AnalyseTroonrede

75 jaar Troonredes: zo onderscheidt Willem-Alexander zich van zijn voorgangers

Koning Willem-Alexander tijdens de Troonrede van 2019.Beeld ANP

Van alle koninklijke toespraken is de Troonrede de meest formele. Maar in tijden van crisis wenden vorsten zich soms toch persoonlijk tot de natie, blijkt uit alle 75 naoorlogse Troonredes. 

Dat ons land in de greep is van een langgerekte ramp, corona, daar zal koning Willem-Alexander in zijn Troonrede morgen zeker bij stilstaan. De vraag is hoe. Iets meer dan zijn moeder en grootmoeder, koningin Beatrix en Juliana, is hij geneigd om de Troonrede aan te grijpen om het volk een hart onder de riem te steken en aan te sporen.

Strikt genomen is dat niet de bedoeling van dit jaarlijkse ritueel. De Troonrede is bedoeld om de koning, namens de regering, de regeringsplannen uiteen te laten zetten aan de beide parlementen (de Staten-Generaal). De Troonrede is daarom per definitie veel onpersoonlijker dan de koninklijke kersttoespraak of gelegenheidstoespraken. Maar helemaal eenheidsworst zijn ze niet: Willem-Alexanders Troonredes zijn vaak persoonlijker en minder vaag getoonzet dan die van Juliana en Beatrix – zij het nog lang niet zo uitgesproken als die van overgrootmoeder Wilhelmina.

Over gebrek aan belangstelling voor zijn toespraken heeft koning Willem-Alexander dit jaar geen klagen gehad. Op 4 mei maakte hij indruk bij de Nationale Dodenherdenking op de Dam, toen hij zei: “Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: ‘Voor Joden verboden’”, en daaraan toevoegde dat ook Wilhelmina, ‘toch standvastig en fel in haar verzet’, vanuit Londen te weinig aandacht had getoond voor het leed van de Joden. “Het is iets dat me niet loslaat.” 

Ook veel reuring bracht de koning teweeg op 10 maart, toen hij in Indonesië als staatshoofd zijn excuses aanbood voor het Nederlandse geweld na de Tweede Wereldoorlog. Die excuses hadden de koning, premier Rutte en minister van buitenlandse zaken Blok wel zorgvuldig met elkaar, en ook met Indonesië, voorbereid, maar ze kwamen voor andere ministers als een verrassing. 

Kwartetten over de inhoud

Ministers verrassen is vrijwel ondenkbaar in Troonredes: zij zijn mede-auteurs. Een dikke maand voor Prinsjesdag verzamelt de premier bij alle ministeries beleidsvoornemens die zij graag in de Troonrede willen terugzien, en daarna kwartetten de koning en de ministerraad over het indikken en verbinden van de passages. Saaie toespraken gegarandeerd.

Of troonredes überhaupt nog kunnen verrassen is de vraag, in tijden waarin miljoenennota’s standaard uitlekken en de regering het hele jaar door beleidsvoornemens naar buiten brengt, maar het ritueel heeft oude papieren. Vanaf 1814 placht de koning – Willem I – zijn ministers in audiëntie te ontvangen en hun ideeën te noteren. Die kon hij naar believen negeren of gebruiken in zijn Troonrede. Dat veranderde in 1848, toen Willem II de fameuze grondwetswijziging moest slikken die de regering verantwoordelijk maakte voor al het handelen van de koning – dus ook voor  de Troonrede. 

De bedoeling ervan staat in artikel 65 van de Grondwet: “Jaarlijks op de derde dinsdag van september (…) wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven”. Daardoor wemelen Troonredes van formuleringen als ‘de regering beseft’, of ‘de regering hecht belang aan’, hoewel sommige constitutionele puristen zouden willen dat vorsten spreken in termen van ‘mijn regering’, om te benadrukken dat ze onderdeel zijn van de regering en niet slechts haar boodschapper.

Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana in de Gouden Koets bij de Ridderzaal in 1934.Beeld ANP

Maar de woorden ‘ik’ en ‘mijn’ reserveren vorsten na Wilhelmina vrijwel uitsluitend voor de afsluitende bede (“U mag zich in uw zware taak gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden”). Of voor de inleidende woorden: “Nu ik mij vandaag voor het eerst op Prinsjesdag tot u mag richten, hecht ik eraan te zeggen dat u in uw Verenigde Vergadering van 30 april de aanzet heeft gegeven tot een hartverwarmende start van mijn koningschap”, zei koning Willem-Alexander in zijn eerste Troonrede, in 2013. “Het is een dag waaraan ik met grote dankbaarheid terugdenk.”

Willem-Alexanders grootmoeder, Juliana, zei in haar eerste Troonrede in 1948: “Met ontroering en dankbaarheid denk ik terug aan de wijze, waarop het 50-jarig regeringsjubileum van mijn Moeder werd gevierd”.

Persoonlijke mededelingen

Die moeder, Wilhelmina, had van alle vorsten sinds een eeuw de minste neiging om het woord ‘ik’ in de Troonrede te reserveren voor apolitieke, persoonlijke mededelingen. In 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, plaatste zij zich in haar Troonrede min of meer boven de regering: “Ik heb mij genoopt gezien bevel te geven tot de mobilisatie van de zee- en landmacht. Tot mijn grote voldoening heeft die mobilisatie zich op voorbeeldige wijze voltrokken.”

In haar Troonrede in 1945 richtte ze zich direct tot het Nederlandse volk, en leek ze niet zozeer namens de regering als wel tot de regering te spreken. “Met groote voldoening zie ik de succesvolle krachtsinspanning, gericht op de noodvoorziening in de geteisterde gebieden en op het herstel van verkeer en industrie.” Mama is trots.

Vooral bij het onderwerp Indonesië gaf Wilhelmina vaker blijk van haar emoties. “Met groote zorg vervult mij de ontwikkeling der gebeurtenissen op Java. In gespannen medeleven volg ik het lot der tallooze kinderen, vrouwen en mannen, beroofd, in lijfsgevaar of nog onverlost in de dreiging van een verdwaasde massa”, zei ze in 1945.

Dorre opsomming van regeringsvoornemens

Met het aantreden van Juliana kregen de Troonredes onmiddellijk het karakter van een dorre opsomming van regeringsvoornemens. Gevoelens van ‘zorg’ of ‘voldoening’ zoals haar moeder die uitte, kwamen bij koningin Juliana in Troonredes zelden over de lippen, behalve als ze praatte over militairen die vochten of sneuvelden in Indonesië en Korea. “Met dankbaarheid en eerbied denk ik aan hen, die vielen als slachtoffer van hun plichtsvervulling”, zei ze in 1949. 

En o ja, ‘grote vreugde’ hadden zij en prins Bernard gevoeld bij hun bezoek aan Suriname en de Antillen in 1956. “Wij bewaren een dankbare herinnering aan de talloze blijken van aanhankelijkheid, die wij daar ontvingen.”

Koningin Juliana en prins Bernhard voor paleis Lange Voorhout, op het punt in te stappen in de Gouden Koets voor de troonrede in de Ridderzaal in 1979.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Maar toen zij in 1953 sprak over de watersnoodramp – het eerste kwart van haar Troonrede had ze toen al achter de rug – kwamen emoties alleen voor in onpersoonlijke vorm. “Voor ons land zal 1953 in de herinnering voortleven als het jaar van de watersnood, die zoveel leed bracht en zoveel schade aanrichtte. Onafscheidelijk zal daarmede echter verbonden blijven de heugenis aan het ontroerend medeleven in binnen- en buitenland, aan de warme spontaniteit waarmede hulp werd geboden en aan de betoonde offervaardigheid”, sprak ze. “De Regering vertrouwt, dat het wetsontwerp inzake de schaderegeling spoedig in behandeling zal komen.”

Tot het volk richtte zij zich niet. Tijdens haar ambtsperiode vonden diverse bloedige gijzelingsacties plaats van Molukse activisten. In 1977, enkele maanden na de treinkaping bij De Punt en gijzeling in de lagere school in Bovensmilde, verwees zij voor het eerst en voor het laatst in de Troonrede naar de schokkende gebeurtenissen, in één zin: “De regering is bezorgd over bepaalde ontwikkelingen binnen de Zuidmolukse bevolkingsgroep en rondom de positie van deze groep in de samenleving.”

Indirect en neutraal

Ook koningin Beatrix koos in Troonredes gedurende haar ambtsperiode (1980-2013) doorgaans indirecte, neutrale bewoordingen bij internationale en nationale drama’s. De moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh liet ze daarin onbesproken. Over de val van de Muur: ”In Europa beleven wij historische tijden. Vanaf 3 oktober zal er weer één Duitsland zijn. De deling van Europa loopt ten einde. Het beleid is erop gericht de democratische en economische ontwikkelingen in Oost-Europa te steunen en aan te moedigen.”

In 1993, drie maanden na de val van Srebrenica, sprak zij: “De dramatische gebeurtenissen in Afrika en in het voormalige Joegoslavië tonen hoe beperkt nog steeds de mogelijkheden voor de Verenigde Naties zijn. De frustraties die daarmee gepaard gaan, mogen ons niet weerhouden ons internationaal medeverantwoordelijk te blijven voelen en daarnaar te handelen.”

Minder afstandelijk was ze het jaar daarop: “Van het zo dichtbij gelegen ex-Joegoslavië tot het verre Rwanda bereiken ons hartverscheurende beelden. De grenzen van de verschrikking blijken daarbij steeds weer te kunnen worden verlegd.” Ook in 2001, pal na ‘9/11’, klonk de schok door, toen ze sprak over de ‘afschuwelijke aanslagen’. “Onze gedachten zijn bij de slachtoffers en hun nabestaanden, bij het gehele Amerikaanse volk, in diepe verbondenheid en solidariteit.” Slechts bij uitzondering sprak Beatrix in haar Troonredes tot of namens de natie. 

Koningin Beatrix op Prinsjesdag. Beeld ANP

Koning Willem-Alexander doet dat bijna ieder jaar wel, in directe bewoordingen. Het sterkst blijkt het verschil in zijn kersttoespraken. Waar Beatrix in 2000 over de vuurwerkramp in Enschede sprak zonder zich tot de slachtoffers te richten (“Als tegenspoed het leven overheerst, is het niet zo gemakkelijk over hoop te spreken”), richtte Willem-Alexander zich in zijn eerste kersttoespraak direct tot jongeren die gebukt gaan onder prestatiedwang: “Trek het je niet te veel aan als het eens tegenzit. Geef jezelf wat ruimte. Het is okee.” 

Maar ook in zijn Troonrede is de koning directer dan zijn voorgangers. In 2014 sprak hij: “Op 17 juli trof een verschrikkelijk lot de 298 inzittenden van vlucht MH17, onder wie 196 landgenoten. Daardoor wordt de feestelijke traditie van Prinsjesdag dit jaar omgeven door een rouwrand van verdriet. In heel het land waren mensen zichtbaar één, in stilte en rouw. Die betrokkenheid en saamhorigheid bieden troost aan iedereen die een groot persoonlijk verlies moet verwerken.”

In 2015, het jaar van de vluchtelingencrisis, riep hij de ‘schrijnende beelden van mensen op drift’ in herinnering en het ‘persoonlijke leed’ dat erachter schuilging. In 2017 zei hij over terreuraanslagen in Londen, Marseille en Barcelona: “Plekken die bijna iedereen kent, kunnen zomaar veranderen in plaatsen van angst, verdriet en menselijk leed: de Promenade des Anglais, Westminster Bridge, de Ramblas. Toch moeten wij ons niet door angst laten regeren. Het beste antwoord op terrorisme is dat we vasthouden aan onze manier van leven.”

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bij het voorlezen van de Troonrede op Prinsjesdag 2015.Beeld Werry Crone

Aansporen tot nationale trots doet Willem-Alexander in zijn Troonredes ook vaker dan zijn moeder en grootmoeder. “Wij leven in een welvarend en aantrekkelijk land, en beschikken over goede voorzieningen, een goede infrastructuur en een sterke rechtsstaat. We hebben heel veel om trots op te zijn en op verder te bouwen”, zei hij in 2016. En in 2019: “Nederland blijft een land van vrijwilligers en van verstandige compromissen in het brede midden. Van jong tot oud, van werkvloer tot bestuurskamer en van Willemstad tot Amsterdam willen mensen meedoen en hun bijdrage leveren. Dat is wat ons bindt en wat we met elkaar moeten koesteren.”

Lastig parket voor de koning

Welke bewoordingen zal de koning kiezen als hij morgen over de coronapandemie spreekt? In maart sprak hij daarover al de natie toe, waarbij hij overduidelijk wilde bemoedigen, troosten, en bedanken (de zorgmedewerkers bijvoorbeeld). Hij richtte zich zelfs tot kinderen. “Ik snap heel goed hoe jullie je voelen. Niet naar school kunnen. Niet naar voetbal of balletles. Verjaardagsfeestjes die niet doorgaan. Dat is best moeilijk.” Ook deed hij een appèl: “Het coronavirus kunnen wij niet stoppen. Het eenzaamheidsvirus wel!”

Als de koning morgen het volk direct aanspreekt op naleving van de gedragsregels, dan zou dat niet ten volle geloofwaardig zijn. Tijdens zijn vakantie is hij immers betrapt op een ‘Grapperhausje’, een al te innig fotomoment met een Griekse restauranthouder. “In de spontaniteit van het moment hebben we daar niet goed op gelet”, liet het koningspaar later weten. “Dat hadden we natuurlijk wel moeten doen. Want ook op vakantie is naleven van coronaregels essentieel om het virus eronder te krijgen.”

Dit lastige parket waarin de koning zich heeft gebracht kan een extra, zij het wat triviale, reden zijn om met belangstelling uit te kijken naar de Troonrede.

Lees ook: 

‘Wij denken aan u in deze moeilijke tijd’

Koning Willem-Alexander hield in maart een toespraak over de coronacrisis. Lees de hier de hele tekst van de toespraak

Een Troonrede met winstwaarschuwingen

Koning Willem-Alexander heeft in zijn Troonrede benadrukt dat Nederland een land blijft ‘van vrijwilligers en van verstandige compromissen in het brede midden’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden