5000 jaar geleden was er niets

Het kostte eeuwen om het keurslijf van de bijbelse chronologie te verlaten en de leeftijd van de aarde wetenschappelijk vast te stellen

Was het 's ochtends of 's avonds?, wilde een van de aanwezigen weten, toen fysicus Robbert Dijkgraaf tijdens een lezing zo precies mogelijk probeerde te zeggen hoe lang geleden de oerknal had plaatsgevonden. Aan dat grapje moest ik denken toen ik las dat de anglicaanse bisschop James Ussher in de zeventiende eeuw had berekend dat de wereld in het jaar 4004 voor Christus was geschapen, en wel op de avond van 22 oktober.

Voor Ussher was het geen grap. Hij onderbouwde zijn berekening met grondig wetenschappelijk onderzoek, niet naar de aarde of het heelal, maar naar de Bijbel. De grote Aristoteles, die tot in de zeventiende eeuw gold als 'de Filosoof', had aangenomen dat de wereld eeuwig bestond, maar uiteraard kon geen christen hem daarin volgen. Het boek Genesis liet er geen twijfel over bestaan dat de wereld door God was geschapen. De vraag was alleen: wanneer precies?

Het antwoord lag besloten in de Bijbel: je hoefde alleen maar een optelsom te maken van de leeftijden der aartsvaders en generaties van koningen. Afhankelijk van de berekeningswijze liepen de scheppingsdata niettemin flink uiteen, van pakweg 4000 tot 7500 jaar voor Christus.

Ussher wilde voorgoed een einde maken aan de onzekerheid. Hij verzamelde een bibliotheek van duizenden boeken en handschriften en leerde meerdere oude talen om de verschillende versies van het Oude Testament te bestuderen: de Hebreeuwse Tenach, de Griekse Septuagint, de Samaritaanse Pentateuch en ook nog een Chaldeeuwse versie.

Om ijkpunten te vinden doorvorste hij astronomische tabellen, uiteenlopende tijdrekeningen en historische data uit tal van bronnen. Door al die geleerdheid werd zijn resultaat, vastgelegd in zijn boek 'Annals of the World', door velen als gezaghebbend beschouwd.

Vanaf het moment dat zijn tijdrekening door de anglicaanse kerk was geautoriseerd, stond in de King James Bible het jaar '4004 BC' in de kantlijn van boek Genesis vermeld, tot in het begin van de twintigste eeuw.

Ussher is een van de vele geleerden en wetenschappers die figureren in het fascinerende boek 'Gevecht met de tijd'. Daarin beschrijft de historicus Gerard Aalders (bekend van zijn werk voor het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) op heldere, soms ironische wijze hoe in een moeizaam en eeuwenlang proces het keurslijf van de bijbelse chronologie werd verlaten en de ouderdom van de aarde voorwerp werd van zuiver wetenschappelijk onderzoek. Die ontwikkeling begon al in de tijd van Ussher, de zeventiende eeuw, waarin de moderne wetenschap werd geboren. Is zijn nauwgezette bijbelonderzoek niet zelf al een uiting van de nieuwe tijdgeest?

De eerste scheurtjes in de traditionele opvatting ontstonden door toedoen van de vele ontdekkingsreizigers, die duidelijk maakten dat de aarde nog door tal van andere volkeren werd bewoond. Een Franse tijdgenoot van Ussher schreef een boek waarin hij betoogde dat Adam niet de stamvader was van de hele mensheid maar alleen van het Joodse volk; de andere volkeren op de wereld waren al lang vóór hem geschapen. Daarom noemde hij ze 'pre-adamieten'. De aarde moest dus een stuk ouder zijn dan altijd was aangenomen.

Een Italiaanse jezuïet, die als missionaris in China had vertoefd, wees op de hoge ouderdom van het Chinese keizerrijk, dat blijkbaar gewoon was blijven voortbestaan toen volgens de bijbelse tijdrekening de zondvloed plaatsvond. Hieruit concludeerde de China-liefhebber Isaac Vossius, zoon van Gerard, dat de zondvloed geen wereldomvattende ramp was maar slechts een regionale.

Aalders laat zien dat deze zondvloed (die volgens Ussher plaatsvond in 2348 v.Chr.) twee eeuwen lang een belangrijke rol speelde in het debat over de ouderdom van de aarde. Voor menige geleerde vormde hij het pasklare antwoord op vragen die rezen in dit tijdperk van wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Hoe zijn bergen ontstaan? Waar komen fossielen vandaan? Hoe is het mogelijk dat in het hoogland schelpen worden aangetroffen? Dat alles was te verklaren door die ene dag waarop 'alle kolken van de grote waterdiepten' openbraken.

Maar geologen raakten ervan overtuigd dat de vorming van de aarde veel meer tijd in beslag had genomen dan volgens de Bijbel het geval was. Door menigeen werd nog gepoogd de bijbelse tijdspanne op te rekken, bijvoorbeeld door de Septuagint-vertaling te gebruiken die nog zo'n tweeduizend jaar toevoegde, of door erop te wijzen dat voor God één dag wel duizend jaar was. Isaac Newton, die op zijn oude dag veel tijd en moeite besteedde aan de onderbouwing van de bijbelse tijdrekening, voerde aan dat de eerste twee dagen van de schepping nog van onbepaalde tijdsduur waren geweest.

Al deze reddingspogingen waren uiteindelijk vergeefs. In de eerste helft van de negentiende eeuw werd de zondvloedtheorie door een paar geologen nog hartstochtelijk verdedigd, maar daarna was het afgelopen.

De geologie had zich voorgoed ontworsteld aan de bijbelse chronologie.

En dan was er ook nog Darwin, wiens evolutieleer een tijdsduur van miljoenen, zo niet miljarden jaren veronderstelde. Nu was er geen houden meer aan. Nieuwe wetenschappelijke theorieën en meettechnieken, door Aalders uitvoerig uit de doeken gedaan, maakten het mogelijk de ouderdom van de aarde steeds nauwkeuriger te bepalen. Ten slotte stelde de Amerikaan Clair Patterson hem zestig jaar geleden vast op 4,55 miljard jaar, met een foutmarge van minder dan 1 procent.

Dat getal wordt door wetenschappers niet of nauwelijks meer bestreden, maar wel door diegenen die ondanks alle wetenschappelijke bewijzen blijven vasthouden aan een bepaalde uitleg van het bijbelse scheppingsverhaal. Aan deze 'creationisten' besteedt Aalders zijn laatste hoofdstuk. Zeker in de VS zijn ze verbluffend talrijk. Daar gelooft bijna de helft van de bevolking dat de mens enkele duizenden jaren geleden door God kant-en-klaar op de aarde is gezet. Niet alle creationisten hebben de overtuiging dat dit letterlijk op de zesde dag van de schepping is gebeurd; sommigen rekken de duur van de scheppingsdagen op, zoals wetenschappers drie eeuwen geleden al hadden gedaan. Tot deze rekkelijke of 'progressieve' creationisten behoort tegenwoordig ook Andries Knevel van de Evangelische Omroep, wiens publiekelijke afscheid van de letterlijke Genesis-interpretatie een paar jaar geleden nog verbazend veel stof deed opwaaien.

Gerard Aalders: Gevecht met de tijd. Hoe de aarde in 4 eeuwen 4 miljard jaar ouder werd. Aspekt, Soesterberg; 328 blz. euro 18,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden