7 VRAGEN OVER MARS

Mars is momenteel te vinden aan de oostelijk hemel, even voor zonsopgang, links van Venus. Sinds dinsdag kijkt de wereld met andere ogen naar de woestijnrode buurplaneet. Onze verre, verre voorouders waren misschien niet alleen. . .

En ze zijn venijnig tegenwoordig, ze halen je binnenboord, betasten, beprikken en bevuilen je, keren je op de operatietafel binnenstebuiten. Dit in tegenstelling tot de jaren vijftig, toen hoogst verontruste Marsmannen ons kwamen waarschuwen tegen aardse dwalingen als de atoombom. Ze zijn kennelijk kwader op ons geworden. Kwader gemaakt?

In de VS verdringen psychiaters zich om die metamorfose te verklaren. In ons land niet; in Brabant zien ze wel eens een UFO, maar handtastelijk zijn aliens voornamelijk in Engelstalige landen. In 1966 begonnen ze voor het eerst gemeen te doen, tegen Betty en Barney Hill die over een landweg in New Hampshire reden en werden 'aangehouden'. Later kwamen de boeken, zeggen de psychiaters: voorop Whitley Strieber's Communion: A True Story. Waar Gebeurd. Daarna beschreef film na film wat, volgens schattingen van de UFO-deskundigen, al ongeveer vijftien miljoen Amerikanen hebben meegemaakt: pijnlijke, vernederende ontvoeringen, waarvan de scenario's akelig veel op elkaar lijken.

Dus hebben UFO-gelovigen elkaar een handje geholpen, stelden psychiaters onlangs in het vakblad Psychological Inquiry. Deze slachtoffers blinken uit in het creëren van valse herinneringen. Als het Marsmannetje groen moet zijn, is hij groen. Voor een tijdje. Wordt ie zilver, dan ziet iedereen hem zilver. Aliens zijn toverballen uit de snoepwinkel van de therapeut, meestal een hypnotiseur die zelf rotsvast in de zilveren mannetjes gelooft.

Hoe weinig overtuigend is voor UFO-gangers nog altijd het experiment van psychiater Elizabeth Loftus. Zij liet kinderen hun traumatische 'verdwaalervaring' in een gigantisch warenhuis opnieuw en intens beleven, tot huilens aan toe, terwijl die kinderen in werkelijkheid nooit verdwaald waren geweest. In detail konden ze de omgeving beschrijven, in detail weten we nu dat die lui van Mars zilver en puntig. . . Maar morgen?

HOE GEWOON IS LEVEN? Heel gewoon, denken veel astronomen. Uniek, leert het christendom. Britse bookmakers hielden tot dusverre het veilige midden aan: bij de firma William Hill kon je al langer inzetten op de kans dat de Nasa in 1997 het bestaan van buitenaards intelligent leven zal bevestigen. Bij 500 tegen 1. Woensdag verlaagde het kantoor die notering drastisch: naar 25 tegen 1.

Het midden is niet langer veilig, meende Frank Drake al langer. Deze Amerikaanse sterrenkundige was in 1960 de eerste die met een kleine radiotelescoop serieus naar boodschappen uit de ruimte zocht. Zonder succes, maar hij werd beroemd door een formule waarmee het aantal intelligente beschavingen in de Melkweg, inclusief de onze, valt te schatten.

De formule van Drake gaat uit van het totaal aantal sterren in ons sterrenstelsel en zoomt vervolgens in: slechts een deel daarvan lijkt op de zon. Slechts een deel dáár weer van zal planeten bij zich hebben, en zo verder. Eén van de factoren in de formule behelst het percentage in principe bewoonbare planeten waar daadwerkelijk leven ontstaat. Tot nu toe kennen we buiten onze bol maar één zo'n planeet. En daar is, als de Nasa gelijk heeft, ook leven tot stand gekomen! Die factor kon dus wel eens veel groter zijn dan tot nu toe werd gedacht.

Het aardige van 'Drake' is overigens dat ook een ongelovige op het punt van buitenaards intelligent leven met de formule uit de voeten kan. De meeste factoren zijn nog niet bij benadering bekend. Je kunt ze zo schatten dat je precies uitkomt op één.

Wie dat deed, zit nu in de problemen. Tenzij dat primitieve leven van Mars gekoppeld blijkt aan dat van de aarde: doordat het van daar naar hier is uitgezaaid of andersom. In dat geval verandert er niets in de formule. Sceptische astronomen houden daar al rekening mee. De bookmakers niet.

HOE ONTSTAAT LEVEN? Dat weten we niet. Het is op zijn minst één keer gebeurd. Maar over de toedracht valt alleen nog te speculeren.

Over het begin op aarde, om ons daartoe te beperken, is niets met zekerheid bekend. De Amerikaan Stanley Miller liet het in 1953 flink 'bliksemen' in een glazen bol met waterstof, waterdamp, amoniak en methaan. Na enkele weken bleken zich eenvoudige organische verbindingen te vormen. Prachtig, maar wat zegt dat? Weten we zeker dat dit de stoffen waren die ooit de primitieve aardse atmosfeer uitmaakten? Exobiologen, biologen die zich bezighouden met het ontstaan van leven, hebben theorieën te over, maar consensus? Nee. Meer eensgezindheid is er over stappen verderop in het proces.

Kenmerk van leven is onder meer het doorgeven van informatie ('zo zit ik in elkaar') aan het nageslacht. Op het allereenvoudigste niveau: zichzelf namaken, repliceren. Moleculen die dat kunnen moeten aan de basis van het leven hebben gestaan. De beste kandidaat lijkt RNA, ribonucleïnezuur, een nauwe verwant van DNA, de stof waarin de meeste organismen op aarde hun informatie tegenwoordig bewaren. Ooit moet er, denken de exobiologen, op aarde een RNA-wereld hebben bestaan, waarin eenvoudige RNA-moleculen zichzelf repliceerden.

Het moet in chemisch opzicht een vijandige wereld zijn geweest, reden waarom sommige moleculen zich op enig ogenblik met een membraan, een 'jasje' van vetten, omhulden: de eerste eencelligen waren daarmee een feit. Het moeten vervolgens al behoorlijk ontwikkelde bacteriën zijn geweest die van de informatie-opslag in RNA overstapten op DNA.

De oudst bekende eencelligen op aarde - althans: fossiele resten daarvan - dateren van 3,5 miljard jaar geleden. Ze zijn aangetroffen in gesteente dat in die tijd werd gevormd. Waar in voorgaand schema passen zij? Onbekend. Van de informatie-dragende moleculen is elk spoor al lang uitgewist.

WAT IS ER PRECIES GEVONDEN? Léven dus niet. Zelfs geen resten van vroeger leven. De Nasa-onderzoekers hebben slechts sporen ontdekt die zouden kunnen zijn achtergelaten door bacteriën of een andere vorm van primitief leven. Hun argumentatie: als de sporen op aarde waren gevonden, had niemand getwijfeld aan de conclusie van bacterieel leven. De vraag is echter: wijzen ze wel zo eenduidig in die richting?

De sporen zijn gevonden in een meteoriet die twaalf jaar geleden uit het ijs van de Zuidpool is gevist. Dat die meteoriet van Mars komt, staat buiten kijf. De samenstelling van het twee kilo zware rotsblok komt overeen met de monsters die midden jaren zeventig door de Viking-sondes uit de Marsbodem zijn geschept.

De meteoriet heeft allemaal barstjes en in die barstjes is kalk afgezet. De onderzoekers hebben in die kalk mineralen en organisch materiaal gevonden. Bovendien blijken er holtes in de kalk te zitten.

Punt. Meer is er niet ontdekt; de rest is interpretatie.

De mineralen - magneetijzer en ijzersulfide - zijn ook gevonden bij primitieve aardse bacteriën, zeggen de onderzoekers.

Datzelfde geldt volgens hen voor het organisch materiaal: de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) duiden op biologische activiteit van bijvoorbeeld bacteriën. En die holtes zouden dan de fossiele resten zijn, afdrukken van Martiaans leven.

Het zijn allemaal aanwijzingen, vinden de onderzoekers, dat Mars in zijn jonge jaren (vier miljard jaar geleden) een primitieve vorm van leven heeft gekend. Deze bacterie-achtige beestjes zouden zich in de bodem hebben teruggetrokken toen het aan het oppervlak te koud en te droog werd. “Op elk bewijs afzonderlijk is wat af te dingen”, zei onderzoeksleider David McKay, “maar voor het geheel van aanwijzingen is de meest eenvoudige verklaring dat er leven op Mars is geweest.”

Dat is te kort door de bocht, zeggen de sceptici. Het was waarschijnlijk veel te heet - een paar honderd graden - in het rotsblok voor welk leven dan ook. Aardse bacteriën laten de mineralen in een heel andere samenstelling achter en PAK's zijn absoluut geen bewijs voor biologische activiteit.

WANNEER IS HET ONTDEKT? In 1867. Toen meldde de Italiaanse astronoom Angelo Secchi dat hij op het oppervlak van Mars lijnen had waargenomen. Tien jaar later maakte zijn landgenoot Giovanni Schiaparelli de eerste kaart van Mars, met daarop een uitgebreid netwerk van wat hij canali noemde. Wat waren dat voor dingen? Misschien wel echte kanalen, dachten sommigen.

De astronomen van de vorige eeuw waren niet zo naïef dat ze dachten dat zoiets als de Zuid-Willemsvaart kon worden waargenomen op een afstand die varieert tussen de 56 en 400 miljoen kilometer. Het moesten irrigatiekanalen zijn, redeneerde bijvoorbeeld Percival Lowell. Wat je in de telescoop zag, was een brede band door het water in leven gehouden vegetatie in een verder woestijnachtig gebied. Of misschien waren het de trekroutes van kudden grote grazers.

Er waren meer argumenten om Mars ervan te verdenken een broeinest van organismen te zijn. Door zijn poolkappen ziet de planeet er een beetje uit als de aarde. Dat die kappen voornamelijk uit veel kouder kooldioxide bestaan, werd pas later ontdekt. Net als de aarde heeft Mars een scheve as, waardoor om het halve Marsjaar (dat twee aardejaren duurt) een andere kant van de planeet extra wordt verwarmd: de poolkap slinkt daar en dat halfrond maakt een lente door. Tijdens die lente beweegt zich over dat halfrond een golf van donkerte. Tot enkele decennia geleden werd niet uitgesloten dat een met de seizoenen opbloeiende en weer afstervende vegetatie die veroorzaakte.

Over kanalen had toen niemand het meer. Langzamerhand was het besef gegroeid dat die er niet waren. Niet elke astronoom zag ze. Experimenten op aarde, waarbij onervaren waarnemers naar tekeningen met allerlei vlekken keken, wezen uit dat de canali bij elk mens tussen de orecchii zitten.

Het definitieve bewijs van het niet-bestaan van de kanalen werd geleverd door de ruimtemissies naar Mars. Die troffen ook geen plantengroei aan, maar stofstormen die met de seizoenen van aard en dus kleur wisselden. Maar met diezelfde foto's kregen de astronomen tot hun blijdschap wel weer andere kanalen om over te speculeren: slingerende, vertakte valleien die er toch wel heel verdacht uitzien als aardse stroomgebieden. Water om af te voeren is er niet op Mars. Maar kennelijk is die levensvoorwaarde er wel ooit geweest.

WAAROM KOMT DE NASA ER NU MEE? Wacht maar af. Nog voor het 6 november is en de Amerikanen naar de stembus gaan, kondigt Bill Clinton aan dat in het jaar tweeduizendzoveel een Amerikaan op Mars zal landen. Vice-president Al Gore mag een space summit organiseren, zo is bekendgemaakt, en dan weten we al hoe laat het is: na 15 miljoen jaar zwerven door de ruimte en 13 000 jaar onderduiken in het Antarctisch ijs is de politieke carrière van meteoriet ALH 84001 begonnen, in democratische dienst, met de complimenten van de Nasa.

De combinatie Nasa-Gore is wel een riskante. In februari 1992, aan het begin van de vorige presidentscampagne, maakte Nasa bekend dat satellieten boven enkele dichtbevolkte gebieden op aarde problemen met de ozonlaag hadden geconstateerd. De kleurloze Gore greep die ontdekking aan om zich als hoeder van het milieu te profileren. Dat hield hij twee maanden vol; toen krabbelde de Nasa terug. Van een 'gat' in de ozonlaag boven die gebieden was bij nader inzien geen sprake. Zijn tegenstander George Bush noemde hem sindsdien smalend the ozone man. Om straks niet door Bob Dole als Marsmannetje te worden betiteld, zal de vice-president zijn Nasa-contacten ditmaal diep in de ogen hebben gekeken.

Amerikaanse politici weten hoe diep de Nasa bereid is voor ze te buigen. In 1985 en 1986 mochten twee van hen mee met het ruimteveer, omdat ze aan het hoofd stonden van commissies die over de ruimtevaartgelden beslisten. Ook is het een beproefd kunstje van de Nasa om spectaculaire resultaten te openbaren op momenten dat de organisatie onder vuur ligt. Uitgerekend Bill Clinton heeft dit voorjaar te kennen gegeven het Nasa-budget voor planetaire missies te willen inkrimpen. Nasa-directeur Daniel Goldin moet deze week moeite hebben gehad zijn gezicht in de plooi te houden toen Clinton vol trots meldde dat dit jaar enkele Amerikaanse robotverkenners op weg gaan naar Mars.

In 1989 presenteerde Bush het space exploration initiative, dat moest leiden tot een bemande Marsmissie in 2019. Het plan is een stille dood gestorven. Niemand kon destijds uitleggen waarom Mars ineens zo hoog op de politieke agenda moest. Na deze week kan de Nasa zich die uitleg besparen.

IS ER LEVEN OP MARS? De hamvraag. De Nasa heeft een ferme poging gedaan om op die vraag een antwoord te vinden. In 1976 landden Viking 1 en Viking 2 op Mars.

Was er organisch materiaal te vinden op of in de bodem van Mars, opgebouwd uit het het lange soort koolstofketens waar de dode natuur maar moeizaam toe komt? Nee.

Zagen de camera's van de Vikings iets dat leek op een organisme, levend, dood of gefossiliseerd? Nee.

Konden de chemische laboratoria aan boord biologische activiteit in de bodem waarnemen? Nou. . .

Van de drie experimenten met grondmonsters die de laatste vraag moesten beantwoorden, gaven twee een negatieve uitslag en één een positieve. Per saldo concludeerden dat onderzoeker dat ze waarschijnlijk eerder chemische dan biologische processen aan het werk hadden gezien. En daarmee was Mars officiëel bestempeld tot waar de planeet vanuit de ruimte al op leek: een morsdode woestijn, koud, droog en geteisterd door stofstormen. We hebben daar geen buren, en Mars is zelfs niet het tweede huis voor de mensheid uit de fantasie van de science fictionschrijvers.

Nog niet. Een aantal onderzoekers verdiept zich al jaren in de mogelijkheid om Mars bewoonbaar te maken. Terraforming of ecopoiesis heet dat. De Canadees Robert Haynes vertelde er zes jaar geleden enthousiast over op deze zelfde pagina: “Herinner je je dat artikel waar iedereen het over had, van Francis Fukuyama, over het einde van de geschiedenis en zo? De ideologische ontwikkeling stopt, alles wordt saai. Daar kan het bewoonbaar maken van Mars een stokje voor steken.”

Met zwart poeder moet je daartoe de planeet bombarderen, zodat hij warmte vasthoudt. Met CFK's moet je de atmosfeer injecteren, zodat er een flink broeikaseffect optreedt. Een ozonlaag om te verpesten is er toch nog niet. En als het warm genoeg geworden is, zaai je de planeet in met aardse micro-organismen. Na honderdduizend jaar kun je er de lucht ademen.

Eventueel Marsleven dat het tegen alle verwachtingen in nog heeft volgehouden, teruggetrokken levend in de poriën van gesteente, kan daar natuurlijk niet tegen. Een lastig ethisch probleem, gaf destijds ook Haynes toe. “Er zijn mensen die dat de show-stopper vinden. Zelf wil ik me daar eigenlijk nog niet over uitspreken. Leven op zich is voor mij iets heel waardevols, maar ik wil niet zeggen dat dat voor elke levensvorm opgaat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden