1952 Europese grondwet? Ja graag!

Het koninkrijk en zijn internationale samenwerking

Euroscepsis bestond nog nauwelijks. Zestig jaar geleden kozen de Nederlanders massaal voor meer samenwerking met de buren. Het koninkrijk bestaat binnenkort twee eeuwen. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 42.

De handelaar in honden en konijnen op de Delftse markt zag een relatie tussen de internationale verhoudingen en zijn eigen kraam. "Het is met Europa net zoals met die stomme dieren daar", analyseerde hij. "'t Krioelt maar door malkander, ze zijn allemaal bang dat een ander er de lekkere hapjes eerder uithaalt en van samenwerking zie je niks." Terwijl die er volgens hem moest komen, wilde Europa niet naar de knoppen gaan.

Vrij Nederland tekende deze bespiegelingen op. Het weekblad toog in november 1952, een paar weken voordat de inwoners van Delft en Bolsward zich in een referendum mochten uitspreken over Europese samenwerking, naar de twee steden om de mening van de man en vrouw in de straat te peilen. "Al kan ik alle gevolgen niet meteen bekijken, volgens mijn intuïtie is het 'ja'", zei een studente. Een apothekersassistente stemde in onder voorwaarden: "Als we ons koningshuis mogen behouden, vind ik 't goed." Een Friese tachtigplusser had vooral oog voor zijn eigen situatie: "Ik ben voor degene, die de meeste borrels schenkt."

De twee referenda waren een initiatief van de Nederlandse Raad der Europese Beweging. Stemgerechtigden konden ja of nee zeggen tegen de volgende vraag: 'Meent U, dat de Europese volkeren bepaalde gemeenschappelijke belangen voortaan gezamenlijk dienen te behartigen, en wenst u daartoe een VERENIGD EUROPA onder een EUROPESE OVERHEID met een DEMOCRATISCHE VERTEGENWOORDIGING te omschrijven in een EUROPESE GRONDWET?'

Bolsward en het bijna tien keer zo grote Delft waren uitverkoren, omdat ze bij verkiezingen een uitslag lieten zien die sterk leek op de landelijke. Ze werden representatief geacht.

De volksraadplegingen maakten het nodige enthousiasme los. 'De ogen van heel Nederland en ook van het buitenland zijn thans op deze twee steden gevestigd', constateerde de Delftsche Courant. 'En voor deze onderscheiding kan uiteraard niemand ongevoelig zijn.' Films, folders, affiches, stickers, vaandels en zegels bepleitten de Europese zaak. Leerlingen konden voor een dubbeltje fietsvlaggetjes kopen, waarmee ze kans maakten op een prijs.

Mitsen en maren
Politici van de grote partijen hielden spreekbeurten en namen deel aan discussieavonden. Ze omkleedden hun standpunt vóór met de nodige mitsen en maren. Europa was een ongewis avontuur. Opgeven van soevereiniteit moest heel zorgvuldig gebeuren. Die kreeg je niet zomaar terug. Fel verzet kwam uit communistische hoek. 'Stemt niet!', raadde een CPN-folder aan. 'In de Europese Defensie Gemeenschap, die men wil stichten, wil men het West-Duitse nazi-leger en de nazi-generaals de commandoposten laten bezetten en zullen onze Nederlandse soldaten onder het bevel komen te staan van de vernietigers van Rotterdam en Putten. In de Europese regering zullen de oude Duitse oorlogswinstmakers, zoals Krupp en Heinkel, de bevelen weer gaan geven.'

1952 was ook het jaar waarin Nederland niet één, maar twee ministers van buitenlandse zaken kreeg. De KVP wilde diplomaat Joseph Luns op het departement. ARP, CHU en PvdA vonden dat geen goed idee. Toen kwam de variant ter tafel met twee gelijkwaardige ministers, van wie Luns er een zou zijn. Dat compromis kreeg wel draagvlak. De partijloze Johan Willem Beyen werd de tweede bewindsman.

'Luns met z'n Beyen' was een van de grappen die de ronde deden. Dat soort vrolijkheid was nodig, want de constructie deed - ook in andere landen - de wenkbrauwen fronsen. Luns gebruikte kwinkslagen om er nog een acceptabele draai aan te geven: twee ministers waren nodig, omdat Nederland zo klein was en het buitenland zo groot. Zijn ambtgenoot Beyen grapte tegen zijn Franse collega dat Nederland twee man nodig had om zijn zin te krijgen.

Het bleef bij een experiment voor één kabinetsperiode, want functioneren deed het niet. Luns en Beyen hadden binnen de kortste keren zo'n ruzie, dat ze alleen nog schriftelijk met elkaar communiceerden. Om het nog een beetje werkbaar te houden kwamen ze tot een werkverdeling waarin Beyen over Europese zaken ging en Luns over de rest van de wereld.

De jaren veertig hadden de internationale positie van Nederland voorgoed veranderd. In mei 1940 had Duitsland slechts vijf dagen nodig om een capitulatie af te dwingen. Al tijdens de oorlog besloot het kabinet in Londen om afscheid te nemen van de lang zo zorgvuldig bewaakte neutraliteit. Enige zelfoverschatting bleef bestaan. Tijdens de voorbereidingen van de oprichting van de Verenigde Naties eiste Nederland de status van middelgrote natie op. Inclusief de overzeese bezittingen vertegenwoordigde het koninkrijk immers tachtig miljoen mensen. Verbolgen constateerde Nederland dat de echt grote spelers er niet eens serieus op in gingen. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Cordell Hull vond dat soort geluiden weer ongepast 'komend van een natie die niet in staat was haar koloniale bezit te verdedigen en die volledig afhankelijk was van de Verenigde Staten om dat opnieuw te verwerven'.

Hoge opkomst, verrassende uitslag
Nieuwe lessen in nederigheid zouden nog volgen. De internationale gemeenschap bepaalde voor een belangrijk deel de wijze van het tempo van de dekolonisatie van Nederlands-Indië. De Verenigde Staten maakten de wederopbouw mede mogelijk door hun Marshallhulp. Meer en meer werd Nederland zich bewust van wat historicus Robert Fruin ooit de 'schamele kleinte' had genoemd. In toenemende mate zocht Den Haag aansluiting bij internationale organisaties: de Benelux (1944), de VN (1945), de Navo (1949) en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1951).

Op 17 december, de dag van het referendum, togen Beyen, Luns en andere politici voor de uitslag naar Delft, de oer-Nederlandse stad van schilder Johannes Vermeer en prins Willem van Oranje. Ze werdener verrast door de opkomst en uitslag. In Delft maakte 75 procent van de stemgerechtigden de gang naar het stemlokaal. Van hen zei 93 procent ja. Bolsward overtrof die cijfers met een opkomst van 88 procent en 96 procent ja-stemmers. Het waren percentages die deden denken aan uitslagen in dictaturen.

De Delftsche Courant vierde de uitslag een dag later: 'Een dagblad als De Telegraaf mag dan in een zuur artikel hebben beweerd, dat Nederland niets anders doet dan offeren, terwijl de grote broers alleen hun eigen belang nastreven (een aanvechtbare stelling trouwens!), de burgerij van Delft en Bolsward heeft blijk gegeven niet van zulk een platvloerse zakelijkheid gediend te zijn en begrepen te hebben, dat ook Europa geen wachtkamer heeft, waarin de Nederlandse maagd in alle rust haar centjes kan zitten tellen en hertellen.'

Waren het stemmen uit overtuiging? Of overheersten de kriebels in de buik: angst voor nieuwe oorlogen, armoe? Hadden de voorstanders simpelweg de beste propagandastrijd gevoerd? Luns noemde de uitslag een bewijs voor het internationaal voelen en denken van de Nederlanders. Dat belette hem niet om later dwars te gaan liggen als andere landen al te supranationale voorstellen deden. Op termijn zou het Nederlandse volk nog vele malen eurosceptischer worden dan zijn politici.

Ware grootheid, schamele kleinte
Een nogal willekeurig grondgebied met een al even willekeurige groep mensen binnen door buitenlandse mogendheden bepaalde grenzen. Dat was het Koninkrijk der Nederlanden in de eerste jaren. Het grondgebied kromp in twee eeuwen tijd. Het aantal mensen groeide. Het volk leerde, ontdekte, bouwde, sloopte, luierde, liep, reed, voer, vloog, kookte, at, gaf, nam, dacht, herdacht, oordeelde, veroordeelde, vermoordde, won en verloor. De natie voelde zich soms zeer verbonden en was dan weer hopeloos verdeeld.

Alle artikelen in de deze reeks worden gebundeld in het boek 'Ware grootheid, schamele kleinte. Twee eeuwen Nederland', dat deze maand verschijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden