1961 De idylle van properheid

Het koninkrijk en zijn uithangborden

Toen Frau Antje voor Playboy uit de kleren ging, was het Nederlands Zuivelbureau niet blij. Het beeld van Nederland als archaïsche klompennatie, ontstaan in de negentiende eeuw, moest blijven bestaan. Het koninkrijk bestaat binnenkort 200 jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 46.

Het meisjesblad Tina staat vol met strips over Nick & Simon, volwassen mannen dragen een Jan Smit-onderbroek en op Bevrijdingsdag - ooit een feest - staan er door het hele land Volendammers op een podium.' Nrc.next-columnist Marcel van Roosmalen wond zich in zijn stukjes meermalen op over de Volendamisering van Nederland. 'Er is maar één oplossing', vond hij. 'Bombarderen.'

Ruim honderd jaar eerder wond schrijver/journalist Frans Netscher zich al op over de hardnekkige 'Volendammerij' van de Nederlandse toeristenbranche. Die deed continu haar best om bezoekers uit het buitenland 'te stijven in hun malle voorstellingen van ons land'. Vooral in de plaatsen rondom de Zuiderzee zag hij een wereld die 'kunstmatig zoo in stand wordt gehouden, buiten het reële Hollandsch mooi om, in speculatie op vreemdelingenbezoek en geldelijk gewin: een stukje Nederland in theatervorm, een klederdrachten- en meubelmuseum onder den bloten hemel'.

De wervingskracht van dit toneel won het toch van de weerzin. Op beurzen maakte de zuivelindustrie gebruik van kaasmeisjes. Later werden ze beeldmerken op reclame-uitingen en producten. Na een getekend vrouwtje met een lichaam bestaande uit kazen volgde een door een andere illustrator ontworpen jonge vrouw, opnieuw met Volendammer muts, met een menselijk lichaam.

In 1961 kwam ze tot leven in spotjes van het Nederlands Zuivelbureau voor de Duitse tv.

Plots had ze ook een naam: Frau Antje. Haar eerste vertolkster was de actrice Kitty Janssen, die al veel serieuzer werk had gedaan op toneel, het witte doek, radio en tv. Haar eerste zin: 'Guten Abend, liebe Hausfrauen, heute zeigen wir Ihnen Käsetoast Hawaii.' Voor ze aan een kleine demonstratie begon, beval ze het basismateriaal aan: 'Wir brauchen dazu vor allem: Holland Edammer.'

Duitsland omhelsde de figuur en de kaasverkopen stegen. Frau Antje was de vleesgeworden properheid en ordelijkheid. Uit haar wat oubollige wijze van kleden sprak gevoel voor traditie, kwaliteit en ambachtelijkheid. Alsof niet zijzelf met het stremsel en het zuursel in de weer was geweest. Heel stiekem en langzaam ging Antje een beetje met de tijd mee. Ze deed haar truttige witte schortje af, ging met dikke blonde vlechten wat sportiever ogen en kwam in plaats van louter dienend steeds vaker zelfstandig over. Alles binnen de redelijke grenzen, want Antje moest wel zedig en netjes blijven. Met haar onschuld wist ze zelfs grote bondskanseliers als Willy Brandt en Helmut Kohl te ontdooien. Toen een van de Antjes voor Playboy uit de kleren ging, was het Nederlands Zuivelbureau dan ook not amused.

Het beeld van Nederland als archaïsche klompennatie ontstond in de negentiende eeuw. Nederland droeg daar zelf veel aan bij. Op de wereldtentoonstelling van 1878 in Parijs was een Hindelooper kamer te zien met levensgrote poppen in klederdracht van het Friese stadje, Volendam en andere plaatsen rond de Zuiderzee. In een van de tentoonstellingen bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 stonden de Nederlandse klederdrachten centraal. Stilaan ontstond een internationale mode. De lokale kleding vormde een goed tegenwicht, iets waarlijk nationaals. Eenheid in verscheidenheid, dat wel, want de klederdrachten verschilden onderling sterk.

Wereldtentoonstelling
Tot ver na de Tweede Wereldoorlog bleef Nederland dezelfde kaart spelen. In het paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel (de glanzende bollen van het Atomium werden de permanente erfenis) domineerden opnieuw molens, tulpen en klompen. Zelfs in 1967 borduurde animator en reclameman Joop Geesink, later de bedenker van Loeki 'Asjemenou' de Leeuw, voort op dit vertrouwde imago. De kritiek die deze inzending opriep, leidde tot een koerswending voor de Wereldtentoonstelling van 1970 in het Japanse Osaka. Voorbij de kneuterigheid moest het worden. Architect Jaap Bakema ontwierp het gebouw. Cineast Jan Vrijman maakte, geassisteerd door de jonge Frans Weisz en Matthijs van Heijningen, de film die er op alle mogelijke punten te zien was.

Een van de beeldend kunstenaars die werk leverden, was Wim T. Schippers. Die wilde spelen met de nationale symbolen. Zijn voorstel voor een mechanisch tegen de wind in wapperende Nederlandse driekleur kreeg geen goedkeuring van de leiding van de Nederlandse inzending. Ogenschijnlijk in de vijver drijvende klompjes met vlaggetjes mochten wel. De uitvoering liep stuk op de klompjes die het Rijksinkoopbureau aanschafte. Omdat ze hol waren, vielen ze steeds om in het water.

De discussie over de houdbaarheid van de heilige Hollandse drie-eenheid van molens, tulpen en klompen hield nooit meer op. Werkte dit het Holland in one day-concept niet in de hand? Toeristen die in razende vaart de Keukenhof, de Zaanse Schans en hooguit wat oude meesters afwerkten. Waar een door het Rijk betaald onderzoek een jaar of tien geleden bepaalde dat Nederland af moest van dit ouderwetse imago en zich meer diende te afficheren met moderne architectuur, is het de laatste jaren weer in zwang om het supertrio van de Holland-marketing te koesteren.

Met de drie als binnenkomer kan de buitenlander rijp worden gemaakt voor nieuwe beelden. En sommige bezoekers van elders willen zelfs in de 21ste eeuw blijven geloven dat ze met de aanschaf van beschilderde klompen, en Delfts blauwe porseleinen molens en poppen in klederdracht een authentiek aandenken aan Nederland in huis halen.

Pikantje van Antje
Het Nederlands Zuivelbureau dankte Frau Antje in 1991 af, in de veronderstelling dat haar uiterste houdbaarheidsdatum was verstreken. Een paar jaar later maakte ze echter alweer een glorieuze comeback. Minder van gisteren, maar nog steeds in klederdracht, met Volendammer muts en vlechten. Duitsers kopen massaal Beste Butter van Antje en Pikantje van Antje. De winst van een sterk merk is krachtiger dan elk tegenargument.

Zelf houden Nederlanders overigens ook graag vast aan een wereld die ooit of misschien wel nooit bestond. Reclamemakers grijpen steeds terug op de idylle van de overzichtelijke wereld. Zeeuws meisje betaalt geen cent te veel voor haar boter, want 'ons bin zuunig'. Een jongetje schaatst zich in een door slootjes doorsneden landschap op een dieet van boterhammen met pindakaas naar Elfstedenglorie. Boeren, eenvoudig van geest, maar o zo dicht bij de natuur, vertelden Martine Bijl tot voor kort hoe vers hun groente wel niet is als die in een Hak-potje wordt gestopt.

Steeds weer speculeren marketeers op onze nostalgische gevoelens. Volwassen Nederlanders zijn als kinderen die net hebben gehoord dat Sinterklaas een verzinsel is: ze weten dat het hun voorgeschotelde land niet meer bestaat, misschien wel nooit heeft bestaan, maar voor even gaan ze weer heel gemakkelijk mee in het verhaal.

Ware grootheid, schamele kleinte
Een nogal willekeurig grondgebied met een al even willekeurige groep mensen binnen door buitenlandse mogendheden bepaalde grenzen. Dat was het koninkrijk der Nederlanden in de eerste jaren. Het grondgebied kromp in twee eeuwen tijd. Het aantal mensen groeide. Het volk leerde, ontdekte, bouwde, sloopte, luierde, liep, reed, voer, vloog, kookte, at, gaf, nam, dacht, herdacht, oordeelde, veroordeelde, vermoordde, won en verloor. De natie voelde zich soms zeer verbonden en was dan weer hopeloos verdeeld. Alle artikelen in de deze reeks zijn gebundeld in het boek 'Ware grootheid, schamele kleinte. Twee eeuwen Nederland', dat nu in de winkel ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden