3 februari / De eikvaren blijft deze winter groen,

wat erg opvalt als het zonlicht door de veren schijnt. Als de veren eenmaal bevroren zijn, gaan ze wel te gronde. Als ze geen hinder hebben gehad van de vorst, verdorren de oude veren pas als de jonge verschijnen, doorgaans tegen eind mei.

De ondergronds kruipende, vingerdikke wortelstok is bedekt met bleekbruine schubben.

De veren komen uit de bovenkant van die wortelstok, de vertakte wortels uit de onderkant. De veren zijn de bladeren, diep ingesneden tot de middennerf, maar verder ongedeeld. Elke lob of segment van het blad heeft een min of meer zigzaggende nerf met een groot aantal zijnerven, waarvan de fijnste eindigen in sporenhoopjes. Die helder oranje sporenhoopjes bestaan uit microscopisch kleine sporendoosjes en ontwikkelen zich aan de onderzijde van volwassen veren. De sporenhoopjes zijn als bultjes aan de bovenzijde van het blad te zien.

Eikvarens groeien uitbundig op oude knotwilgen, maar ik zag ze het meest op duinhellingen, die er helemaal mee bedekt waren, onder meer bij het Licht van Troost op het Molwerk op Texel en bij Liguster in de Kennemerduinen. Eikvarens vind je ook veel op oude grachtmuren in de steden, meestal direct onder de kraagstenen, en op kasteelmuren. Vermaard is het Stenen Hoofd aan het IJ in Amsterdam, waar behalve de eikvaren ook schub-, muur-, steenbreek-, zwartsteel-, tong-, stekel-, mannetjes- en wijfjesvaren tussen de bazaltstenen groeien.

* Kijk deze week uit naar het eerste bloeiende klein hoefblad. Deze op een kleine paardebloem lijkende voorjaarsbloem komt in pollen van rood beschubde stelen de grond uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden