25- tot 35-jarigen verliezers op arbeidsmarkt

Een huis kopen of een gezin stichten is niet altijd mogelijk met een tijdelijk contract. ©Rob Huibers

Niemand heeft oog voor hen, maar de grote verliezers op de arbeidsmarkt zijn de 'oudere jongeren' die langdurig ronddobberen op tijdelijke contracten.

Sonja Bekker, onderzoeker aan het instituut voor arbeidsstudies aan de Universiteit van Tilburg, ziet dat mensen tussen de 25 en 35 jaar vergeten worden in programma's ter bestrijding van jeugdwerkloosheid. Bekker: "In Nederland, en in heel Europa, bestaat een blinde vlek voor de risico's die deze groep loopt."

Steeds minder jongeren krijgen een vast contract aangeboden. In drie jaar tijd daalde het aantal 35-minners met een vaste aanstelling van 63 in 2007 naar 53 procent in 2010. Met name voor de oudere jongeren pakt werken op tijdelijke contracten erg nadelig uit, vindt Bekker. Zij komen niet makkelijk op eigen benen te staan omdat zij bijvoorbeeld minder betaald krijgen dan krachten in vaste dienst, en de bank hen geen hypotheek geeft voor een huis. En er zullen alleen maar meer flexwerkers bijkomen. Minister Kamp wil de regeling zo uitbreiden dat werkgevers hun personeel zeven jaar lang kunnen laten werken op tijdelijke contracten. Nu is dat nog maximaal drie jaar, op hooguit drie opeenvolgende contracten. "Ik zie een duidelijke ontwikkeling naar een arbeidsmarkt gebaseerd op tijdelijk werk."

Waarom vormen tijdelijke contracten juist voor deze 25- tot 35-jarigen een risico?
"Op die leeftijd willen mensen financieel onafhankelijk zijn, een gezin kunnen stichten of een huis kopen. Dat is met tijdelijke contracten lang niet altijd mogelijk. Veel zekerheden zijn in Nederland alleen goed toegankelijk via een vast contract. Niet alleen het eigen huis, maar ook een pensioen, zwangerschapsverlof of ziektekostenverzekering. Bovendien krijgen flexwerkers niet de bijscholing die personeel in vaste dienst vaak krijgt. Werkgevers investeren niet in hen, en dat verzwakt hun positie op de arbeidsmarkt structureel. De kwaliteit van de hele beroepsbevolking zal daardoor op lange termijn afnemen."

Maar flexwerk en zelfstandig ondernemerschap is populair onder deze generatie. Wat is het probleem?
"Deze generatie ziet flexwerk zelf vaak niet als een bedreiging voor de verdere loopbaan. Ze zijn na hun afstuderen blij dat ze werk hebben, en hopen dat het een opstap is naar een andere baan of vast contract. Flexwerk is ook een kans om in korte tijd veel afwisselende ervaring op te doen. De urgentie van dit probleem wordt mede daarom niet zo ingezien. Maar we moeten verder kijken dan nu. Tijdelijke contractanten worden als eerste ontslagen, en lopen dus een groter risico op werkloosheid. Met name voor laagopgeleide mannen zorgt dat voor problemen. Met tijdelijke baantjes in de horeca of de industrie zijn zij vaak niet in staat om een zelfstandig bestaan op te bouwen."

Hoeveel mensen in Nederland moeten hun huis of gezinsuitbreiding uitstellen vanwege een slecht contract?
"Daarover zijn geen cijfers. Uit het buitenland kennen we vooral anekdotisch materiaal. In Spanje, Italië, Griekenland en Portugal zijn de problemen het grootst. Daar blijven veel jongeren bij hun ouders wonen. Ze beginnen niet eens aan een dure universitaire studie omdat die toch geen baan oplevert. In Nederland is dat zeker niet het geval. Deze Zuid-Europese landen kennen een veel hogere jeugdwerkloosheid, tot wel 50 procent, terwijl die in Nederland volgens Europese cijfers 8,2 procent is (CBS meldt over januari 11,3 procent, red). Maar Nederland heeft, in Europees opzicht, wel een hele grote flexibele schil op de arbeidsmarkt. Dat kan voor jongeren nadelig uitpakken."

Doet Nederland genoeg aan jeugdwerkloosheid?
"Eigenlijk niet. Belangrijke maatregelen ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid dateren nog van het kabinet-Balkenende en zijn begin 2012 afgelopen. Deze worden niet hervat. Ook op Europees niveau gaat de aandacht vooral uit naar de overgang van school naar de arbeidsmarkt. Het gaat vooral om het tegengaan van schooluitval en het organiseren van stages voor 25-minners. Maar net zo belangrijk is dat jonge mensen langdurig geïntegreerd raken op de arbeidsmarkt."

Flexwerk als proeftijd

Flexwerkers zijn uitzendkrachten, oproepkrachten en mensen met kortlopende contracten. Het CBS rekent tot de vaste contractanten de mensen met een dienstverband voor onbepaalde tijd, of langer dan één jaar. Kortdurende contracten worden in 50 procent van de gevallen gebruikt als verkapte proeftijd, blijkt uit cijfers van Eurostat. Slechts 20 procent krijgt uiteindelijk een vast contract. Van de flexwerkers kiest 10 procent daar uit volle overtuiging voor, 40 procent accepteert het flexcontract bij gebrek aan beter. Uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg, UWV en CBS blijkt dat de kansen op doorstromen van een flexcontract naar vast contract gedaald zijn. Die ontwikkeling zette al voor de crisis van 2008 in. De beste kansen hebben uitzendkrachten en mensen met een langlopend tijdelijke contract. Oproepkrachten en kortlopende contractanten blijven vaker flexwerker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden