1965 Verregaand losgeslagen

Het koninkrijk en zijn puberteit

Vaders wil was altijd wet. Maar vanaf circa 1965 veranderde Nederland in recordtempo van een van de behoudendste landen van Europa in een van de progressiefste. Het koninkrijk bestaat binnenkort 200 jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke gebeurtenissen uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 48.

Verbaasd beschreef een redacteur van Het Parool in september 1953 een concert van Lionel Hampton in het Amsterdamse Concertgebouw. Hij vermoedde koorts bij de jazzartiest en zag ook de jeugd in de zaal ijlen. Anders kon een merkwaardig vraag-antwoordspel tussen de maker van 'kannibalenmuziek' en zijn publiek met kreten als 'hebaberiba', 'aaaa', 'ieeeeee' en 'boooo' niet verklaard worden. '"And now Hampts boogie woogie," riep hij, snelde naar de piano en liet het wilde ritme door de zaal jagen. Het was allemaal nogal angstig en onwerkelijk. Zou de menigte nu inderdaad losbreken, en zichzelf geheel verliezen?'

Dezelfde bioloog-op-safari-toon klonk een jaar eerder al in het in opdracht van de regering gemaakte rapport 'De maatschappelijke verwildering der jeugd'. Het leest nu als een reisverslag van wetenschappers op safari in een voor hen onbekende jungle. Beesten hadden ze aangetroffen. Of wat netter gezegd: in de lagere klassen heerste de animale 'eerste natuur'. Mensen gaven er toe aan hun primaire driften. Het gebrek aan beschaving werd van generatie op generatie doorgegeven, somberden de onderzoekers: 'In een huwelijk dat niet uitkomt boven z'n biologische componenten, zullen kinderen evenmin verder kunnen zien.'

Hele groepen groeiden op zonder stip op de horizon, stelde het rapport. 'De verwilderde jeugd leeft in een wereld, die verregaand gestalteloos genoemd mag worden. De gestalteloosheid van zijn wereld uit zich in het onvermogen zelf gestalte te zijn: het uiterlijk is filmconfectie en volstrekt verwaarloosd: houding en beweging vertonen geen uit het innerlijk voortkomend gericht zijn: men leurt, hangt, slentert, enz., er is vaak een ongedurige bewegingsoverdaad zonder doel.'

Was jeugdig Nederland in de jaren vijftig en begin jaren zestig werkelijk zo losgeslagen? Kleine groepen nozems eisten als eersten iets als een eigen jeugdcultuur op. Media spraken van 'teenagers'. Rock-'n-roll begon aan een voorzichtige opmars. Maar de grote massa hield ook nog van liedjes als Anneke Grönlohs 'Brandend zand', 'Zeg niet nee' van de Fouryo's en 'Ik heb eerbied voor jouw grijze haren' van Gert Timmerman. Braafheid alom.

Al was het lied van de latere wederhelft van Hermien misschien toch al een voorbode van wat komen ging. Jouw grijze haren. Ouderen tutoyeren, hoorde eigenlijk niet. Elke autoriteit was een u. Gezag had je maar te accepteren. Ergens aan het begin van hun tienerjaren verruilden kinderen zeker voor de zondagen hun korte broek voor een scherp gevouwen pantalon en gingen ze ook uiterlijk op mini-volwassenen lijken. Veel jongens en meisjes genoten slechts tot een jaar of veertien onderwijs en gingen daarna aan het werk. Veel of zelfs alle geld moest thuis worden afgedragen. Bij hun baas of thuis hadden ze weinig te vertellen. Ze moesten hun plaats kennen.

Tot in het gezin ging het er streng, formeel en afstandelijk aan toe. Vaders wil was wet. Moeders zeggenschap strekte doorgaans niet verder dan het bestieren van de huishouding. 'Het fatsoen' en komaf stippelden levens vooraf al grotendeels uit: geloof, politieke voorkeur, smaak, normen en waarden, het hing allemaal met elkaar samen.

Happenings
Vanaf pakweg 1965 veranderde Nederland in recordtempo van een van de behoudendste landen van Europa in een van de meest progressieve. Brutale acties, ontregelend gedrag en omzeilen van regels ('Johnson molenaar!' in plaats van het verboden 'Johnson moordenaar!') stichtten verwarring. In het oog liepen de manifestaties in de grote stad, van de happenings bij Het Lieverdje op het Spui in Amsterdam, acties van Provo en een rookbom bij de gouden koets tijdens het huwelijk van kroonprinses Beatrix en prins Claus tot de bezetting van het Maagdenhuis, Dolle Mina en Nederlands eigen Woodstock-festival in het Kralingse Bos in Rotterdam zo'n vijf jaar later. Het gezag bewoog mee. Dat reageerde eerst met repressie. Agenten met bullenpees zouden de orde wel herstellen. Later stonden autoriteiten steeds meer toe. Ze gedoogden.

Niet uit een automatische reflex elk protest meteen de kop indrukken, maar ook kijken of demonstranten misschien een punt hadden, was de houding van de KVP'er Piet de Jong, minister van defensie en minister-president in de roerige jaren. Hij had het tumult al eerder verwacht. Na de Eerste Wereldoorlog waren er in heel Europa revoluties uitgebroken. Hij verwachtte dat het na de Tweede Wereldoorlog in Nederland zou gaan spoken. Maar er gebeurde niets. Tot midden jaren zestig. "Als land kwamen we in de puberteit. Ik was er klaar voor."

Massamedia slechtten de grenzen tussen de zuilen en doorbraken taboes. In 1964 werd een aflevering van 'Literaire ontmoetingen' (Avro) niet uitgezonden vanwege een gedicht dat Remco Campert voorlas waarin het woord 'naaide' voorkwam. Iets meer dan drie jaar later zat Phil Bloom in VPRO's 'Hoepla' naakt dagblad Trouw te lezen. In 1975 gebruikte Joop van Tijn in 'Open en bloot' van de Vara gewoon het woord 'neuken'. Zijn ietwat geaffecteerde uitspraak hielp om het een heel net woord te laten lijken.

Nederland seculariseerde. Een voorbeeld: in 1958 noemde 42 procent van de Nederlanders zich nog katholiek, in 1980 nog maar 25 procent. En van hen ging slechts een deel trouw naar de kerk. De drie grote confessionele partijen verloren in die dikke twintig jaar bijna 40 procent van hun aanhang.

Etiquettebijbel
De standen groeiden ondertussen naar elkaar toe. Arbeiders verburgerlijkten. Burgers verarbeidiseerden. 'Het fatsoen' brokkelde af. Voor de jaren zestig spiegelden mensen zich graag aan deftige lieden. Die waren nu verdacht, ouderwets en conservatief. 'Hoe hoort het eigenlijk?' de etiquettebijbel van Amy Groskamp-ten Have moest na 1966 niet voor niets dertien jaar op een nieuwe herdruk wachten.

Vooruitstrevend was de nieuwe norm. Premier De Jong vroeg zich hardop af of er ook 'achteruitstrevende mensen' bestonden. Zelf werd hij geslachtofferd op het altaar van de vernieuwing. Zijn KVP ging in 1971 liever niet de verkiezingen in met deze oud-duikbootkapitein als lijsttrekker en koos voor de jonge, als progressief bekendstaande onderwijsminister Gerard Veringa. Het was de stembusgang waarbij de PSP een affiche gebruikte met een blote vrouw bij een koe in de wei. 'Ontwapenend', luidde de leuze. Partijpromotie die uniek was in de wereld.

Heel af en toe werd het oude dogmatisme ingeruild voor nieuwe leerstelligheid. Dat de Katholieke Hogeschool Tilburg bij de bezetting in 1969 werd omgedoopt in Karl Marx Universiteit was niet alleen provocatie. Bij een deel van de nieuwe voorhoedes gingen de teksten van linkse voormannen erin als Gods woord in een ouderling. Ook de nieuw verworven vrijheden kregen soms wat dwangmatigs. Het 'Dat moet kúnnen' werd dan 'Dat móet kunnen'.

Gezag dwong nog weinig automatisch af. Gezag moest zelf worden afgedwongen, onder meer door een openstaan voor dialoog. Regels waren niet langer in steen gehouwen, maar onderhandelbaar. Voor een moraliserend 'En zo gebeurt het!' kwam een psychologiserend 'Wat denk je er zelf van?' in de plaats. Misschien had de grootste revolutie nog wel in de gezinnen plaatsgevonden. Verhoudingen tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen waren onherkenbaar veranderd. Sociale controle had plaatsgemaakt voor zelfbeschikking. Nederlanders waren individuen geworden met een eigen uiterlijk en eigen denkbeelden.

Ware grootheid, schamele kleinte
Een nogal willekeurig grondgebied met een al even willekeurige groep mensen binnen door buitenlandse mogendheden bepaalde grenzen. Dat was het Koninkrijk der Nederlanden in de eerste jaren. Het grondgebied kromp in twee eeuwen tijd. Het aantal mensen groeide. Het volk leerde, ontdekte, bouwde, sloopte, luierde, liep, reed, voer, vloog, kookte, at, gaf, nam, dacht, herdacht, oordeelde, veroordeelde, vermoordde, won en verloor. De natie voelde zich soms zeer verbonden en was dan weer hopeloos verdeeld. Alle artikelen in de deze reeks zijn gebundeld in het boek 'Ware grootheid, schamele kleinte. Twee eeuwen Nederland', dat sinds eind vorige maand in de winkel ligt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden