75 jaar Trouw: de krant van de verzuiling omarmde de verzuiling

Foto uit het Trouwarchief, via George Marlet.

De gereformeerde lezers van Trouw groeiden uit tot ‘betrokken burgers’, schrijft Peter Bootsma in zijn boek over 75 jaar Trouw.

Dat u deze recensie leest mag een wonder heten. Het heeft de afgelopen 75 jaar een aantal keer weinig gescheeld of Trouw was ten onder gegaan. Deze krant, die wordt gekenmerkt door haar doorgaans rustige en genuanceerde toon, heeft een geschiedenis vol aanvaringen en conflict. Dat is althans het beeld dat blijft hangen na lezing van de studie ‘Trouw. 75 jaar tegen de stroom in’ van politicoloog Peter Bootsma.

Het begon al met de oprichting van Trouw als verzetskrant begin 1943; daar lag een conflict met de andere verzetskrant Vrij Nederland aan ten grondslag. Vrij Nederland werd te socialistisch bevonden, Trouw profileerde zich nadrukkelijk als protestants-christelijk. En met succes. Vlak na de oorlog had het dagblad nog een oplage van 400.000 exemplaren, maar al snel zette een scherpe daling in. De eerste twee decennia was Trouw duidelijk een krant voor het gereformeerde volksdeel, politiek gericht op de ARP, met een hoofdredacteur - Sieuwert Bruins Slot - die ook fractievoorzitter van de ARP was.

Nijpend geldgebrek leidde in 1972 tot een moeizame fusie met de Kwartetbladen, een viertal protestants-christelijke dagbladen in Zuid-Holland. Trouw was inmiddels een landelijke, linksgeoriënteerde, op het denkende deel der natie gerichte krant, terwijl de Kwartetbladen regionaal, rechts van het midden en op de massa gericht waren. Veel lezers van de Kwartetbladen haakten na de fusie af.

Een forse overheidssubsidie en toetreding tot de Perscombinatie moesten midden jaren zeventig voorkomen dat Trouw failliet ging. Lang zouden er ook spanningen op de redactie heersen waarbij de één een op de Volkskrant lijkende krant wilde maken voor een jongere lezersgroep en de ander op de rem stond uit angst de oudere lezers van orthodox-protestantse komaf nog verder van zich te vervreemden. Deze spagaat leidde mede tot een door Bootsma gesignaleerd minderwaardigheidscomplex van de redactie ten opzichte van onder meer de Volkskrant. De befaamde slogan ‘Misschien wel de beste krant van Nederland’, geïntroduceerd in 1999, is daar nog een resultante van.

Verkeerde aandacht

Daarnaast waren er de nodige aanvaringen met het bestuur van de Stichting Christelijke Pers, die probeerde te waken over de identiteit van de krant, en was er op gepaste tijden ruzie met het CDA, dat meende dat Trouw niet voldoende - of verkeerde - aandacht besteedde aan de partij. Bootsma schrijft al die verwikkelingen met veel ruimte voor details op. In dat opzicht biedt het boek uitgebreid zicht op wat er zich achter de schermen, vooral op bestuurlijk en hoofdredactioneel niveau, bij Trouw heeft afgespeeld de afgelopen 75 jaar. Het is voer voor de liefhebber, al is het de vraag of al die details voor een breder publiek even interessant zijn.

Het boek geeft ook inzicht in de veranderingen in de journalistieke cultuur die kenmerkend zijn voor de Nederlandse journalistiek. Een opeenvolging van hoofdredacteuren zonder journalistieke achtergrond, deelredacties die hun autonomie niet wilden opgeven, een schrijfstijl die als ‘jaarverslagenproza’ werd getypeerd en amateuristische omstandigheden die samenhingen met een tekort aan middelen - zo ontbrak in november 1989 op de Trouw-redactie een tv-scherm met teletekstberichten, waardoor de val van de Berlijnse Muur te klein op de voorpagina belandde. Pas twee maanden later hing er een toestel. Ook bij de redacties van andere kranten en omroepen verliep de professionalisering met horten en stoten, al verwijst Bootsma daar verder niet naar.

Meer context

Moet een auteur die de geschiedenis van een journalistiek medium schrijft verstand hebben van de Nederlandse journalistieke cultuur? Niet per se. Moet hij of zij kennis hebben van de tijd en samenleving waarin die geschiedenis zich afspeelt? Ja, want de ontwikkelingen van het medium moet je in context kunnen plaatsen. Zoals de huidige hoofdredacteur Cees van der Laan afgelopen weekend in Trouw schreef: “De krant snuift de tijdsgeest op en reflecteert daarop.”

Het merkwaardige is nu dat Bootsma, die eerder diverse boeken over de moderne Nederlandse politieke geschiedenis publiceerde, de geschiedenis van Trouw bijna zonder context behandelt. De meeste naoorlogse maatschappelijke en sociale ontwikkelingen in Nederland blijven buiten beschouwing. Ontzuiling, de culturele revolutie, secularisering, de politieke verschuivingen sinds de jaren zestig en de vernieuwingen binnen de protestantse en katholieke kerk: de lezer komt er vrijwel niets over te weten, op een enkele zijdelingse verwijzing na.

Over de bestuurlijke verwikkelingen rond Trouw meldt Bootsma heel veel, maar over de maatschappelijke omwentelingen die ook de redactie van Trouw zichtbaar beïnvloedden heel weinig. Hierdoor plaatst hij de geschiedenis van Trouw in een vreemd vacuüm. Want de krant is een typisch product van zowel de verzuiling als de ontzuiling - die ligt aan de basis van de verschuiving van ‘christelijk’ naar ‘maatschappelijk geëngageerd’ die de krant sinds de jaren tachtig doormaakte.

Niet stilstaan, maar meebewegen

In 1989 kreeg Trouw een levensbeschouwelijk katern: ‘Letter & Geest’, geleid door de eigengereide Jaffe Vink. Tien jaar later werd de kerkpagina verruild voor ‘Religie & Filosofie’ en kwam onder leiding van de nieuwe, niet-christelijke hoofdredacteur Frits van Exter het dagelijkse achtergrondkatern ‘De Verdieping’ erbij.

“Je kunt als krant niet stilstaan, maar je moet meebewegen met de nieuwe generatie lezers”, verklaarde Van Exter in een interview. Bovendien zorgde hij dat er op de redactie veel meer werd samengewerkt. Dit alles kwam de kwaliteit van de krant duidelijk ten goede.

De vernieuwingen werden positief onthaald, zeker door de groeiende groep ‘postmaterialistische’ lezers - mensen met een sterke politieke en sociale betrokkenheid, die zich milieubewust tonen, aan vrijwilligerswerk doen, hoger opgeleid zijn en geïnteresseerd in immateriële zaken en levensbeschouwelijke kwesties.

Maar deze geëngageerde burgers komen in het boek amper aan bod. En dat is jammer, want het huidige succes van Trouw hangt grotendeels samen met de toename van lezers die zich voor onderwerpen als zorg, onderwijs, duurzaamheid, en religie en filosofie interesseren. Als een van de weinige dagbladen wist Trouw het afgelopen decennium de oplage redelijk stabiel te houden en zelfs licht te laten groeien. Dat mag, gelet op de lastige positie waar kranten zich tegenwoordig door de opkomst van internet en sociale media in bevinden, een prestatie heten. In dat opzicht was de ondertitel ‘met de tijdsgeest mee’ mogelijk meer op zijn plaats geweest voor dit boek. Al had die tijdsgeest dan wel aanzienlijk centraler moeten staan.

'Trouw, 75 jaar tegen de stroom in' van Peter Bootsma.
Uitgegeven door 
Boom; 320 blz. € 24,99.

Oordeel: Bootsma behandelt de historie van Trouw uitgebreid, maar bijna zonder context.

Onlangs blikte Bootsma met de redactie van Trouw terug op de belangrijke momenten in de 75 jaar dat Trouw bestaat.

Verslaggever Hans Nauta dook ter gelegenheid van het jubileum de archieven van Beeld & Geluid in. Het resultaat is deze korte film over Trouw in het verleden én de toekomst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden