28 februari / Kokkelkleppen, nonnetjes, een meeuweveer en wadslakjes

liggen bijeengespoeld op het Balgzand bij Wieringen. De slakjes zijn uiterst talrijk in de Waddenzee net onder de laagwaterlijn op schorren en slikken.

In sommige huisjes zitten nog levende slakjes. Ze kunnen de eb op het droogvallende slik overleven door hun huisje met een hoornachtig dekseltje af te sluiten.

Het slakje leeft van algen, in het bijzonder van zeesla en kiezelwieren, de bruine aanslag op het slik. Op hun beurt zijn ze voedsel voor veel wadvogels. De kruipende slakjes trekken een netwerk van fijne kronkellijntjes in het dunne slik en aan het eind van zo’n spoortje vind je dan een kluitje modder met een slakje erin.

Vroeger kwam het brakwaterhorentje, dat toen nog wadslakje heette, veel voor in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse stromen, maar afsluiting van deze wateren heeft er een eind aan gemaakt. In de Ooster- en Westerschelde is het nog massaal te vinden.

* De kleine zwanen zijn naar hun noordelijke broedgebied vertrokken. Er is nog een enkele in de polders te zien.

De paddentrek is een paar dagen geleden begonnen. De kruipers trekken van hun overwinteringsplaats naar het paarwater en moeten vaak wegen oversteken, waar ze door het autoverkeer worden geplet. Vrijwilligers begeleiden de padden bij die gevaarlijke tocht.

De allereerste iepen bloeien, wat normaal gebeurt tegen eind maart.

Op www.trouw.nl/groen staan eerdere afleveringen van het natuurdagboek en kun je vragen stellen over de inheemse natuur, niet over tuin- of kamerplanten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden