3 x dansen vanuit het hart

Het Holland Dance Festival in Den Haag begint op 4 oktober. 'The art of checking ego' is te zien op 8 en 9 oktober in Theater aan het Spui.

Betrekkelijk nieuw is dat steeds meer dansers zich kritischer tegenover choreografen opstellen. De onzekerheid van freelancerschap en een armlastig zwerversbestaan verkiezend, weigeren zij een vast werkcontract onder een artistiek en zakelijk leider. Het gaat 'de onafhankelijken' niet om autonomie, want zij moeten de scheppingsdrang van hun dansmakers wel erkennen. Maar zij willen niet meer als voorgeprogrammeerde kinderen hun kunstjes vertonen, ter meerdere eer en glorie van de choreograaf. De Nederlandse Anne Affourtit is zo'n uitzonderlijke danseres, die al twintig jaar op een volwassen manier op haar professionaliteit en passie voor dans aangesproken wil worden. Nooit heeft zij zich in al die jaren door enig opdrachtgever voor langer dan een projekt willen laten verplichten en met die vrijgevochten attitude bouwde zij haar reputatie op. Toen zij in 1975 de Scapino Dansacademie verliet, begreep ze al snel dat zij niet de haar toegedachte rol van klassieke ballerina moest vervullen. De machinerie van de grotere dansbedrijven, waarin zoveel oprechte dansfantasieën meedogenloos vermalen worden, boezemde haar vooral angst in. Deels uit gebrek aan zelfvertrouwen, deels uit een behoefte om haar gedrevenheid anderszins te bewijzen besloot zij het kleinschalige, moderne danscircuit op te zoeken.

Na haar start bij het Scapino Ballet en het Rotterdamse Werkcentrum Dans werkte zij op projektbasis bij ongeveer alle kleine dansgroepen in ons land, die in de bloeiperiode 1975 - 1985 opkwamen en meestal ook weer gingen. In New York bouwde zij haar kennis van de postmoderne dans uit, zonder echter haar klassieke ballettraining te verloochenen. Niemand van haar collega's die zich zo all round ontpopte. Geen stijl of techniek ontging haar, van formalistische abstracte dans, minimal dance of dansdramatisch expressionisme tot vele variaties in postmodern Amerikaans, Japanse Butoh of acrobatisch fysiek geweld.

In 1987 ontving zij er al de Zilveren Theaterdansprijs voor, met als direkte aanleiding haar medwerking aan een projekt over Amerikaanse moderne dans uit de jaren vijftig. Minstens even imposant was haar vertolking in 'Kinderen', een op haar gemaakte rol door Kathy Gosschalk. Daarin was zij een zelfverzekerde vrouw die zich de onschuld van haar kindertijd had laten afpakken. Niet veel later verscheen zij, besmeurd met klei in een creatie van Shusaku Takeuchi. Prachtig waren ook de rollen die Ton Simons op haar maakte. Voor Paul Selwyn Norton was ze onlangs nog de Lady X in zijn flitsende duet 'Nth', voor haar en Mischa van Dullemen. In Nortons omstreden 'Pork'-produktie bedekte hij haar statige verschijning met smerige korsten en etterende zweren, maar zelfs dat kon haar klassieke schoonheid niet deren. Adembenemend was ook haar laatste bijdrage in de produktie 'Handle with Care', van Samuel Würsten - de nieuwe programmeur van het Holland Dance Festival. Wat men haar ook toedacht, Affourtit behield haar aristocratische gevoel voor distinctie. Alleen Krisztina de Châtel ontsprong tot op heden haar dans, maar zo'n twintig andere Nederlandse en meerdere Amerikaanse choreografen hebben de smaak van haar passie al meermaals mogen proeven. Anne zelf bleef echter onverbiddelijk in haar freelancerschap. “Ik ben echt zo'n ploeterend en piekerend werkpaard, dat met veel stennis en misbaar mijn concentratie moet opbouwen. Die ene stap vanuit de coulissen op het podium ervaar ik telkens weer als de eerste stap op de maan.” Wie details wil weten over de soorten en gradaties van autoriteiten in het danscircuit, zal aan haar overigens een slechte hebben. Anne schatert haar mysterieuze lach, laat haar ogen spottend oplichten en doet er meestal wijselijk het zwijgen toe. Zij acht dat aan haar status verplicht. Haar evidente ergernis over de aanmatigende houding van met name jonge onervaren choreografen is er niet minder om.

In 1992 liep zij tijdens een projekt van de Israëlier Itzik Galili in Buffalo (VS) de Amerikaanse danser Derrick Brown tegen het lijf. Ook hij heeft zich in een lange Amerikaans-Europese carrière met ijzeren consequentie aan de freelance-formule gehouden en mede daarom voelden zij direct een sterke artistieke verwantschap. Samen met Brown, die als ranke en rappe zwarte faun als haar tegenpool oogt en het in zijn conditietraining vooral van ontspanning moet hebben, zal zij volgende week in het Holland Dance Festival te Den Haag optreden. Brown is in ons land minder bekend, maar ook zijn loopbaan vermeldt samenwerking met meer dan twintig choreografen en tientallen groepen. Terwijl zij tobt en graaft in meeslepende gratie, kijkt Derrick rustig en geamuseerd toe om onverwacht met flitsende touren en sprongen te overrompelen.

Samen richtten zij Stichting Doublet op, voor het festivalonderdeel dat dansprogrammeur Marc Jonkers al jaren geleden het motto 'the art of checking the ego' meegaf. Jonkers wil solerende dansers de mogelijkheid bieden hun eigen dansverhaal te vertellen, in een door hen zelf samen te stellen programma. Aanvankelijk reageerde Affourtit met skepsis op zijn voorstel, want een presentatie als eigenzinnige diva was nooit haar doel. Ze hapte pas toe toen ze merkte dat ook Brown met eenzelfde idee door Jonkers benaderd was. Samen wilden zij wel de stoute schoenen aantrekken, en ook hun stoutste dromen realiseren. Zonder enig voorbehoud stelden zij een lijstje op van hun favoriete choreografen met wie zij nog eens willen samenwerken. Echt verbaasd waren zij niet dat daarop in wisselende volgorde dezelfde zeven namen verschenen: Billy Forsythe, Ohad Naharin, Mats Ek, Hans van Manen, Amanda Miller, Mark Morris, Itzik Galili. Met minder namen zij geen genoegen.

Anne Affourtit en Derrick Brown durfden het dus aan de gangbare gezagsverhoudingen in de dansmarkt om te draaien. Uiteindelijk, na een slopende voorbereidingstijd van drie jaar, door diepe dalen, langs peilloze afgronden en met ontelbare crises, is het hun gelukt. Van de zeven zich ook bereid verklarende topchoreografen, konden alleen Forsythe, Miller en Galili ook hun belofte gestand doen. Vooral Anne reisde de choreografen over de hele aardbol achterna en wrong zich in duizend bochten. In de afgelopen maand verbleven zij en Derrick in Frankfurt om met Billy Forsythe en diens assistente Dana Casperen, en met Amanda Miller twee duetten op en voor zichzelf te laten ontstaan. Terug in Amsterdam leverde Galili een derde duet, dat hij 'Between L' noemde.

Drie maal dans vanuit het hart, noemden Anne & Derrick hun initiatief. Anne Affourtit: “Het hele projekt laat zich samenvatten als een onderzoek naar simpelheid. We leerden veel meer los te laten. Alledrie deze choreografen wilden ons het onaantastbare en ondefinieerbare van dans laten voelen. Al improviserend binnen een door hen gesteld raamwerk moeten wij met onze zintuigelijke intuïtie spelen. Voor ons was het fantastisch dat zij alledrie op het menselijke vlak werken. Zij zijn uit op de verwevenheid van dansen en leven. In elk der duetten, die variëren van 11 minuten (Galili), 14 minuten (Forsythe) tot 22 minuten (Miller), staat het proces van creativiteit centraal. Het ging hen nooit om hun spectaculaire bijdrage aan een bij voorbaat bijzonder programma. Itzik begon natuurlijk met een rauw kamikaze-stuk, maar na twee dagen gooide hij rustig alles weer weg.”

“Vooral Amanda Miller heeft me het gevoel gegeven dat iets wat in mij broeide zich eindelijk als een bloem kon openen. Zij was meteen heel subtiel en surreëel bezig. De 'Meidosems', een serie gedichten en lithografieën van Henri Michaux uit 1948, golden als inspiratiebron, om ons te laten zien hoe ook in andere kunstvormen gezocht wordt. Miller stond er ook op dat we live begeleid worden door de pianiste Margaret Leng Tan. Vlak voor zijn dood gaf John Cage haar toestemming ook zijn sonates and interludes uit 1948 te spelen. Wij krijgen die wereldpremière erbij.”

“In tegenstelling tot Miller konden de twee heren het niet nalaten te vragen wat de anderen met ons van plan waren. Itzik laat ons symmetrisch bewegen op een door hem geschreven tekst en het gekir van tortelduiven. In afwachting van muziek van Thom Willems gaf Forsythe's assistente ons een band met verkeersgeluiden en fraseringscodes. Dat werkte zo goed dat we nog moeten overleggen of de muziek van Thom er wel bij moet.”

Lichtpuntje in hun gang langs 's werelds dansbastiljons was zeker dat Forsythe het niet eens nodig vond hen eerst te zien voordansen. Het feit dat zij zich in zijn kantoortje in Frankfurt aandienden, schonk hem al genoeg vertrouwen. “Billy liet ons via videomateriaal kennismaken met zijn research naar het zelfbesturend vermogen van dansers. Hij werkt met het ruimte-tijd-gewicht systeem van Rudolf von Laban, maar blaast dat letterlijk op. Bijvoorbeeld: alle bewegingen die je eerst met je linkerknie deed vraagt hij je dan vlak voor de voorstelling met je rechteroor te doen. Die deconditionering van je coördinatie vereist een enorme flexibiliteit.”

Derrick Brown valt Anne bij: “Billy wil vooral mensen zien die oplossingen zoeken, hoe dansers hun denken in beweging omzetten. Hij zei ons: 'Don't tell your body what to do, have a dialogue with your body. Don't listen to the music, listen to the movement.' Van hem leerden we dat je vooral de ruimte rondom en tussen je ledematen moet verkennen. Forsythe en Miller spraken ook over 'real time', waarmee ze bedoelen dat je op het toneel op het moment zelf moet ontdekken wat er allemaal verstrijkt. Het is zo ontzettend spannend om nooit op je ervaring te gaan zitten. Zowel bij Forsythe's 'Pivot House' als bij Millers 'Meidosems' mogen wij kiezen waar, wat, wanneer we doen. Niet wát je pakt of aangrijpt, maar dát je pakt is de essentie.” Anne: “Zo mathematisch-verwarringstichtend als Forsythe te werk ging, zo poëtisch-lyrisch is Millers aanpak. In de gedichten en tekeningen van Michaux zitten veel aanknopingspunten met pure dans. Het is heel etherisch, en gaat over de wording van clusters, flarden, fantasieën, draadvormige figuren; over eenzelfde, niet te benoemen gevoel voor dingen die er zijn en tegelijk al niet meer zijn. Michaux zelf noemde dat een streven naar transrealiteit. Vaak vroeg Amanda ons: 'look at the crack of the wall.' Ze bedoelde de gewaarwording van een scheur die je daar nooit eerder zag.”

“Pas achteraf beseften we dat we allebei in alle duetten van begin tot eind op het toneel zijn. Ik vermoed dat onze zo tegengestelde erotische uitstraling verwarring heeft gezaaid. Geen van hen greep het daarin besloten gender-aspect expliciet aan. Van Galili krijgen we, spiegelbeeldig, hetzelfde te doen, Miller maakte wel een solo voor mij, maar die krijgt alleen betekenis omdat Derrick dan buiten mijn directe actieradius blijft. Billy zette ons meteen naast elkaar op de grond. Wat ons betreft komt er ook een 'Doublet II'. Voorlopig hebben we dertig voorstellingen voor de boeg en daarna nog enkele festival optredens in het buitenland.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden