75 jaar D-Day: hoe vier je dat als Duitser?

De hotelkamers in Normandië zijn al maanden volgeboekt voor D-Day. De provincie houdt morgen rekening met veel geallieerden en toeristen die de voormalige vijanden uit de oorlog respect komen betuigen. Alleen de Duitsers blijven nagenoeg weg. 

“Duitsers”, zegt Diane Tempel (54), “hebben op D-Day niets te vieren”. De politicologe uit Mainz is woordvoerder van de ‘Volksbund’, een organisatie die sinds 1919 Duitse oorlogsgraven onderhoudt buiten Duitsland. Terwijl ze belt, loopt ze tussen de graven van La Campe, Normandië, de grootste Duitse begraafplaats in Frankrijk met soldaten uit de Tweede Wereldoorlog. 21.144 Duitse jongens liggen hier, gevallen in de slag om de Franse stranden.

Tempel ziet dit jaar ‘ongelooflijk veel mensen’ in Normandië wegens de herdenking van D-Day. “De hotelkamers zijn al maanden volgeboekt.” Ook La Campe wordt drukker bezocht dan normaal, merkt ze. “Veel geallieerden, die de voormalige vijanden uit de oorlog respect betuigen, vanuit de gedachte van verzoening.” Verder toeristen, mensen uit de regio. Duitse toeristen ziet Tempel in La Campe amper. Morgen verwacht ze rond de duizend bezoekers, maar geen Duitsers. Op enkele nabestaanden na. “Er komen twee bussen met verwanten van gesneuvelde Duitse soldaten. Zeventig mensen. Ze komen bloemen leggen.”

D-day webgraphic Beeld Sander Soewargana

Duitse perspectief

De geallieerde stormram op Hitlers ‘Atlantikwall’ kostte naar schatting 200 duizend Wehrmacht-soldaten het leven, maar in Duitsland krijgen hun ervaringen weinig ruimte, vertelt Tempel: ‘D-Day’ is geen gebeurtenis die veel aandacht krijgt, ook nu niet, met de 75-jarige herdenking, merkt ze. In Normandië is het Duitse perspectief al helemaal afwezig. Overal ziet Tempel oude jeeps en motorfietsen rondrijden, mannen in uniformen uit de oorlog - geen Duitse. “Er wordt natuurlijk wel beweerd, gefluisterd, dat er ook mensen in wehrmachtsuniformen zijn. Maar dan liever ’s avonds, in het donker. Een gerucht hoor, ik ben ze niet tegengekomen.”

Als Duitse probeert ze ‘D-Day’ mee te vieren en ook als een ‘bevrijding’ te ervaren - van het nationaalsocialisme. Maar gevoelsmatig is het voor Duitsers toch eerder een dag die hen eraan herinnert dat zij de oorlog zijn begonnen en hem hebben verloren, vertelt ze. “Eigenlijk mogen we al dankbaar zijn dat we hier een begraafplaats mochten hebben. Dat was al een teken van verzoening. Dat we die mogen hebben en verzorgen. Het is belangrijk dat de Frans-Duitse verhouding zo goed is geworden.”

‘D-Day’ beleeft zij als Duitser minder als het grote keerpunt in de oorlog dan veel Britten of Amerikanen, zegt Tempel. “Het was een van de wendingen in de oorlog, niet allesbepalend. Men weet ervan, op school kreeg ik erover onderwezen, zakelijk, feitelijk. Met vrienden en familie hadden we het er niet over. Het ging over het nationaalsocialisme, de Holocaust, minder over de slagvelden.” En als slagvelden aan het front al in het Duitse bewustzijn voortleven, vertelt ze, dan eerder de laatste dagen van de oorlog of de gebeurtenissen aan het Oostfront, Stalingrad - “die hebben de collectieve herinnering sterker bepaald”.

Herdenken, niet vereren

De Duitse graven in La Campe zijn ‘zeer sober’, vertelt Tempel. Aan geallieerde zijde vindt ze de kerkhoven er soms anders uitzien. “Die zijn vaak heel mooi. Met veel bloemen, grote monumenten.” La Campe is ingetogen. “Dat is bewust.”, vertelt Tempel. “Tijdens het Derde Rijk waren de Duitse oorlogsgraven natuurlijk een stuk groter, de soldaten heetten ook niet ‘doden’ maar ‘helden’.” Na de Tweede Wereldoorlog wilde de Volksbund elke herinnering aan zo’n heldencultus uitbannen. “Wij herdenken, wij vereren niet.”

Ze vertelt over de internationale jongerenkampen die de Volksbund organiseert. “We brengen jongeren hierheen. Ze verzorgen de graven, ontmoeten elkaar, leren over oorlog. De Duitse herinnneringscultuur is door de schuldvraag natuurlijk bijzonder. Maar we hoeden ons er voor om iedereen die in La Campe begraven ligt over een kam te scheren en allemaal schuld toe te wijzen. Hier liggen zo veel jonge mannen. Niet iedereen was een nazi. Ik denk niet dat ze allemaal graag wilden vechten, ze wilden niet sterven. Soldatenkerkhoven zijn eigenlijk jeugdkerkhoven. De jeugd van de landen is hier doodgebloed. Dat is gruwelijk. Daarom is het zo belangrijk om jongeren deze plek te laten bezoeken.” 

Lees ook: 

75 jaar na D-Day 

In de boerenhoeve waar na D-Day de Amerikaanse journalisten verbleven, hangt nog altijd het bord met press room. De eigenaar eert de correspondenten van destijds, ook al bleken sommige van hun heldenverhalen toch iets minder heldhaftig dan ze zijn opschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden