65-Plusser kan toe zonder kortingen

Kortingen voor 65-plussers op cultuur en openbaar vervoer subsidiëren rijkeren die toch al het gewenste gedrag vertonen, vinden Barbara Baarsma en Henriëtte Prast.

BARBARA BAARSMA EN HENRIËTTE PRAST en DIRECTEUR SEO EN HOOGLERAAR TOEGEPASTE ECONOMIE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM; HOOGLERAAR PERSOONLIJKE FINANCIËLE ...

Subsidies zijn er om gewenst gedrag te bevorderen of om lagere inkomens in staat te stellen van voorzieningen gebruik te maken. Kortingen voor 65-plussers blijken precies andersom te werken. Het leeftijdscriterium zorgt daarmee voor een inkomensherverdeling van arm naar rijk.

Theaters, musea, bioscopen, bibliotheken en het openbaar vervoer bieden structurele kortingen aan mensen enkel en alleen omdat ze 65 jaar of ouder zijn. Lid worden van de bibliotheek kost voor 65-plussers een derde minder dan het reguliere lidmaatschap. In bioscopen kun je als 65-plusser terecht voor tien in plaats van twaalf euro. Abonnementen van de Nederlandse Spoorwegen zijn voor 65-plussers de helft of meer goedkoper. Bij gebruik van de OV-chipkaart krijgen 65-plussers in bus, tram en metro standaard 34 procent korting. Ook kunnen ouderen in veel gemeenten puur op grond van hun leeftijd een stadspas krijgen die korting geeft op recreatieve en andere faciliteiten.

Wie profiteren er van de kortingen? In elk geval de 65-plussers die graag musea bezoeken, naar de bioscoop gaan, lid zijn van de bibliotheek, en fit genoeg zijn om met het OV te reizen. Wie dat zijn, laat zich raden. Het zijn vooral de rijkere 65- plussers die van de kortingen profiteren. Zij hebben vaker dan sociale minima een stadspas (92 versus 84 procent) en gebruiken die ook meer (29 versus 18 procent), zo blijkt uit onderzoek in Amsterdam. Van de 65-plussers in de hoofdstad die rond het sociale minimum zitten, heeft 84 procent de stadspas, terwijl dit bij de 65-plussers die meer te besteden hebben 92 procent is. Als we dan ook nog bedenken dat hoogopgeleiden vanaf hun 65ste bijna twee keer zo lang leven als lagere sociale klassen, is duidelijk dat zij niet alleen percentueel maar ook in aantallen veel meer van de kortingen gebruikmaken.

Ook musea, bioscopen, theaters, bibliotheken, OV en andere kortinggevers kunnen in theorie profiteren. Per kaartje krijgen ze weliswaar minder binnen, maar als ze dankzij de korting meer kaartjes verkopen, kan de opbrengst per saldo positief zijn.

Helaas blijken de subsidies per saldo negatief uit te pakken voor de inkomsten. Dat blijkt uit een analyse van museumbezoek in 2007. De gemiddelde 65-plus korting was toen bijna 2 euro op een gemiddelde toegangsprijs van ruim 6 euro. Per bezoeker dus bijna een derde minder inkomsten. Wil je dat goedmaken dan moeten er door de korting minstens 33 procent meer AOW'ers het museum bezoeken. Dat is niet het geval.

Verliespost
De 65-pluskorting is in financieel opzicht dus een verliespost voor de culturele sector. Zeker, daar staat tegenover dat meer ouderen van kunst en cultuur hebben genoten. Maar waarom zouden we een hogere waarde toekennen aan museumbezoek door 65-plussers dan door 65-minners? Onderconsumptie van cultuur is zeker geen typisch probleem van 65-plussers - in tegendeel, deze groep gaat bovengemiddeld vaak naar museum en theater. Bovendien moet die verliespost ergens binnen het museum worden goedgemaakt. Zonder de korting zou de toegangsprijs voor 65-minners lager kunnen zijn.

Tot slot kijken we naar vervoer. In verschillende steden is het openbaar vervoer binnen de stad zelfs gratis voor AOW'ers. Subsidiëring van OV kan twee doelstellingen hebben: het terugdringen van autogebruik, en mensen met een laag inkomen in staat stellen de deur uit te komen. Voor beide doelen geldt dat er geen reden is om een leeftijdsgrens te hanteren - ook 65-minners stoten met de auto meer CO2 uit dan met OV. Ook als het gaat om het tweede is er geen aanleiding voor een 65-plus-criterium. Om de tweede doelstelling te halen is een inkomenseis nodig en die wordt niet gesteld.

Meest welvarend
Uit studies van onder andere het SCP blijkt dat de huidige gepensioneerden de welvarendste bevolkingsgroep zijn in Nederland. Zeker, er zijn 65-plussers die van weinig geld moeten rondkomen, maar dat geldt ook voor 65-minners. Sterker nog, in de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder komen percentueel de minste lage inkomens voor. Elke subsidie die gebonden is aan 65-plus bevoordeelt dus de welgestelden onder ons - een omgekeerd Robin Hood-beleid.

Dit is geen betoog om te korten op subsidiëring van cultuur en OV. Het is een betoog voor een maatschappelijk verantwoorde afweging als het gaat om het subsidiëren van het gebruik van voorzieningen. Ofwel, we willen met korting meer mensen het museum, de bibliotheek, bioscoop, theater en OV in krijgen, ongeacht hun inkomen. Maar waarom dan niet iedereen de lagere toegangsprijs bieden? Ofwel, we willen mensen die krap bij kas zitten toegang bieden tot voorzieningen. Maar dan moet de subsidie afhankelijk zijn van inkomen, niet van leeftijd.

Ook culturele instellingen en gemeenten moeten bezuinigen. Zij dragen doorgaans de lasten van de 65-plus kortingen. Reden te meer om goed te beseffen waar de subsidies voor bedoeld zijn. Nu blijkt dat ze rijkeren subsidiëren die toch al het gewenste gedrag vertonen, is het tijd om de 65-plus korting af te schaffen.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden