27 februari / Net als de vlokreeft is de zoetwaterpissebed

een kreeft met een duidelijk geleed en bepantserd lijf. De bepantsering helpt niet tegen belagers, zoals volgroeide salamanderlarven, larven van elzenvliegen en waterspinnen. De laatste geleding van het lijf is het grootst, ongeveer driemaal de lengte van het voorgaande lid. Het is ontstaan door vergroeiing van drie segmenten.

De waterpissebed is van boven naar beneden sterk afgeplat. Het laatste potenpaar steekt naar achteren uit en is gegaffeld. Het dier heeft twee puntogen, is groenachtig bruin van kleur en ongeveer anderhalve centimeter lang. Net als bij vlokreeften is het mannetje groter dan het vrouwtje. De waterpissebed is slomer en kan alleen over korte afstanden zwemmen.

Ook de waterpissebed voedt zich met dood materiaal, maar dit dier geeft boven dierlijke resten de voorkeur aan vergaand boomblad, dat in het water is gewaaid. Volgens veel onderzoekers is er maar een soort waterpissebed in zoet water, in tegenstelling tot de pissebedden die in zee en op het land leven. Er schijnt nog een tweede soort te zijn, een dier met een zuidelijker verspreiding, waarvan de aanwezigheid al in de jaren veertig van de vorige eeuw werd vastgesteld en dat alleen op een enkel onderdeel van de gewone waterpissebed is te onderscheiden.

Er leven veel waterpissebedden in stilstaand en zwak stromend zoet en zwak brak water. Ze kruipen rond in de modder, waar andere dieren vaak niet kunnen leven, omdat er niet genoeg zuurstof in zit.

Op www.trouw.nl/groen staan eerdere afleveringen van het natuurdagboek en kunt u vragen stellen over de inheemse natuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden