2018, het jaar waarin het Nederlandse voetbal opkrabbelde - ‘Misschien is jong talent wel weerbaarder’

Ernest Faber kijkt naar Ramon Pascal Lundqvist. Beeld Thomas Bakker pro shots

Het voetbal in Nederland was in crisis, maar 2018 bood lichtpuntjes. Hoe leiden we ons voetbaltalent op? Slot van een drieluik: de Herdgang, het trainingscomplex van PSV.

Of een jeugdspeler tegenwoordig meer bij de hand moet worden genomen dan pak ’m beet tien jaar geleden? Ernest Faber, oud-trainer van NEC en FC Groningen en sinds dit seizoen hoofd jeugdopleiding bij PSV, denkt even goed na in de kantine van trainingscomplex de Herdgang. “Ik denk dat je ze meer moet begeleiden”, zegt Faber, terwijl jeugdtrainers (en oud-spelers) als Ruud van Nistelrooij en Johann Vogel even verderop een broodje eten tijdens de lunch.

“De hoeveelheid prikkels die binnenkomt bij jeugdspelers is vele malen groter dan tien jaar geleden”, vervolgt Faber. “Spelers worden de hele dag bestookt met informatie, en je weet eigenlijk niet of het klopt. Wij proberen structuur aan te brengen. Kaders. Zodat spelers leren om daarin de juiste keuzes te maken.”

Dat vraagt veel empathisch vermogen van jeugdtrainers. Talenten, steeds vaker afkomstig uit gebroken gezinnen, zijn soms weinig spraakzaam en hebben moeite hun emoties te uiten. “Communicatie is essentieel”, meent Faber. “Wat zeg je tegen je spelers? En krijg je het gedrag wat je wilt hebben? Op allerlei vlakken kijken wij mee met de trainers en spelers.”

Onder druk

Bij PSV hebben jeugdtrainers vaak een verleden als profvoetballer. Ook Mark van Bommel, tegenwoordig hoofdtrainer van PSV, werkte eerst een aantal jaar in de jeugdafdeling van de Eindhovenaren. “Qua voetbalkennis en ervaring met presteren onder druk, zit het vaak wel goed bij oud-voetballers”, spreekt Faber uit ervaring. “De eventuele achterstand zit ’m vaak in de didactische ervaring: hoe breng ik wat ik in mijn hoofd heb over naar mijn spelers? Daarin proberen we een goede mix te vinden. We zetten vaak een assistent, die wel die ervaring heeft, naast een oud-voetballer, zodat ze complementair zijn. Die combinatie vinden wij erg belangrijk.”

De Herdgang oogt als een ideale werkomgeving. Er heerst rust, de trainingsvelden liggen er strak bij en in de kantine passeert de ene na de andere oud-profvoetballer. PSV ­probeert maatwerk aan te leveren, vertelt Faber. Daarin worden de volgende ontwikkelingsonderdelen ­onderscheiden: fysiek & medisch, technisch & tactisch, mentaal & teamontwikkeling en lifestyle & ­innovatie.

“Voor elk onderdeel werken we met specialisten, die gebruikmaken van de laatste kennis en informatie vanuit de universiteiten, hogescholen en het bedrijfsleven”, legt de oud-speler van PSV, NEC, Sparta en FC Groningen uit. “Je deelt de kennis met elkaar, legt uit waarom je die kennis gebruikt en hoe je die vertaalt naar het veld. Daar moet het gebeuren. De manier van spelen, de manier van leven en het presteren hebben we als één lijn doorgetrokken door de club.”

Hoogste intensiteit

Een voorbeeld? Faber denkt even na. “Het makkelijkste voorbeeld is dat wij bij alle elftallen onder de hoogste intensiteit willen trainen”, zegt hij. “Tegenwoordig, met allerlei gps-systemen, wordt alles gemeten. Hartslag, afstanden en ook de intensiteitmeters. Hoe vaak sprint jij op de hoogste snelheid tijdens trainingspartijtjes? Dat wordt realtime bijgehouden. Als een aantal jongens te weinig acties op de hoogste snelheid maakt, kunnen we dat direct zien. We vertalen trainingen vooral naar wedstrijdsituaties. Daar zit de grootste winstmarge. Alle data en kennis van alle elftallen worden gedeeld om de opleidingslijn te perfectioneren. In trainingen gebruiken we, met de speelwijze als handvat, een gezamenlijke lijn qua oefenstof, waarbij we altijd een competitie-element inbrengen. Je hebt intensieve training en competitie nodig om beter te worden.”

FC Groningen, waar Faber de afgelopen twee seizoenen trainer was, en PSV worden gezien als voorbeelden van hoe jeugd opgeleid moet worden. “We proberen het gedrag naar de normen van de topsport te beïnvloeden”, meent Faber. “Niet alleen van onze spelers, maar ook van onze trainers. Uiteindelijk is de vertaling naar het veld het belangrijkste. Daar moet je weerbaarheid, een ‘willen winnen’-houding, optimale beleving en positief leerklimaat terugzien.”

Een veel gehoord kritiekpunt over de jongste generatie voetballers: ze zijn mentaal niet weerbaar genoeg. Zodra er tegenwind is, vallen ze direct om. Faber, zich beroepend op zijn eigen empathisch vermogen: “Ogenschijnlijk zou je hierbij ‘ja’ zeggen, maar jongeren krijgen zoveel prikkels, zoveel afleiding en moeten zoveel verwerken, dat het misschien ook helemaal niet zo slecht gesteld is. Misschien zijn zij juist weerbaarder. De beeldvorming is leidend en vaak niet realistisch, dus om dat allemaal weerstand te kunnen bieden, moet je mentaal wel heel erg sterk zijn.”

Lees ook:

Deel 1: 2018, het jaar waarin het Nederlandse voetbal opkrabbelde

Op bezoek bij de KNVB in Zeist, waar mensen uit het voetbal, de wetenschap en het bedrijfsleven dagelijks werken aan nieuwe ontwikkelingen in het voetbal.

Deel 2: ‘Er is zoveel meer dan de Hollandse School’

Over de jeugdopleiding van AZ. Louis van Gaal lichtte die door en was lovend, herinnert Paul Brandenburg zich, die sinds 2015 hoofd jeugdopleiding van AZ is. ‘Hij vond alleen dat we een beetje meer moesten discrimineren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden