24 februari / Zoetwatervlokreeften leven onder de oever van sloten, vaarten

en meren en verschillen nauwelijks van hun naaste verwanten in zee. Gammarus pulex, de groenachtig grijze vlokreeft op de foto, kenbaar aan de duidelijk niervormige ogen, is de enige bij ons in zoetwater levende soort van zijn geslacht, waarvan vertegenwoordigers vooral in brakwater en in zee leven.

Je vindt hem in allerlei schone, stilstaande en stromende wateren, altijd veel bij elkaar, zeker enige tientallen per vierkante meter en vaak veel meer.

De zoetwatersoort is net als de vlokreeften die in zee leven een sierlijk diertje met veel poten, waarvan de voorste, vlak onder de kop, dienen om te grijpen. Vlokreeften zijn opruimers, die dood plantaardig en bij voorkeur dierlijk materiaal, vooral dode vissen, eten. Jonge vlokreeften worden op hun beurt gegeten door heel jonge baarzen.

Zeevlokreeften en zoetwatervlokreeften zijn allebei zijdelings platgedrukt en hebben een kromme lichaamsbouw, waardoor ze zich buiten het water op hun zijkant voortbewegen. Zwemmen kunnen ze niet rechtuit. Daarbij gebruiken ze de achterste, omhoog gebogen poten in de lichaamsbocht, die steeds in beweging zijn.

De mannetjes zijn ongeveer twee centimeter lang en forser gebouwd dan de vrouwtjes. Mannetje en vrouwtje kunnen al parende heel goed samen zwemmen, wat je vooral in het najaar, het paarseizoen, ziet. Het vrouwtje zit daarbij half verborgen in de lichaamskromming van het mannetje. De vrouwtjes dragen de grote, bijna zwarte eieren onder het voorlijf tot ze uitkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden