2 | We zaaiden vergeet- me-nietjes op zijn graf

Snuffelaar JanRap is overleden, zonder dat iemand zijn pootjes vasthield. Zijn huisgenoten voelen zich schuldig. ’De stilte klaagt ons aan’.

Wij hebben een huisgenoot – hadden een huisgenoot. Nog wel een zeer lieve, aanhankelijke, vertederende huisgenoot. Iedereen houdt – hield van hem om zijn kraaloogjes, zijn bruine en witte haartjes waar je doorheen kon blazen en natuurlijk om zijn aanhankelijkheid en onschuld.

Hij is niet meer, we missen hem, we missen JanRap.

We kunnen hem op zijn verjaardag – 4 oktober – niet meer toezingen met een schil van een appel en een handvol lievelingsnootjes: ’Lang zal hij leven, lang zal hij leven, lang zal hij leven, in de gloria!’ Want er is geen gloria, geen trapezewerker, geen raddraaier, klimrekhanger, geen snuffelaar door oude kranten en geen flegmatieke wereldbeschouwer. JanRap slaapt, voor altijd en het huis is leeg.

De dagen zijn niet meer wat ze geweest zijn. We missen zijn gepiep in de nacht, het geratel in de morgen en de gezelligheid in de middag en de avond. Altijd! Geen zaagsel meer op het linoleum, geen vallende nootjes, geen gepiep. De stilte klaagt ons aan, we lopen op kousenvoeten door het huis en we kijken elkaar niet aan. Eigen schuld.

Het zit zo: we wilden weg. Een paar dagen voor onszelf. Een paar dagen verlost van alles, de telefoon, de wekker, de heisa, de soesa.

JanRap voor een paar dagen alleen gelaten met rijkelijk voer en drinkwater. Die paar dagen overleeft hij wel, dachten wij in onze onschuld en egoïsme. De verwarming laag gezet en de verlichting uit, want denken aan onze medeaardbewoner is ons motto. Immer begaan met het lot van een ander.

Terug in ons koude en donkere huis, vol verwachting en blij om het weerzien, misten we zijn draf door het rad, zijn hangen in het klimrek, ook het zaagsel en de keutels op de vloer. Slaapt onze Janneman? JanRapaille? Ligt hij te maffen in die vreemde bult zaagsel en krantenknipsels? JanRap beweegt niet als we tegen zijn kooitje tikken. De nootjes zijn ook niet aangeraakt, het waterreservoir is nog helemaal vol. JanRap beweegt helemaal niet! Nee toch Het zal toch niet waar zijn Paniek!

We kijken elkaar voor de laatste maal in onschuld aan. Is hij dood? Vreselijk, hij is al koud, de wrede eenzaamheid, door iedereen verlaten, het was te veel voor hem! Zonder dat iemand zijn pootjes vasthield heen gegaan, gestorven, het tijdelijke met het eeuwige verwisseld, ter ziele, opgenomen. Dat verdient niemand.

We hebben het goed willen maken. Als laatste rustplaats hebben we een wollen doek in een oud en dierbaar sigarenkistje gevouwen. In een bed van vers zaagsel en krantenknipsels hebben we hem neergevlijd en een traan uit het oog gepinkt. Zo, daar lig je lekker, JanRap. De geur van oud mahoniehout zal je goed doen. Toen hebben we het dekseltje gesloten en met koperen spijkertjes dichtgetimmerd. Onbereikbaar voor worm en andere, kwaadaardige wroeters.

Met een sobere plechtigheid hebben we hem begraven op een warm plekje achter de beukenboom en het graf toegedekt met beukennootjes. We hebben tegen elkaar gezegd dat het een kort maar gelukkig leven voor een klein hamstertje was. Hem was veel leed bespaard gebleven, en zo. Hij had het met ons getroffen. Hij had het nergens beter kunnen hebben. Daarna hebben we onze handen gewassen en de tv aangezet.

Onlangs kwamen kennissen langs. Ze misten iets. Ah JanRap was niet in de kamer. Soms verhuisd naar de slaapkamer van een van de kinderen? Toch niet in de koude schuur gezet? In de kou en het donker gaan ze in winterslaap, dan worden ze helemaal koud en het duurt dagen voordat ze weer wakker worden.

Winterslaap?

Jazeker! Winterslaap. Die kleine beestjes gaan wel vaker in winterslaap, je moet ze even de tijd geven om weer wakker te worden.

Nee, zeiden wij, onze lieveling was pertinent niet in winterslaap. Hij was dood gegaan. We hadden ons klein mormeltje wat verwend, dachten we. Daardoor had hij te weinig weerstand. Misschien een deur open laten staan teveel aandacht wie zal het zeggen. De kinderen gingen de laatste tijd toch al niet meer met hem om. Zo gaat dat met kinderen. Ze zijn er gauw op uitgekeken. Ze willen geen hamster meer, ze willen een pony, ze willen paardrijden Ben je naar de kapper geweest? Staat je goed. Nog een wijntje? Neem wat nootjes.

Als ze weg zijn kijken we elkaar aan. Het zal toch niet Het zal toch niet waar zijn?

We hebben vergeet-mij-nietjes gezaaid op het warme plekje onder de beukenboom. Ze zullen wel niet opkomen. De grond is kaal. Er wil niets groeien. Onder beukenbomen komt nooit iets tot leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden