1943 Het meisje met de zachte huid

Het koninkrijk en zijn Joden

Ze moesten allemaal uitgeroeid worden. Slechts een klein deel van Nederlandse joden overleefde de Duitse moordzucht. Onder hen een klein meisje. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 39.

Wie kent dit kleine meisje met steil donkerblond haar en lichte grijsblauwe ogen? Ze heeft een kleine neus en mond, een zachte huid en een moedervlekje op de rechterwang." Philip Bloemendaal deed met zijn uit duizenden herkenbare stem een oproep tijdens een Polygoonjournaal over oorlogspleegkinderen. De filmbeelden toonden een lachend kind dat speelde met haar fornuisje. Het was 1948. Drie jaar na de bevrijding had een kleine groep joodse jongens en meisjes nog altijd geen identiteit.

Eigenlijk heeft het meisje met het moedervlekje 65 jaar later nog geen enkel hard bewijs over haar ware naam. Ze gaat door het leven als Regina Samplonius. Ze kwam waarschijnlijk ter wereld als Regina Fransman.

Salomon Fransman en Duifje Degen leerden elkaar kennen op een atelier waar regenjassen in elkaar werden gezet. Ze woonden in de Pretoriusstraat in Amsterdam-Oost en zaten een tijdje ondergedoken bij dames van plezier in de hoofdstad. Salomon is op een dag tegen alle waarschuwingen in even naar buiten gegaan. Misschien heeft dat hen verraden. Wellicht waren ze anders toch opgepakt.

De Duitsers hadden hun vernietigingsmachine op dat moment al flink geperfectioneerd. Via de Hollandsche Schouwburg en doorgangskamp Westerbork leidde de weg van Salomon en Duifje naar Sobibor, in het oosten van Polen. Hun transport kwam op 8 juni 1943 aan. Alle 3017 mensen, die er uit de wagons kwamen, werden om het leven gebracht.

Regina, de nog geen jaar oude dochter van Salomon en Duifje, kreeg tijdens hun gedwongen verblijf in Amsterdam onderdak in de crèche aan de Plantage Middenlaan. Ze werd door verzetsmensen het pand uitgesmokkeld en naar pleegouders in Limburg gebracht.

Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog genoot Nederland al honderden jaren enige faam vanwege tolerantie voor religieuze minderheden. Eind zestiende eeuw vluchtten Portugese Joden naar de Republiek. In de loop van de achttiende en negentiende eeuw kwamen de meeste Joodse nieuwkomers uit Duitsland en Midden-Europa. Een deel van de groep bleef hechten aan de eigen religie en cultuur. Een ander deel was op den duur nauwelijks meer van de rest van de bevolking te onderscheiden. Joodse Nederlanders manifesteerden zich in de handel, de kunst en de wetenschap. In 1860 had een kabinet de eerste Joodse minister.

Stereotiepen
Discriminatie en vooroordelen bestonden wel degelijk. Stereotiepen doken op in volksverhalen, grappen, boeken en de pers: de Jood als oproerkraaier, sjacheraar, duitendief, schlemiel, seksmaniak, leugenaar, christusmoordenaar en kindermisbruiker.

Het antirevolutionaire dagblad De Standaard was in de jaren dertig van de vorige eeuw geen voorstander van de Jodenvervolging, maar begreep wel waar die uit voortkwam: "Het eigenaardige van den Jood trok de aandacht, zijn onuitroeibare zucht en handigheid in financiële overheersing wekte wrevel, zijn internationale gebondenheid achterdocht. Dan hoeft in een van God en zijn Gebod losgeslagen overheid en volksmassa niet veel meer te gebeuren."

Zo'n tweehonderd Joodse Nederlanders pleegden in de meidagen van 1940 zelfmoord uit angst voor wat komen ging. Het begin van de bezetting leek het bewijs van hun ongelijk. Maar de nazi's pasten een salamitactiek toe. De druk op de Joden werd steeds iets verder opgevoerd. Vooral in 1942 en 1943 sloeg de moordzucht toe. Uiteindelijk werden ruim 105.000 Nederlandse joden omgebracht. Dat was zo'n 75 procent van het totale aantal. In geen enkel ander land lag dat percentage zo hoog.

Door de bezetting groeide het gevoel van verbondenheid van de rest van de Nederlanders met de Joden ten opzichte van vroeger. Zelfs bij licht antisemitische mensen heerste het gevoel van 'Blijf met je rotpoten van onze rotjoden af'.

Het verzet bleef grotendeels beperkt tot de Februaristaking van 1941 en de hulp van een relatief select groepje ondergrondse werkers en onderduikgevers. Industriële mensenvernietiging hielden de meeste mensen niet voor mogelijk. De algemene verwachting was dat gedeporteerde Joden in Oost-Europa slavenarbeid moesten verrichten.

Wat niet hielp was dat in het verzuilde Nederland van voor de oorlog maar verhoudingsgewijs weinig mensen contact hadden met Joden. In de oorlog ontstond daarentegen de trend om alles als iets gezamenlijks te zien, ook het lijden. Het gruwelijke lot van de Joden werd zo een verhaal naast dat over de arbeidsinzet, het nemen van gijzelaars, krijgsgevangenschap, vervolging van verzetslieden en politieke tegenstanders en de evacuatie van de kuststrook.

Regina Samplonius zag die neiging tot ver na de oorlog. "Mensen die tegen ons klaagden dat ze het ook moeilijk hadden gehad, omdat ze tegen het einde geen boter meer hadden. Discriminerende opmerkingen kwamen vaak ook voort uit onwetendheid of dommigheid."

Regina kwam midden in de oorlog terecht bij de Nederlands-hervormde familie Samplonius in Hoensbroek. Haar eerste pleegmoeder kon geen kinderen krijgen, omdat ze problemen had met haar baarmoeder. Ze overleed kort na Regina's komst aan baarmoederhalskanker. Haar pleegvader hertrouwde met een weduwe met twee zonen. Hij, een metaalbewerker van Friese komaf, weigerde financiële steun van de Stichting 1940-1945. Hij had voor dit kind gekozen. Hij zou er zelf voor werken.

Regina werd gedoopt. Na de oorlog was het meisje inzet van een rechtszaak. Joodse organisaties wilden haar weghalen bij haar pleegouders en onderbrengen in een Joods weeshuis in Palestina. "Stonden er plotseling wildvreemde mensen me op te wachten, als ik uit school kwam. Die vroegen hoe het me ging." De familie Samplonius won het pleit bij de rechter.

Als lagereschoolkind kwam Regina achter haar geschiedenis. "Ik voelde bij mijn pleegmoeder wel wat ongemak. Daarom heb ik nooit echt durven doorvragen. Ik wilde niet ondankbaar overkomen." Ze vond het ook wel wat interessants hebben. Anders zijn dan anderen. "Op school vertelde ik dat ik op een heel groot schip uit Egypte was gekomen en hier nieuwe ouders had uitgezocht." Later koketteerde ze ook met alles wat Joods was. Haar pleegmoeder probeerde haar ervan te doordringen dat het geen keurmerk was, dat je overal goede en slechte mensen kan tegenkomen.

'Ik dacht: dat ben ik'
Een 'nichtje' was het nog enige overgebleven familielid. Ze kon nog iets vertellen over vader en moeder Fransman. En ze had een foto van laatstgenoemde als meisje op het Noordzeestrand. "Ik dacht: dat ben ik." Ondanks het ontbreken van bewijs gaat Regina daarom uit van een familieband. Toch heeft ze de achternaam Samplonius gehouden. Als eerbetoon aan haar pleegouders, die ze postuum voordroeg voor de Yad Vashem-onderscheiding.

Regina studeerde verpleegkunde. Daarna stelde ze zichzelf een ultimatum: als ik binnen drie maanden geen Joodse jongen ben tegengekomen, ga ik naar Israël. Het werd de eerste variant. Dat ze per se een Joodse jongen wilde, zal iets te maken hebben gehad met dat idealiseren van alles wat Joods was. Ze voelt het ook als een wraakoefening op Hitler: "Hij heeft geprobeerd ons uit te roeien. Dat is hem niet gelukt. Sterker nog: met een Joodse man heb ik drie Joodse kinderen gekregen."

Af en toe denkt ze erover na hoe anders de geschiedenis zonder Duitse bezetting had kunnen lopen: "Dan woonde ik in Amsterdam en had ik een heel grote Joodse familie."

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden