en preventiever zijn en dat de angst tot inzet van een politieke strijd wordt gemaakt.

Veiligheidsbeleid is de last van veel geluk, het is de last van een groot vertrouwen en hoge verwachtingen van een overheid die op zijn beurt de burgers te veel wil pamperen. Het is bovendien het erfgoed van de huidige Zeitgeist, die nergens meer in gelooft behalve in zijn of haar onmiddellijke belangen - die dus verdedigd en beschermd moeten worden. Opoffering of transcedentie: dat is iets voor de religieuze zeloten, de djihadisten en de lone wolves.

Is de securitisering die door 9/11 werd versneld dan onomkeerbaar? Dat ligt eraan. Ik ben geen cultuurpessimist. Het gaat erom hoeveel geld en middelen we met z'n allen aan veiligheid of risicomijding willen besteden. Het gaat er ook om dat de overheid en veiligheidsconsultants duidelijk maken dat overkoepelende veiligheid niet mogelijk is. Het is te duur. Het gaat ten koste van vrijheid en ontplooiing. Hoeveel dranghekken en bloembakken accepteren we op de braderieën en manifestaties van Koninginnedag? Hoeveel gegevens willen we nog kwijt? Het gaat ook ten koste van de sociale rust en vrede, van de gelijkheid tussen bevolkingsgroepen.

Het is tien jaar na 9/11 tijd voor een financiële, politieke en morele herbezinning op onze ideëen over veiligheid. Hoe kijken bewindslieden hier tegenaan? Er is veel geld uitgegeven, er zijn ettelijke aanslagen verijdeld. Dat is mooi. Maar politici hebben het veiligheidsverlangen van de burger soms ook bewust aangeblazen of overschat. Terwijl de sociale weerbaarheid en nuchterheid van de verschillende bevolkingsgroepen op belangrijke momenten hoog zijn gebleken.

In de genoemde enquête van HDC media melden respondenten dat 'de wereld' wel onveiliger is geworden, maar voor zichzelf hebben ze daar weinig boodschap aan. Als veiligheid de last van veel geluk is, dan is het een kwestie van tijd voordat die last het geluk overstijgt - en oplettende burgers daartegen protesteren. Dan is er daarna misschien weer ruimte voor een politiek uitgangspunt dat niet op angst en onbehagen is gestoeld.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden