1962 Bedankt, fijne mensen

Het koninkrijk en zijn vrijgevigheid

Dankzij de actie 'Open het Dorp' voelde Nederland zich eind november 1962 een dag lang één natie. Het Nederlandse volk is nog steeds tamelijk vrijgevig. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 47.

Wat zijn we toch eigenlijk een eigenaardig land, hè?' constateerde cabaretier Wim Kan. Zijn vrouw Corry Vonk en presentatrice Mies Bouwman spraken hem niet tegen. Dus ging hij verder: 'We hebben 5 zuilen, 36 godsdiensten en 147 politieke partijen, maar één bedrag en één Dorp.'

Dankzij de radio- en tv-marathon 'Open het Dorp' voelde Nederland zich eind november 1962 een dag lang één natie. Onder leiding van Mies Bouwman werd geld ingezameld voor een speciale woonwijk voor gehandicapten in Arnhem. Kan kwam opdraven om via een paar telefoontjes mooie bedragen los te krijgen bij bekende ondernemers als Albert Heijn en Anton Dreesmann. Maar verreweg het grootste deel van de opbrengst (ruim 21 miljoen gulden) kwam binnen via bijdragen van de gewone Nederlanders. Die konden hun giften in luciferdoosjes (die had toen nog iedereen bij de hand) inleveren bij kruideniers en postkantoren.

'Non-stop tv girl stirs a nation' en 'Ganz Holland war im Spendentaumel' kopten de buitenlandse kranten. Nico Frijda van het Psychologisch Laboratorium in Amsterdam noemde kort na de marathonuitzending groepsdruk als verklaring voor het opgehaalde bedrag: "Je moest een held zijn om niet te geven. Het devies veranderde in: gij móet geven." De meerderheid van het Nederlandse volk vond dat wat al te cynisch. Dat geloofde liever in een soort ingebakken goedheid. "Bedankt, fijne mensen in de Rai, fijne mensen in het land", had een ontroerde Mies aan het slot van de 24 uur gezegd. Dat was het. Nederlanders waren fijne mensen.

En waren ze dat al niet heel lang? Buitenlanders die in de Gouden Eeuw Nederland bezochten, merkten op dat de rijken bijzonder gul voor de armen waren. Vermogenden werden geacht niet alleen geld te spenderen aan luxe. De minderbedeelden verdienden eveneens steun. Predikanten en pastoors riepen vanaf de kansel op tot hulp.

De traditie van radio- en tv-programma's voor het goede doel was al een aantal jaren eerder geboren. Kort na de Watersnoodramp van 1953 zond de Nederlandse radio zaterdagavonden achter elkaar het programma 'Beurzen open, dijken dicht' uit. Particulieren en bedrijven kwamen hun giften melden. Tussendoor was er stemmige muziek. In de slotuitzending op 28 maart 1953 kon 5,5 miljoen gulden worden overhandigd aan het Rampenfonds.

In 1959, het Internationaal Jaar van de Vluchteling, zond de VPRO tv-makers, onder wie dichter-journalist Simon Vinkenoog, naar Marokko om verslag te doen van Algerijnen die naar Marokko waren gekomen vanwege de bloedige onafhankelijkheidsoorlog in eigen land. Het resulteerde in een documentaire van tweeënhalf uur, die diepe indruk maakte op de kijkers. Veel Nederlanders hadden het gevoel dat ze iets moesten doen. Actrice Yoka Berretty nam het initiatief voor een op tv uit te zenden benefietavond vanuit het Amsterdamse Concertgebouw. Onder anderen Corry Brokken, Johnny Jordaan en Simon Carmiggelt traden op tijdens het programma 'Redt een kind'. BN'ers uit die tijd zaten in het telefoonpanel. Na de avond was meer dan twee miljoen gulden opgehaald.

Marshallhulp
In de jaren die volgden, kreeg Nederland voor het eerst bewindslieden die belast waren met ontwikkelingssamenwerking, in 1963 een staatssecretaris, twee jaar later een minister. In de jaren daarvoor had Nederland al kleine bedragen gespendeerd, voornamelijk aan de koloniën Nieuw-Guinea en Suriname. Nu kregen ook andere regeringen steun. Steeds meer landen werden onafhankelijk. Het Westen wilde de communisten daar zoveel mogelijk weghouden.

Hadden de Verenigde Staten niet op een soortgelijke manier geholpen met de Marshallhulp toen alles in Nederland na de oorlog in puin lag? De wederopbouwjaren waren nu achter de rug, de welvaart groeide, het geholpen land kon nu zelf helpen. Het kon zich wat grote gebaren permitteren.

De twee zielen in de Nederlandse borst, koopman én dominee, waren ook niet ver weg. Een aanzienlijk deel van de financiële hulp bestond uit gedwongen winkelnering. Het vooraf geoormerkte geld moest besteed worden bij Nederlandse bedrijven, die zo hun orderportefeuille bijvulden. De giften waren omgeven door een waas van moralisme. Er was een sterk geloof in de eigen goedheid ('solidariteit met de medemens'). Tegelijk wilde Nederland anderen de wil opleggen. Arme landen hoorden van Den Haag hoe ze het beste tot ontwikkeling konden komen. Rijke landen kregen van Nederland de oekaze om ook een aanzienlijk percentage van hun nationaal inkomen uit te trekken voor ontwikkelingssamenwerking. Dat was een teken van beschaving, een morele opdracht.

In woorden ging menig Nederlander nog verder dan in daden, stelde politicoloog Aad Nuis in 1968. "Alle serieuze opinievormers bepleiten verhoging van de Nederlandse bijdrage aan de bestrijding van de wereldarmoede, en alle serieuze politici zijn het daarmee eens. Ze verdringen elkaar zelfs om de eerste te zijn, als kleine jongens bij de springplank in het zwembad. Niemand springt..."

En toch, op het hoogtepunt van het solidariteitsdenken, in 1973, bij het begin van het kabinet-Den Uyl met de bevlogen minister Jan Pronk, reserveerde Nederland 1,5 procent van het nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking. Ver boven de door de Verenigde Naties gepropageerde 1 procent, die al door vrijwel geen enkel land gehaald werd.

Ook Nederland belandde na verloop van tijd weer onder die norm. Maar 0,8 procent was internationaal gezien nog keurig. Het eerste kabinet-Rutte (gedoogd door de PVV) slechtte ook dat heilige huisje. "Het ontwikkelingsbudget blijft grotendeels behouden, maar de besteding wordt vergaand gemoderniseerd", zei de liberale premier bij zijn regeringsverklaring in oktober 2010. Een nette manier om bezuinigingen en een nog betere behartiging van het eigenbelang aan te kondigen: "We richten het beleid meer op zelfredzaamheid en op meer ruimte voor het bedrijfsleven. Ontwikkelingshulp zal ook meer aansluiten bij terreinen en thema's waar Nederland goed in is, zoals water en landbouw."

Filantroop
Kritiek van multimiljardair en filantroop Bill Gates en een nieuwe coalitie met de PvdA in 2012 veroorzaakten geen koerswijziging in het beleid. Er staan minder kleine jongens bij de springplank in het zwembad.

En de fijne mensen in het land? Het Nederlandse volk is niet het meest vrijgevige volk ter wereld, maar zeker als de giften via publieke middelen worden meegeteld, is een internationale topnotering nog steeds gegarandeerd. In vergelijking met de jaren zestig en zeventig is persoonlijke betrokkenheid wel vaker ingeruild voor 'activisme' via de automatische incasso.

Bovendien lijken Nederlanders tegenwoordig, net als mensen elders in de wereld, eerder te willen geven na een oproep van een beroemdheid dan op basis van een inhoudelijke reportage over een probleem. Bovendien wordt helpen aantrekkelijker als er ook nog wat te winnen valt. Tal van maatschappelijke organisaties kunnen bestaan dankzij loterijen, in veel gevallen opgezet door de geëngageerden van weleer die er nu zelf ook flink beter van worden.

Ware grootheid, schamele kleinte
Een nogal willekeurig grondgebied met een al even willekeurige groep mensen binnen door buitenlandse mogendheden bepaalde grenzen. Dat was het Koninkrijk der Nederlanden in de eerste jaren. Het grondgebied kromp in twee eeuwen tijd. Het aantal mensen groeide. Het volk leerde, ontdekte, bouwde, sloopte, luierde, liep, reed, voer, vloog, kookte, at, gaf, nam, dacht, herdacht, oordeelde, veroordeelde, vermoordde, won en verloor. De natie voelde zich soms zeer verbonden en was dan weer hopeloos verdeeld. Alle artikelen in de deze reeks zijn gebundeld in het boek 'Ware grootheid, schamele kleinte. Twee eeuwen Nederland', dat sinds eind vorige maand in de winkel ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden