2006 Land in therapie: wie zijn wij?

Het koninkrijk en zijn Nationaal Historisch Museum

Dat Nederland een identiteitsprobleem had, werd duidelijk bij de opkomst en de ondergang van het Nationaal Historisch Museum. Het koninkrijk bestaat binnenkort 200 jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke gebeurtenissen uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 58.

Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes klaagde tijdens de jarenlange verbouwing van zijn instelling dat hij meer met fietsers bezig was dan met Rembrandt. Het was heilig bij alles waarmee het directeurenduo Eric Schilp en Valentijn Byvanck te maken kregen bij de voorbereidingen voor het Nationaal Historisch Museum (NHM). Discussies gingen over locaties. De twee leidinggevenden oogden wel erg jong en snel. Dus kwam het verwijt dat ze er 'een postmoderne hutspot' van aan het maken waren. "Het Historisch Museum gaat aan ietsisme ten onder", schreef commentator Willem Breedveld in Trouw. Minister Ronald Plasterk van cultuur noemde Schilp en Byvanck de Viktor & Rolf van de museumwereld. Het was bedoeld als grap, maar het beeld bleef hangen.

Arnhem kreeg de voorkeur als vestigingsplaats boven Amsterdam en Den Haag. Waarom, vroegen velen zich af. Waar in de Gelderse hoofdstad moest het dan komen? Een plek naast het Openluchtmuseum gooide hoge ogen. Architect Francine Houben maakte een ontwerp. Maar de gemeente en de directeuren opteerden voor een locatie langs de Rijn bij de John Frostbrug. O ja, heel af en toe ging het ook nog over geschiedenis.

Voormalig directeur Byvanck: "In landen als Frankrijk en de Verenigde Staten dwingt men centraal veel meer af. In Nederland verzanden dit soort initiatieven nogal eens in bureaucratie, in een veelheid aan regelgeving, commissies en belangengroepen. We wilden betrokkenheid, mensen die met ons meedachten. Maar stroperige procedures gingen wel erg de boventoon voeren. Met een afkeer van grand projets heeft het niets te maken. Kijk wat Nederland op handelsgebied internationaal heeft neergezet. Het kan dus wel. Nederlanders waarderen het grote gebaar ook wel degelijk. Kijk naar alle lof voor de verbouwing van het Rijksmuseum."

De opkomst en ondergang van het NHM begon met een ingezonden brief in Trouw van 15 mei 2006. Die kwam van een bijzonder gelegenheidsduo, CDA-voorman Maxime Verhagen, die maar liefst elf jaar geschiedenis had gestudeerd, en SP-leider Jan Marijnissen, liefhebber. Samen pleitten ze voor de oprichting van een NHM naar het voorbeeld van het Duitse Haus der Geschichte. Het instituut moest 'de geestelijke grondslag van de natie' blootleggen, besef geven van normen en waarden en richting geven voor de toekomst. In een mondialiserende omgeving was dat harder nodig dan ooit, vonden de twee. Een indrukwekkende meerderheid in de Tweede Kamer was het met hen eens. Alleen D66 en GroenLinks stemden tegen een motie van Verhagen en Marijnissen die opriep tot de oprichting van een NHM.

Het pleidooi van de CDA'er en de SP'er paste in een trend. Onder invloed van schrijvers als Geert Mak mocht geschiedschrijving zich al een decennium lang over een hernieuwde populariteit verheugen. In 'Hoe God verdween uit Jorwerd' (1996) en 'De eeuw van mijn vader' (1999) vervlocht hij het persoonlijke met de grote historische lijnen. Programma's als 'Andere tijden' (televisie) en 'OVT' (radio) en een tijdschrift als Historisch Nieuwsblad haalden een groter bereik dan hun redacteuren ooit voor mogelijk hadden gehouden.

Grootste Nederlander
De millenniumwisseling nodigde uit tot nog meer terugkijken en tot het benoemen van hoogte- en dieptepunten. Dat ging ook na 1999 en 2000 nog even door.

Soms kregen de nationale discussies bijna een kluchtig karakter. In 2004 organiseerde de KRO de verkiezing van de grootste Nederlander. Een commissie van deskundigen maakte een voorselectie, waarna het publiek een keuze maakte. Willem Drees (derde) en Willem van Oranje (tweede) legden het af tegen Pim Fortuyn. Achteraf ontstond commotie, omdat het mis zou zijn gegaan bij het verwerken van de telefoontjes en de sms'jes.

Maurice de Hond presenteerde bovendien een eigen onderzoek waaruit bleek dat meer Nederlanders kozen voor Willem van Oranje dan voor Pim Fortuyn. Anderen klaagden dat laatstgenoemde sowieso meer met hype dan met geschiedenis te maken had. Het Historisch Nieuwsblad peilde de voorkeuren voor de grootste Nederlander onder historici. Daar kwam een heel andere top-3 uit: 3. Rembrandt van Rijn, 2. Willem van Oranje, 1. Desiderius Erasmus.

In het jaar van de ingezonden brief van Marijnissen en Verhagen presenteerde een commissie onder leiding van de Neerlandicus Frits van Oostrom een canon van de geschiedenis. Die zorgde opnieuw voor veel discussie en zette bovendien aan tot een nog grotere lijstjesgekte. Voor elk deelonderwerp, elke regio, elk dorp kwam er een overzicht van hoogte- en dieptepunten. Heel Nederland leed aan de canonitis.

Steeds diende de chronologie als richtlijn. Vaak keerden ook het door de commissie-Van Oostrom geïntroduceerde aantal van vijftig vensters terug. Schilp en Byvanck presenteerden voor het NHM een thematische opzet met zes werelden: land en water, oorlog en vrede, mens en macht, rijk en arm, lichaam en geest en ik en wij. Sommige historici hadden bedenkingen bij een NHM dat het pronkstuk moest worden van een 'neonationalistische politieke agenda'. Hoogleraar politieke geschiedenis Ido de Haan voelde zich met anderen niet thuis bij 'een klam nationaal thuisgevoel en verlangen naar de Nederlandse Heimat'.

Eind oktober 2010 schrapte het eerste kabinet-Rutte de plannen voor een nieuw te bouwen NHM. Mede-initiator Verhagen was vice-premier en stemde in met deze ingreep. Het museum leefde nog even voort in de virtuele wereld en in de als tijdelijk onderkomen gehuurde Amsterdamse Zuiderkerk. Daarna opperden sommigen een permanente huisvesting in Paleis Soestdijk. In de zomer van 2011 werd duidelijk dat het kabinet definitief een streep zette door de subsidie aan het NHM.

Byvanck twijfelt achteraf of er ooit een echte wil bestond. 'Het Nationaal Historisch Museum was meer een modegril. Denk terug aan de politieke atmosfeer van 2006, de onzekerheid, de vijandigheid tussen groepen, de door mensen als Paul Scheffer, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders aangezwengelde debatten. We hadden te maken met het definitieve einde van de verzuiling. Velen constateerden dat Nederland een identiteitsprobleem had. Het museum kon dat sociale gebrek mee verhelpen, was het idee. Zo breed als de steun voor de motie van Marijnissen en Verhagen in 2006 was, zo weinig protest klonk er in 2011. Het probleem van toen was niet weg. Er was een grotere kwestie voor in de plaats gekomen. Vrij naar Bertolt Brecht: 'eerst het eten en dan de identiteit'.

Byvanck wil best naar zijn eigen rol kijken. "We hebben het in sommige opzichten ongetwijfeld slecht gespeeld. Anderen zullen er ongetwijfeld nog op terugkomen. Je kunt je een voortschrijdende crisis voorstellen waarbij Nederland noodgedwongen nog meer bevoegdheden aan Brussel moet afstaan. Dan wordt het vasthouden van de eigen geschiedenis nog belangrijker gevonden."

Jan Marijnissen sloot zich na de heropening van het Rijksmuseum in een column in NRC Handelsblad aan bij de lof van alle recensenten voor de verbouwing. Prachtig, maar geen vervanging voor het Nationaal Historisch Museum. Zo'n instelling vond hij nog steeds broodnodig. Byvanck begrijpt de vergelijking goed. "Het Rijksmuseum is zeker een geschiedenismuseum. De nadruk ligt hier vooral op een reeks hoogtepunten van de Nederlandse beschaving. Bij het NHM ging het om het bieden van een reeks perspectieven op de Nederlandse geschiedenis in de breedte. De geschiedenis zélf stond voorop, niet de objecten. We zochten naar de meest effectieve methode om die geschiedenis te vertellen.

Viering van twee eeuwen Nederland
Met het naspelen van de landing van de prins van Oranje (de latere koning Willem I) begon op 30 november de viering van 200 jaar koninkrijk. De komende twee jaar zijn er nog vijf nationale evenementen: rond grondrechten in Den Haag (maart 2014), jeugd op Sint-Maarten (mei 2014), internationale oriëntatie in Maastricht (augustus 2014), actief burgerschap in Zwolle (mei 2015) en eenheid in verscheidenheid (september 2015). Verder zijn er nog tentoonstellingen en andere activiteiten in het hele land. (zie: www.200jaarkoninkrijk.nl.)

Alle artikelen in deze reeks zijn gebundeld in het boek 'Ware grootheid, schamele kleinte. Twee eeuwen

Nederland', 280 blz, Balans, euro 29,50, e-book euro 14,99.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden