81 Theunis Piersma

Interview | Theunis Piersma bouwde langs de trekvogelroutes een wereldwijd netwerk van onderzoekers die in feite de kwaliteit van de natuur meten. 'We zijn met te veel mensen op de wereld.'

Hoogleraar trekvogelecologie (1958)

Hij wil niet zeggen dat hij blij is met de huidige crisis. Maar volgens Theunis Piersma is zij onafwendbaar, en moeten we haar daarom omhelzen. "Ze kan aanmoedigen tot creativiteit en doordenken", zegt hij. In tijden van hoogconjunctuur dendert de trein maar door. "Juist deze crisis kan leiden tot duurzame innovatie."

Dit lijken grote woorden voor een hoogleraar Trekvogelecologie, die zich aan de Rijksuniversiteit Groningen doorgaans bezighoudt met het gedrag van grutto's en kanoeten. Maar niets is minder waar. Die vogels belichamen volgens hem wat er met de planeet aan de hand is. En de thermometer slaat rood uit. De populaties trekvogels nemen in omvang af en dat heeft volgens hem alles te maken met de landschappen waarin zij leven, ook, of juist, het Nederlandse landschap.

"Ik ben van jongs af aan op zoek geweest naar gebieden en systemen waar de menselijke invloed heel klein is. Liever de Wadden dan het IJsselmeer", zegt Piersma. "Het liefst was ik niet 'maatschappelijk relevant' bezig, deed graag langdurig fundamenteel onderzoek naar de werking van de échte natuur. Maar voortdurend stuitte ik vroeg of laat op maatschappelijke problemen. Er is geen ontkomen aan."

Dat langdurige fundamentele onderzoek komt in actuele discussies overigens goed van pas, merkt Piersma. Neem de teloorgang van de weide- en wadvogels. "Jarenlang hebben we in Nederland om de hete brij heen gedraaid als we zochten naar oplossingen. Het was een meningencircus geworden."

Gelukkig kon Piersma putten uit jarenlang fundamenteel onderzoek naar de eerste vier levensjaren van de grutto - van ei tot kuiken, de eerste trip naar het warme zuiden en de terugkeer in Nederland. "Minutieus hebben we dat proces gevolgd - uit ecologische wetenschappelijke interesse. Maar nu de actuele vraag gesteld wordt waarom het zo slecht met die vogels gaat, hebben we ook een wetenschappelijk antwoord. Grutto's gedijen goed in kruidenrijk grasland met een hoog waterpeil, liefst in grote eenheden. Omdat het moderne boerenland die kenmerken niet meer heeft, stort de populatie ineen." Een paar ingezaaide akkerranden kunnen dat niet voorkomen. Wat later maaien ook niet.

Eenzelfde ontdekking deed Piersma als het gaat om het onderwaterleven in de Waddenzee. Lange tijd gingen zelfs biologen ervan uit dat dynamische natuur wel tegen een stootje kan en dat mechanische kokkelvisserij acceptabel is. Daarbij werd de bodem omgeploegd. In de zee is het zand toch altijd in beweging, was de gedachte. "Gelukkig deden wij los van het zogenaamde toegepaste onderzoek op de actuele agenda al jaren onderzoek naar de bodemdieren en sedimentsamenstelling van wadplaten in de Waddenzee." Ingrijpen is juist in zulke dynamische systemen desastreus. Een mossel op de zeebodem vangt slib uit het water en in de luwte daarvan nestelen zich weer andere mosselen. Met hun ontlasting zorgen mossels naast de bank voor een modderbodem en daar vestigen zich weer kokkels. "Door het enorme zwaan-kleef-aan-effect ontstaat een grote biodiversiteit. Schraap je die populaties weg, dan duurt het herstel van die rijkdom weer jaren. En dan kun je je de pleuris planten met zeegras, zolang het water troebel blijft krijgt dat gras te weinig licht."

Wil Nederland mosselen of kokkels uit de Waddenzee, dan zullen de vissers zich volgens Piersma als gast in de natuur moeten opstellen, en rekening moet houden met de processen onder water. Hetzelfde geldt voor de agrarische sector, al wil hij de Nederlandse weides en akkerlanden geen natuur noemen, maar cultuurlandschap. "We staan wel voor de vraag wat de kwaliteit van dat cultuurlandschap nog kan zijn."

Piersma reist als spin in een internationaal netwerk, waarbinnen de trekvogelbewegingen worden vastgelegd, de hele wereld rond. Overal waar het met wad- en weidevogels ecologisch minder gaat, vragen ze zijn adviezen. "De hele wereld wil Piersma", zegt hij grappend. En hoewel de locaties erg van elkaar verschillen, is de oorzaak van de slechte omstandigheden overal hetzelfde. "We zijn met te veel mensen op de wereld, en die willen individueel ook nog eens te veel. De vraag is hoe we dat oplossen."

Piersma brengt zijn verhaal terug naar de Nederlandse landbouw: een top-sector, maar die topklasse slaat alleen op ons vermogen een maximale productie te bereiken op een minimaal grondoppervlak. "Maar dat is toch geen tóp? Veel negatieve effecten zijn niet verdisconteerd. In het boerenland hoopt de stikstof zich maar op, de veenbodems klinken in en de bestrijdingsmiddelen doen gestaag hun werk. Dit kan nooit 'de beste landbouw van de wereld zijn', als de boeren het land naar God helpen. Dit is roofbouw."

Juist deze crisis heeft volgens hem innoverende boeren nodig, die duurzaam verbouwen, in een cultuurlandschap van hoge kwaliteit. "Natuurlijk is dat niet gemakkelijk, maar juist die opgave is een interessante uitdaging." Als het de boeren samen lukt om hun bedrijven rendabel te maken met duurzame technieken, komen die grutto's vanzelf terug. Niet alleen in reservaten, maar op het gehele boerenland."

¿

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden