1945 Oude verschillenzegevieren

Het koninkrijk en zijn geest van vernieuwing

Nogal wat Nederlanders zagen in de bezetting ook een mogelijkheid om af te rekenen met de verdeelde natie van voor de oorlog. Alles zou nieuw worden, tijdens dan wel na de oorlog. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 40.

Zo op het oog was Geert Ruygers een keurige katholieke jongeman als alle anderen. Na zijn studie Nederlands aan de Katholieke Leergangen in Tilburg werd hij in 1937 leraar aan het al even roomse St. Norbertus Lyceum in Roosendaal. Op een conferentie voor volkseenheid brak hij een lans voor 'de culturele kracht van het platteland'. Het gemeenschapsdenken moest weer centraal komen te staan. Buiten de stad bestond het nog, daar hadden het individualisme en egocentrisme nog niet zo huisgehouden. Ruygers was ook hoofdredacteur van het blad Brabantia Nostra, waarin hij pleitte voor het opnieuw samensmelten van de Nederlanden. Het katholieke Brabant kon na zo'n hereniging met België het hart van de natie worden.

Toen kwam de bezetting. Een dreun, zeker. Maar in de ogen van Ruygers ook een gouden kans om een einde te maken aan de verdeeldheid en de hokjesgeest. 'Nu gaat de politieke eenheid van het Nederlandse volk zich voltrekken.' Hij trad toe tot de al snel opgerichte Nederlandsche Unie. Velen zagen het lidmaatschap daarvan als een mogelijkheid zich toch nog op een of andere manier teweer te stellen. Zo ontstond in een mum van tijd de grootste politieke beweging ooit. De Unie wilde binnen de nieuwe werkelijkheid het Nederlandse karakter veiligstellen voor een nieuwe zelfstandigheid in de toekomst. Vooraanstaande leden schurkten echter behoorlijk tegen de nieuwe machthebbers aan. Bijvoorbeeld Ruygers die in het weekblad De Unie stelde dat Nederland nu lag in het gebied waar Duitsland een leidende positie toekwam. Een tijd lang pleitte hij ook voor een fusie met het Nationaal Front van de fascist Arnold Meyer, een organisatie die hij zag als een redelijk alternatief voor de NSB van Anton Mussert.

Geen duidelijk kompas
De Unie werd aan het eind van 1941 door de bezetter verboden. Ruygers zag zijn fouten in, toen de Duitsers in dezelfde periode steeds hardvochtiger gingen optreden. Hij bleef wel dromen van meer gemeenschapszin en vond een nieuw podium in de illegale bladen Je Maintiendrai en Christofoor. Het heil verwachtte hij nu van de oprichting van een brede progressieve partij op christelijke grondslag na de bevrijding.

Er waren meer types als Ruygers. Ze hadden het in de jaren dertig al gehad met het oude Nederland. De oorlog bood in elk geval een kans op een breuk met het verleden. In de onduidelijke omstandigheden van de tijd die nu was aangebroken, zonder duidelijk kompas van de leiders van voorheen, begonnen ze zelf (niet altijd even samenhangende) ideeën te ontwikkelen over de toekomst.

Veel leden van de elite van voor mei 1940 kwamen elkaar tegen, nadat de Duitsers waren overgegaan tot gijzeling van Nederlandse prominenten. Op de plekken waar deze mensen werden vastgehouden, vooral in het Brabantse Sint-Michielsgestel, hadden de denkers en leiders tijd genoeg om te discussiëren over de ideale samenleving na verdrijving van de nazi's. In sommige gevallen bleken opponenten van weleer het persoonlijk heel aardig met elkaar te kunnen vinden. Oude scheidslijnen vervaagden. De 'geest van Gestel' leek een nieuw Nederland te beloven.

De voorstanders van vernieuwing hadden van het begin af aan een trouwe bondgenoot in koningin Wilhelmina. Al in haar tweede toespraak voor Radio Oranje op 12 september 1940 stelde ze: "Een open oog voor de fouten, die in de loop der jaren in ons staatsbestel zijn geslopen, zal gepaard gaan aan het inzicht en de moed om de veranderingen aan te brengen, die nodig zijn gebleken."

Dat er wat moest veranderen stond voor de vorstin buiten kijf. Over wat er moest veranderen formuleerde ze nogal onsamenhangende gedachten. Ze fantaseerde over meer macht voor de Oranjes en nam het al in Londen niet erg nauw met grondwettelijk vastgelegde regels. Ze ontving alle Engelandvaarders persoonlijk en vormde zich een romantisch beeld van het Nederlandse verzet. Het oorlogskabinet onder leiding van Gerbrandy vond ze meer en meer een 'een oudemannenhuis' dat kwijlde 'op z'n behoudzuchtige slabbetje alsof er niets aan de hand is'. De koningin droomde van een regering vol 'jonge up-to-date menschen'. Haar persoonlijk oordeel over mensen hing af van de vraag of ze hen vernieuwd of niet vernieuwd vond.

Mensen van het midden
In mei 1945 werd de Nederlandse Volksbeweging (NVB) opgericht, die de Doorbraak in het oude bestel moest bewerkstellingen. De eerste naoorlogse premier, Willem Schermerhorn, links-liberaal van hervormden huize en als gijzelaar al prominent in Sint-Michielsgestel, was een van de initiatiefnemers. In de NVB moesten mensen van het midden elkaar kunnen vinden: sociaaldemocraten, katholieken, hervormden, liberalen. Tot de ondertekenaars van het eerste manifest van de beweging behoorde ook Ruygers.

Na haar terugkeer in Nederland bleef koningin Wilhelmina voorstander van een breuk met het vooroorlogse Nederland. Zelf gaf ze het voorbeeld. Ze haalde de bezem door haar oude hofhouding. Tijdelijk woonde ze in twee Scheveningse burgerhuizen. Nog liever was ze ingetrokken bij een 'heldenfamilie'.

De teleurstelling kon niet uitblijven. Oude scheidsmuren bleven overeind of werden, als ze al verdwenen waren, gewoon weer opgebouwd. Behoudzucht won het vaak van de wil om het anders te gaan doen. Het veiligstellen van macht en principes leek nu eenmaal toch makkelijker te gaan in al bekende organisatieverbanden. Bovendien misten vernieuwingsbewegingen als de NVB nog een duidelijke ideologie.

Koningin Wilhelmina zag het allemaal gebeuren. Moe en enigszins gefrustreerd deed ze in 1948 afstand van de troon. Oude partijen waren toen alweer opnieuw tot leven gekomen, zij het meestal onder een nieuwe naam en met een ietwat aangepast programma. De Doorbraakgedachte leefde nog het meest voort in de Partij van de Arbeid die in 1946 werd opgericht.

Buitenbeentjes
Ruygers vond hier zijn definitieve thuis. Van 1946 tot 1970 zat hij voor de PvdA in de Tweede Kamer. Bijna even lang was hij vicevoorzitter van de partij. De sociaaldemocraten domineerden al snel weer. De 'roomsen' golden, intern ook nog eens georganiseerd in de Katholieke Werkgemeenschap, als buitenbeentjes. Hun kerk beschouwde ze als dissidenten en bijna als afvalligen. Een goed gelovige stemde Katholieke Volkspartij.

De anti-campagne van de bisschoppen bereikte haar hoogtepunt met het mandement van 1954. Dat herderlijk schrijven ontraadde het lidmaatschap van de PvdA en verbood ook het lidmaatschap van de Vara en van de vakbond NVV op straffe van uitsluiting van de sacramenten.

Geert Ruygers leed onder die veroordelingen die van hogerhand kwamen, maar hij hield vol. Pas in de loop van de jaren zestig werden de bisschoppen coulanter. Juist in die tijd gingen steeds meer kerkgangers zelf nadenken, als ze al niet van hun geloof afvielen. Het oude zuilenstelsel begon twintig jaar na de bevrijding dan toch te kraken.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden