340 Rembrandts, meer niet

Zesenveertig jaar lang bestudeerde Ernst van de Wetering het geschilderde oeuvre van Rembrandt. Nu is hij klaar. Vandaag verschijnt het laatste deel van 'A Corpus of Rembrandt Paintings'.

SANDRA KOOKE

Als er een schilderij van Rembrandt wordt ontdekt, klinkt de naam van Ernst van de Wetering. Omdat hij wordt beschouwd als de grootste kenner van Rembrandts schilderijen ter wereld, is zijn oordeel over een schilderij van doorslaggevend belang. De gevolgen zijn groot: de eigenaar wordt rijk, het museum hangt het werk prominent op, wij - de bezoekers - kijken er extra lang naar.

Zijn kennis deed hij op in het grote Rembrandt Research Project dat in 1968 werd opgezet om nu eindelijk eens duidelijk te maken welke schilderijen nou wel van Rembrandt waren en welke niet. Zes kunsthistorici zouden alle Rembrandts grondig onderzoeken. Zoiets was nooit eerder gebeurd. 46 jaar later - en 4500 pagina's tekst en beeld verder - eindigt het project. Van de Wetering, die in 1968 begon als assistent, doet als laatste van de deelnemers het licht uit met deel 6 van 'A Corpus of Rembrandt Paintings'. Zijn conclusie: er zijn geen 611 schilderijen, zoals in 1935 Rembrandt-kenner Abraham Bredius beweerde, geen 420 schilderijen, zoals Horst Gerson in 1968 dacht, maar 340 schilderijen van Rembrandts hand.

Op drie na alle Rembrandts heeft Van de Wetering bezocht. Daarvoor reisde hij de hele wereld over. Gewone stervelingen kijken naar een Rembrandt in een museum, vanachter een hekje. Van de Wetering hield de Rembrandts in de hand, liet verfmonsters nemen en liet er röntgenstralen op los.

In zijn woonkamer, die wordt gedomineerd door een enorm, half-voltooid schilderij van zijn eigen hand, kijkt hij terug op het project.

"De eerste vijf jaar van het Rembrandt Research Project gingen de zes specialisten in groepjes van twee alle Rembrandts af. We bekeken ze, onderzochten ze met een loep en beschreven ze in detail. Dat was in het begin het hele onderzoek.

"Ik was assistent, had alleen mijn kandidaats kunstgeschiedenis. Maar ik mocht mee op reis toen hoogleraar Jan van Gelder ziek werd en niet meer kon reizen. Zo werd ik vanzelf lid van het team."

undefined

Stijlcriteria

Na vijf jaar schilderijen ter plaatse bekijken, gingen de volgende negen jaar op aan het schrijven van het eerste boek. Jaren waarin Van de Wetering tegenover hoogleraar Joshua Bruyn aan tafel zat. "Pratend, schrijvend, rokend, koffie drinkend. Aan het eind van die negen jaar zat er een enorme slijtplek in de vloerbedekking onder Bruyns stoel. Bij mij was die kleiner."

Behalve het kijken was er materiaalonderzoek. De Rembrandtspeurders hoopten door het bepalen van de ouderdom van de houten panelen waarop was geschilderd, latere imitaties eruit te halen. De beruchte Van Meegeren-affaire rond diens valse Vermeers had in de kunsthistorische wereld een ware paranoia over mogelijke vervalsingen veroorzaakt. Maar geen van de vermeende Rembrandts was na de zeventiende eeuw ontstaan. Van de Wetering: "Toen bleef niets anders over dan aan de hand van strenge stijlcriteria beoordelen of een werk van Rembrandt was. Waren die stijlkenmerken aanwezig, dan was dat een teken van authenticiteit.

"Maar voor mij was dat een probleem. We bepaalden namelijk zelf wat Rembrandts stijl was. Als je verwacht dat een schilder altijd aan die stijlkenmerken voldoet, maak je een automaat van hem. En als er één geen automaat was, was dat Rembrandt. Bovendien kunnen we uit zeventiende-eeuwse bronnen opmaken dat het beheersen van verschillende stijlen juist gewaardeerd werd.

"Voor mij kwam daar nog iets bij. Ik had op de Academie voor beeldende kunsten in Den Haag les gehad van Co Westerik. Toen die in 1960 de Haagse Jozef Israëls-prijs voor een schilderij kreeg, zei hij: 'Ik hoop maar niet dat ik nu steeds in deze stijl moet blijven werken'. Dan was hij namelijk zijn vrijheid kwijt. Dat heb ik altijd onthouden. Kunst werkt anders dan een kunsthistoricus vaak denkt."

undefined

Laboratorium

Van de Wetering ging zijn eigen weg, sinds 1993 met een team van verschillende specialisten op verschillende gebieden. Fundamenteel onderzoek moest het bepalen van de Rembrandts gaan onderbouwen, vond hij. Hij ging terug naar het laboratorium en begon met natuurwetenschappers van alles te onderzoeken: het doek, de wijze waarop dat geplamuurd was, de pigmenten, het palet, de onderschildering. Zo kwam steeds meer boven water over Rembrandts werkwijze en de gang van zaken in zijn atelier.

Van de Wetering ontdekte bijvoorbeeld dat Rembrandt eerst de achtergrond voltooide en van daaruit steeds verder naar voren werkte, heel anders dan gedacht. Hij ontdekte dat Rembrandt bepaalde delen van een schilderij afzonderlijk voltooide en niet overal tegelijk aan werkte, zoals veel schilders dat nu doen. Ook het onderzoek naar kunsttheorieën uit de zeventiende eeuw bracht nieuwe feiten aan het licht.

Van de Wetering: "Zo krijg je verschillende argumenten die misschien op zichzelf niet doorslaggevend bewijzen dat Rembrandt het schilderij geschilderd heeft, maar die tezamen wel een heel hoge graad van waarschijnlijkheid bereiken. En dan concludeer je vaak: het moet een eigenhandige Rembrandt zijn."

En als ú dat zegt, dan is het zo.

"Zo wil ik dat niet zien. Het is een last dat mensen je zo zien. Leken denken dat een kenner een Rembrandt zo herkent. Maar dat is niet zo. Natuurlijk heb ik in samenwerking met andere specialisten wel enkele Rembrandts ontdekt. Als een schilderij maar 1 procent kans maakt, laat ik het helemaal onderzoeken. Maar dat kan soms jaren duren.

"Nu krijg ik wekelijks een paar mails van mensen met dollartekens in hun ogen. Of ik maar wil bevestigen dat hun schilderij een Rembrandt is. De schaamteloosheid waarmee dat gebeurt! Ik ben bedreigd, heb bij rechtszaken in de getuigenbanken gezeten. Ze laten je niet met rust. Ik heb weleens gedacht: ik laat mijn overlijdensadvertentie plaatsen."

Maar na dit laatste deel van het project gaat het loket dicht, zegt Van de Wetering. Hij gaat nu zelf schilderen. "Ik ben 76 en het leven is niet zo lang. Mijn vrouw Carin en ik zijn toe aan andere bezigheden."

De geldwolven laat hij achter zich, maar Rembrandt zal hem nooit helemaal met rust laten. "Toen ik begon in 1968, was ik veel meer geïnteresseerd in moderne kunst dan in Rembrandt. Ik heb pas heel langzaam begrepen hoe groot Rembrandt was.

"We beschouwen Rembrandt als een geniaal schilderbeest, maar na het bestuderen van de ontstaansgeschiedenis van zijn werken beschouw ik Rembrandt als een wonder. Zijn spontaniteit werd gedragen door inzicht. Bij niemand anders kan in complexe schilderijen de schilderende hand zich zo vrij manifesteren. Rembrandt combineerde denken met 'dansen' met het penseel. Als ik één ding hoop na te laten, is het de wetenschap dat Rembrandt ook een groot denker over kunst was."

'Rembrandt-onderzoek is een continu leerproces'

Het onderzoek naar Rembrandts nam een hoge vlucht aan het einde van de negentiende eeuw. Maar erg wetenschappelijk ging het er nog niet aan toe. Kunsthistorici beoordeelden schilderijen vaak vanaf een zwart-witplaatje. Hoe sneller ze de hand van de schilder herkenden, hoe meer bewondering ze oogstten. Het was een kwestie van intuïtie, zei bijvoorbeeld Abraham Bredius. Van argumentatie was meestal geen sprake.

De grote Rembrandt-tentoonstelling in het Rijksmuseum in 1956 gaf zo'n ratjetoe aan schilderijen te zien, dat een groep kunsthistorici besloot dat er orde in de chaos moest komen.

Een grondig onderzoek moest duidelijk maken wat wel of niet een Rembrandt was. Het Rembrandt Research Project begon uiteindelijk in 1968. En zou veel langer duren dan gedacht.

Tot aan 1993 verschenen drie dikke boeken waarin Rembrandt chronologisch tot aan de 'Nachtwacht' werd behandeld. Er kwam een A-categorie (zeker Rembrandt), een B-categorie (we weten het niet) en een C-categorie (zeker geen Rembrandt).

In 1993 lieten de vijf oudste leden van het project weten dat ze 'sympathiek' stonden tegenover de nieuwe aanpak die Ernst van de Wetering bepleitte, maar dat ze niet genoeg 'enthousiasme' voelden om eraan mee te doen. In deel 4 en 5 van het onderzoek zijn de a-, b- en c-categorieën achterwege gebleven, maar zijn de schilderijen behandeld naar onderwerp. In deel 6 trekt Van de Wetering zijn conclusies over het gehele oeuvre.

Hoe definitief zijn conclusies zijn, is afwachten. Zelf gaat Van de Wetering ervan uit dat er nieuwe ontdekkingen zullen komen. Rembrandt-onderzoek is een continu leerproces, zegt hij daar zelf over. Het Rembrandt Research Project heeft in elk geval gezorgd voor het volwassen worden van het kunsthistorisch onderzoek. Die prestatie reikt verder dan het Rembrandt-onderzoek.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden