60-jarig huwelijk met rafelrandjes

jubileum | Vanaf morgen wordt gevierd dat Bernard Haitink ruim zestig jaar geleden voor het eerst het Concertgebouworkest dirigeerde. Een innig huwelijk met ruzies en tijdelijke verwijderingen. Steeds was er de verzoenende muziek.

Bijna was het niet doorgegaan. De viering van het feit dat Bernard Haitink zestig jaar geleden voor het eerst zijn baton hief bij het Concertgebouworkest. Er was in 2014 weer eens onmin ontstaan en Haitink, die volgende maand 88 jaar wordt, had middels een interview in Het Parool laten weten dat hij er klaar mee was: hij wilde het Concertgebouworkest nooit meer dirigeren. Het bijzondere jubileum dreigde in het water te vallen, maar zoals bij eerdere ruzies ook al gebeurde: de brokstukken werden gelijmd. De gevallen baton, die Haitink voor het oog van de wereld in 1987 al eens theatraal-symbolisch uit zijn handen had laten glippen, werd vorig jaar nog maar eens een keer opgeraapt. Alles vergeten en vergeven.


Het diamanten huwelijk kan dus - zij het drie maanden na de eigenlijke datum - alsnog gevierd worden. En een bewogen huwelijk was het, zo eentje waarin de partners aan het eind schoorvoetend moeten toegeven dat ze moeilijk mét elkaar kunnen, maar toch ook niet zonder elkaar.


In hun gezamenlijke geschiedenis van zestig jaar hebben orkest en dirigent elkaar naar grote hoogten opgestuwd. Eerst onwennig, stroef, maar altijd met een enorme werkdrift. Meer dan een halve eeuw muziekgeschiedenis van topniveau, teruggebracht tot een aantal willekeurige, maar opvallende data.


7 november 1956


De beroemde Italiaanse dirigent Carlo Maria Giulini komt deze avond zijn debuut maken bij het Concertgebouworkest. Op het programma staan Vivaldi's 'Quattro stagioni' en het Requiem van Cherubini, allebei nieuwe stukken voor het orkest. Giulini wordt ziek en moet het concert afzeggen. Bij het Radio Filharmonisch Orkest had de jonge Bernard Haitink, hij is dan 27, tijdens het Holland Festival net het Requiem van Cherubini gedirigeerd. Het was Haitinks eerste openbare concert geweest, nadat hij in de radiostudio al wat ervaring had opgedaan. Na enige aarzeling liet Haitink zich door de leiding van het orkest overhalen om het concert van Giulini over te nemen. Het werd een bijzondere avond, niet alleen omdat het Haitinks debuut bij het Concertgebouworkest was, maar ook omdat het concert in het teken stond van de inval van het Sovjet-leger, een paar dagen eerder, in het opstandige Hongarije. Het concert werd opgedragen aan de Hongaarse bevolking. Uit piëteit met de slachtoffers en de vluchtelingen was gevraagd om na het Requiem niet te applaudisseren. De eeuwige twijfelaar Haitink vond dat achterwege blijven van applaus erg fijn bekende hij later, omdat dan van enig lauw enthousiasme voor zijn onvolkomen debuut, zoals hij hetzelf noemde, niets hoorbaar zou zijn.


9 juli 1959


In maart 1959 was chef-dirigent Eduard van Beinum na een repetitie van Brahms' Eerste symfonie op het podium van het Concertgebouw gestorven. Van Beinums dood kwam als een schok. Er was natuurlijk niet direct een opvolger voor de geliefde dirigent beschikbaar. Haitink, die toen al veel concerten bij het Concertgebouworkest dirigeerde en door Van Beinum als opvolger naar voren was geschoven, leidde het officiële herdenkingsconcert voor Van Beinum in april van dat jaar. Daar dirigeerde hij onder andere het slotkoor uit Bachs Matthäus-Passion, de enige keer dat hij muziek uit deze voor het Concertgebouworkest zo belangrijke compositie in Amsterdam dirigeerde (zie 20 maart 2008). Twee jaar bleef het orkest zonder chef. In 1961 werd Haitink aangesteld als chef-dirigent, maar vanwege zijn leeftijd en onervarenheid werd met Eugen Jochum voor drie jaar een tweede chef naast hem benoemd. Vanaf 1964 was Haitink in zijn eentje verantwoordelijk.


Op 9 juli 1959 leidde Haitink in het Holland Festival een uitvoering van Bruckners Tweede symfonie. Hij nam de uitvoering over die voor Van Beinum, een echte Brucknerspecialist, bedoeld was. De KRO zond het concert destijds uit. In de grote cd-anthologie met live radio-opnamen van het Concertgebouworkest is deze uitvoering de vroegste van Haitink. Ongelofelijk hoe je hier al het handschrift van de latere Haitink terughoort. Hij was pas vijf jaar eerder met dirigeren begonnen. Zijn eerste Bruckner-symfonie (de Vierde) deed hij met RFO in januari 1956. Bij het radio-orkest deed hij daarna ook de Tweede, de Derde, de Achtste en de Negende. Haitink was later de eerste dirigent wereldwijd die een complete Brukcner-cyclus met een en hetzelfde (Concertgebouw-)orkest op plaat vastlegde. Het is daarom passend dat hij op dit jubileum opnieuw een Bruckner-symfonie (de Zevende) op de lessenaar legt.


17 november 1969


Op het programma van die avond staat Mahlers Zevende. De als lastig bekendstaande symfonie wordt voorafgegaan door een Fluitconcert van Quantz. Solist daarin is Hubert Bahrwasser, de solo-fluitist van het orkest. Als Haitink de opmaat aangeeft, ontstaat er in de zaal kabaal, waarop een verbaasde Haitink de boel stillegt. Opstandige componisten en hun companen zitten in de zaal op knijpkikkers te knijpen. Het incident zou de boeken in gaan als de Notenkrakersactie.


Een maand eerder zijn er in de Amsterdamse Stadsschouwburg tomaten naar het toneel gegooid en in mei is het Maagdenhuis bezet. Het gist en broeit in de stad. Men wil verandering, ook, of juist, bij een elitair en gevestigd instituut als het Concertgebouworkest. De jonge Haitink heeft er later met verbazing op teruggekeken. Hij verwonderde zich vooral over het feit dat men met het knijpen in de kikkers niet gewacht had tot hij met de Zevende van Mahler was begonnen. Dat had volgens hem pas echt indruk gemaakt.


Het protest was gericht tegen het behoudende beleid van het orkest, maar wie nu terugkijkt kan zich alleen maar verbazen over hoe veel moderne Nederlandse muziek Haitink gedirigeerd heeft. Het was een nogal loos protest tegen de verkeerde man.


21 juni 1975


Dit is de dag dat Haitink, zoals hij het zelf zegt, als operadirigent wordt geboren. In Glyndebourne leidt hij een nieuwe productie van Stravinsky's 'A Rake's Progress' met schitterende decors van David Hockney. De legendarische enscenering bestaat nog altijd. Bij de radio had Haitink al eens wat opera's gedirigeerd en ook bij De Nederlandse Opera. Heel succesvol waren die niet, en Haitink kreeg het etiket opgeplakt een echte symfonische dirigent te zijn. In het rustige Glyndebourne, waar Haitink een tijd de artistieke leiding had, groeide hij uit tot een operadirigent van formaat. Daar leerde hij hoe het is om met een goed team een nieuwe operaproductie op te bouwen. Haitink was altijd bij alle repetities aanwezig, ook die waar hij strikt genomen had kunnen wegblijven. Later benoemde hij zijn tijd in Glyndebourne als een van de gelukkigste uit zijn loopbaan.


25 december 1987


Laatste Kerstmatinee van Haitink en het Concertgebouworkest met de Negende symfonie van Mahler. De frustratie van jaren komt tot uiting als Haitink in de doodse stilte na de wegstervende slotmaten zijn baton uit zijn handen laat glijden. Een vallende baton maakt niet veel lawaai, maar bij deze gelegenheid was het als het ware oorverdovend. Het is een theatraal, bijna melodramatisch gebaar van een dirigent die deze laatste Kerstmatinee als zijn officiële afscheid van het orkest ziet. Algemeen worden de Mahlers die Haitink in de internationaal op televisie uitgezonden Kerstmatinees dirigeerde gezien als de beste uit zijn carrière. Er ontstond met de Kerstmatinees van het Concertgebouworkest een mooi alternatief voor de passie-traditie rond Pasen. Helaas heeft Haitink door zijn afscheid en het gedoe eromheen deze Kerst-Mahlercyclus niet kunnen afmaken. Zijn opvolger Riccardo Chailly maakte nog wel een gebaar door twee Kerstmatinees voor Haitink in te ruimen, maar Haitink wilde niet meer. Het vertrouwen was te veel geschonden.


11 april 1988


Het Concertgebouw bestaat 100 jaar en krijgt het predikaat Koninklijk. Het orkest zal in november een zelfde jubileum vieren. Er is veel gepraat om Haitink, die in september 1987 al begonnen is als chef-dirigent van het Royal Opera House Covent Garden in Londen, zo ver te krijgen dit belangrijke jubileumconcert te dirigeren. Chailly is dan al als opvolger van Haitink benoemd, tot diens grote ontsteltenis en ontevredenheid, en zal in september officieel beginnen. Er dreigt een impasse en zelfs gezichtsverlies voor het orkest als de getergde Haitink niet van zins lijkt het concert te willen dirigeren. Uiteindelijk besluit hij toch om de losgelaten baton weer op te rapen voor Mahlers Achtste symfonie. Deze enorme symfonie is beslist niet Haitinks lievelingswerk, maar de concerten groeien uit tot evenementen. De televisie is erbij, en hoewel Haitink deze concerten zelf niet ziet als zijn afscheid (voor hem was dat de Kerstmatinee van een paar maanden eerder), is iedereen ervan doordrongen dat hier een belangwekkende periode wordt afgesloten.


20 september 1998


Het gaat door voor een van de duurste concerten die het Concertgebouw ooit organiseerde: een concertante uitvoering van Wagners 'Die Walküre' door solisten en orkest van het Royal Opera House Covent Garden uit Londen. Haitink was een decennium eerder chef geworden van het beroemde operahuis, juist om de grote opera's van Wagner te kunnen dirigeren. Een van de wapenfeiten van Haitink in Londen was de complete uitvoering van 'Der Ring des Nibelungen', de voornaamste reden voor hem om de baan in Londen aan te nemen. Na de troebelen in Amsterdam voelt Londen voor Haitink aan als een warm bad. Hij krijgt er voor zijn gevoel meer waardering en voelt zich voor vol aangezien. Het bewuste concert is het eerste in een prestigieuze Carte Blanche-serie die hem door het Concertgebouw is aangeboden. Het wordt een complete triomf. Men klapt en schreeuwt, vooral voor Haitink, langer dan een kwartier. Contacten met De Nederlandse Opera daarna over een mogelijke serie opvoeringen met het Concertgebouworkest van 'Tristan und Isolde' in het Amsterdamse Muziektheater, waar Haitink nooit gedirigeerd heeft, lopen op niets uit.


20 maart 2008


Een ontroerende datum voor de dirigent. Bij het Boston Symphony Orchestra, ook een plek waar hij zich gewaardeerd voelt, dirigeert Haitink op zijn 79ste zijn allereerste Matthäus-Passion van Bach, een werk dat in Amsterdam voorbehouden bleef aan specialisten als Nikolaus Harnoncourt. De uitvoeringen genereren de nodige persaandacht en verlopen succesvol. Haitink vertelde later dat het Concertgebouworkest naar de collega's in Boston had gebeld met de vraag of het werkelijk zo goed was geweest. Men had niet eens de moeite genomen om zelf te gaan luisteren. Toen het Concertgebouworkest Haitink daarop aanbood om in 2011 de Matthäus-Passion in Amsterdam te dirigeren, bedankte hij voor die eer. Het was te laat.


16 februari 2017


Na vier jaar van hernieuwde verwijdering - in 2013 was het laatste concert van Haitink en orkest - keren de 'echtelieden' dan toch weer bij elkaar terug om te vieren dat hun relatie zestig jaar geleden begon. Haitink mocht zelf het programma samenstellen en combineert de Zevende van Bruckner met werk van Debussy. Er schijnen zelfs afspraken voor de toekomst gemaakt te zijn. De bijna 88-jarige is daar heel realistisch over, maar zegt tegelijkertijd zich geen leven zonder dirigeren voor te kunnen stellen.


Koninklijk Concertgebouworkest olv Bernard Haitink met Debussy en Bruckner op 16, 17 en 19 februari (zondagmiddag live op NPO Radio 4).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden