30 mei / De witte abeel komt veel in de duinen voor

Meestal is de witte abeel in het duin als zandbinder aangeplant, omdat hij uitgebreide wortelopslag maakt, die het stuivende zand vasthoudt. Ook wordt hij in de duinstreek wel als windscherm geplant. Bovendien is hij goed bestand tegen zeewind en droogte.

Ook de grauwe abeel komt in het wild in de kalkrijke duinen en in rivierdalen voor. Deze boom, een waarschijnlijk spontane kruising tussen de esp en de witte abeel, gemakkelijk te herkennen aan de ruitvormige schorsporiën (lenticellen) bij jonge bomen, is forser dan de witte abeel. De ruitvormige schorsporiën zijn ook in de stam van oude grauwe abelen terug te vinden, maar minder duidelijk.

Het leerachtige, aan de onderkant zilverig behaarde blad van de witte abeel is zeer verschillend van vorm. Aan de kortloten is het gewoonlijk ovaal met een gegolfde rand, aan de langloten diep handvormig ingesneden gelobd. In de wind beweegt het blad door de platte bladsteel en krijg je steeds de witte onderkant van het loof te zien.

De abelen bloeien met grijsharige, hangende katjes in maart, ver voordat het blad verschijnt. De mannelijke katjes zijn kort en dik, met roodachtige helmknoppen tussen de wollige katjesschubben. Ze vallen af als ze het gele stuifmeel hebben afgegeven. Vrouwelijke katjes zitten op andere bomen dan meeldraadkatjes, hebben geelgroene stampers en zijn veel slanker dan de meeldraadkatjes, Het stuifmeel wordt door de wind naar de stampers vervoerd.

* Gewoon nagelkruid, grote brandnetel en zevenblad bloeien nu in bijna alle loofbossen op voedselrijke grond.

Boven de plassen jagen nu verscheidene soorten grote libellen op allerlei vliegende insecten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden