4 oktober De bergeend is een van de kleurigste vogels

van onze kust. Hij bivakkeert in toenemende mate aan het IJsselmeer en in het binnenland, maar het talrijkst op de Waddeneilanden. Daar is hij nu net uit de rui.

In juni en juli trekken duizenden Nederlandse bergeenden naar de Duitse Bocht tussen Weser en Elbe, waar het leeuwendeel ruit.

In het verenkleed valt het vele wit op. Kop en hals zijn zwart met een groene glans, om rug en borst loopt een brede, kastanjebruine band en de buik is wit met een overlangse zwarte baan.

De witte staart heeft ook een zwarte rand, de zijden zijn wit en de groene vleugelspiegel heeft een roodbruine rand. Mannetje en vrouwtje zien er eender uit, alleen heeft het vrouwtje vaak wat wit aan de snavelbasis en is de woerd wat groter en heeft hij in de paartijd een markante knobbel aan de wortel van de rode snavel. Die knobbel ontbreekt bij het vrouwtje en in het herfstkleed.

Bergeenden blijven hier het hele jaar door, ook als het erg koud wordt, al trekken ze dan ook wel naar het zuiden, voor de vorstgrens uit. Er overwinteren hier soms tienduizenden bergeenden.

Bergeenden zeven uit het slib kleine dieren zoals kreeftjes, slakken, wormen en visbroed, eten ook wier en grazen als ganzen. Ze zien er overigens ook meer uit als ganzen dan als eenden en ook de roep van het vrouwtje is een gansachtig ’ak-ak-ak’. De woerd roept een zacht fluitend ’fiew-fiew-fiew...’, wat je vooral hoort bij het overvliegen en bij de balts in mei.

www.henkvanhalm.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden