20 januari / Ransuilen jagen in de nacht en roesten overdag,

wat iets anders is dan slapen. Ze zijn klaarwakker en sluimeren hooguit. Vooral in de winter koesteren ze zich graag in de zon. Ze verzamelen zich in slaapgezelschappen, meestal in dichte coniferen in parken en grote tuinen, waar ze de dag doorbrengen. Zodra de schemering invalt, gaan ze individueel op muizenjacht. Ze jagen niet alleen op muizen, maar plukken ook slapende zangvogels uit de bomen, wat te zien is aan de schedels in de braakballen. Veelal blijven onze broedvogels hier, aangevuld met overwinteraars uit noordoostelijke gebieden.

* De boomklever, ongeveer zo groot als een huismus, gedraagt zich wel spechtachtig, maar behoort niet tot de spechten. Zijn hele bovenkant is blauwachtig grijs, zijn onderkant roestrood. Boomklevers klimmen gewoonlijk van boven naar beneden langs boomstammen, waarbij de korte staart niet bij het klimmen wordt gebruikt. Dat doen de spechten wel. Baltsende torenvalken laten zich luidkeels horen. Mannetje en vrouwtje cirkelen boven de bomen, waarin een nestgelegenheid is die ze op het oog hebben. Dat kan een oud kraaienest of een valkenkast zijn, want zelf bouwen zij geen nest. Duizenden kieviten zoeken nu voedsel in de polders.

* In een heempark zag ik in volle bloei de wrangwortel, een groenbloeiend familielid van de kerstrozen. Wrangwortel is een heel vroege voorjaarsbloeier. Maar ook bloeit al het Robertskruid, dat hoort pas in mei.Henk van Halm

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden