26 februari / In deze winter zijn weer veel pestvogels gezien,

zij het minder dan vorig jaar, toen er sprake was van een pestvogelinvasie.

Op verscheidene plekken in het Gooi werden toen troepen tot wel zeventig vogels gezien en een voorzichtige schatting van het aantal pestvogels in het Gooi kwam uit op driehonderd exemplaren.

Ook nu nog worden pestvogels gezien, soms in troepen tot vijftig vogels, zoals afgelopen donderdag in Zwolle. Die dag waren er opmerkelijk veel in Noord-Nederland. Misschien behoren ze nu tot de regelmatige wintergasten. Meestal verblijven ze in plantsoenen met vruchtdragende liguster- of Gelderse roosstruiken, waarvan ze met een zekere voorliefde de bessen eten.

De pestvogel hoort thuis in de wouden van Noord-Europa en Noord-Azië. Daar leeft hij van insecten, die hij op vliegenvangermanier vangt, op een uitkijkpost wachtend tot een insect voorbijvliegt en dat uit de lucht snappen, en van bessen en boomzaden. Hij is zo groot als een spreeuw, met zijdeachtige, bruinroze gekleurde veren, een donkere kuif, oogstreep en bef, een brede gele band aan het staarteinde en vuurrode lakplaatjes aan de vleugels. Een bijzondere vogel dus, reden waarom bijgelovige lieden ze als voorzeggers van rampspoed zagen. Daaraan was hun onregelmatige verschijnen niet vreemd. De pestvogel komt niet elke winter naar West-Europa, alleen bij schaarste aan bessen. Pestvogels behoren tot de weinige vogels die de bessen van de Gelderse roos waarderen. Foeragerende vogels zijn goed te observeren, want ze zijn niet schuw, omdat in hun broedgebied nauwelijks mensen wonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden