1934 | De stad begon te broeien

Het koninkrijk en zijn oproer

TEKST PAUL VAN DER STEEN BEELDMONTAGE MARK KOHN

Het revolutiejaar 1918 ging redelijk geruisloos aan Nederland voorbij. In de jaren dertig kraaide het oproer alsnog. Met geweld probeerden de autoriteiten de geest weer in de fles te krijgen. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 35.

Sal. Ik sta achter de barricade. Kom naar de Jordaan, de revolutie leiden." Met deze woorden probeerde de werkloze bankwerker Jan Gerressen bestuurslid Sal Tas van de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) naar zijn buurt te krijgen, waar het proletariaat de zoveelste verlaging van de steun niet pikte. Toen vier OSP'ers Tas het briefje overhandigde, was Gerressen al dood. Op de Lindengracht in de Jordaan raakte een politiekogel de 27-jarige, die behalve in de OSP ook actief was in de Algemene Nederlandse Metaalarbeidersbond, in het voorhoofd. Tas: "Ik keek naar de hanenpoten op het papiertje dat ik tussen mijn vingers had en riep me het beeld voor ogen van de jongen die in zijn laatste ogenblikken naar mij gevraagd had. Een intens medelijden welde in mij op, maar tegelijkertijd wanhoop en verontwaardiging over de dwaasheid van dat alles, de nutteloosheid, de zinloosheid van dit drama dat een ramp was voor een gezin, een shock voor onze kleine gemeenschap - een voorbij flitsend incident in een verzet dat al op instorten stond."

Tas dacht dat de politie de weerstand had gebroken. Het tegendeel was het geval. Het geweld stookte het vuur juist verder op. Waren de ordediensten voor die tijd al niet erg welkom geweest in de Jordaan, nu konden ze al helemaal niet op een warm welkom rekenen. Het broeide ook elders in de stad. En er waren onlusten in Rotterdam, Den Haag en Enschede. Was dit het in sommige kringen lang verwachte begin van een omwenteling?

De vergissing van Troelstra
Toen de wereld na afloop van de Eerste Wereldoorlog volop in verwarring was, voelde sociaaldemocratische leider Pieter Jelles Troelstra al momentum. "Verzuimt het oogenblik niet, grijpt de macht, die u in den schoot wordt geworpen, en doet wat gij moet, en kunt doen", zei hij op een bijeenkomst in Rotterdam op 11 november 1918.

De oproep zou de geschiedenis ingaan als de vergissing van Troelstra. Hoe zijn uitspraken van toen precies geïnterpreteerd moeten worden, is tot de dag van vandaag voer voor discussie. Was hij werkelijk uit op revolutie of toch niet? De autoriteiten en tegenkrachten namen in elk geval het zekere voor het onzekere. Met ordemaatregelen en tegendemonstraties wilden ze elk oplaaiend vuur zo snel mogelijk doven.

Troelstra matigde al zijn snel zijn taal. Hij had het geluk dat de balans van de novemberdagen van 1918 niet helemaal in zijn nadeel uitsloeg: om de SDAP en andere linkse bewegingen de wind uit de zeilen te nemen, voerde de regering in verhoogd tempo sociale hervormingen door.

Midden in de economische crisis van de jaren dertig zou het nog eens broeien in het koninkrijk. In Suriname verdween de links georiënteerde Anton de Kom op 1 februari 1933 op verdenking van opruiing achter de tralies van Fort Zeelandia. De autoriteiten werden nogal zenuwachtig van zijn spreekuren voor ontevreden contractarbeiders. Zijn achterban verzamelde zich in de dagen erna meermalen in de straten van Paramaribo om te protesteren. Op 7 februari kwamen zijn aanhangers bijeen op het Gouvernementsplein. In de veronderstelling dat de procureur-generaal hen iets zou vertellen over de vrijlating van De Kom, kwamen ze naderbij. De functionaris voelde zich in het nauw komen en gaf het bevel om het vuur op de menigte te openen. Er vielen twee doden en 22 gewonden. Twaalfhonderd Javaanse contractarbeiders werden nog dezelfde dag de Suriname-rivier overgezet. De Kom zat nog drie maanden vast. Hij haalde zijn gram met zijn aanklacht 'Wij slaven van Suriname' dat in 1934 als boek verscheen en waarvan daarvoor al fragmenten in de linkse pers in Nederland verschenen.

Onrust in Indonesië
Juist op het moment dat Suriname zich roerde, was het ook onrustig in Nederlands-Indië. De salariskortingen bij marinepersoneel liepen op tot meer dan twintig procent en leidden er tot een staking van marinepersoneel. De autoriteiten hielden het op dienstweigering en pakten tientallen mensen op.

Op 4 februari 1933 kaapte een groep bemanningsleden de pantserkruiser De Zeven Provinciën. "Geen geweld in de zin, doch protest onrechtvaardige salariskorting en gevangenneming marinemannen", luidde het bericht vanaf het schip. Zowel in Batavia als in Den Haag zag het gezag dit als niets minder dan muiterij. Deze actie stond voor alles wat verafschuwd werd: anarchisme, communisme en nationalisme. Toen op 10 februari een nieuw bevel tot overgave werd genegeerd, wierp een vliegtuig een bom af boven het schip. Negentien mensen kwamen vrijwel onmiddellijk om het leven, vier kort daarna.

De linkse partijen en hun pers reageerden verontwaardigd. Willem van Iependaal dichtte:

Draagt makkers, draagt de dooden om!

De blijk van Neerlands ploertendom

Politieke prenten wezen naar schuldigen. Op een ervan stond de antirevolutionaire leider Hendrik Colijn met van bloed druipende handen. Daaronder de tekst: "Mijn God is een God der wrake...en daar hou ik me aan". Colijn had zich al voor de fatale bom ontpopt als een voorstander van de harde lijn. Dit kon niet getolereerd worden. Wat hem betreft mochten die muiters met torpedo's naar de zeebodem gejaagd.

Het droeg mede bij aan de twee zetels winst van de ARP bij de Tweede Kamerverkiezingen later die maand. Ook uit de zetel voor het rechtse Verbond voor Nationaal Herstel bleek de behoefte van een deel van Nederland aan een sterke man. Aan de ander kant van het politieke spectrum leek extreem-links de vruchten te plukken van de recente ontwikkelingen: twee zetels winst voor de Communistische Partij Holland en een eerste zetel voor de Revolutionair-Socialistische Partij van Henk Sneevliet, die in China nog de communistische partij had helpen oprichten.

Colijn, die de afgelopen jaren in de Kamer had doorgebracht, werd voor de tweede keer premier. Zijn optreden als sterke man kon het spook van de crisis niet verjagen. Sterker nog, door zijn hardnekkig vasthouden aan de Gouden Standaard, de koppeling van de gulden aan het goud, duurde de economische ellende in Nederland langer dan in de omringende landen.

Het Jordaanoproer kon uiteindelijk slechts worden bedwongen door de inzet van het allerzwaarste geschut, onder meer pantserwagens, ten koste van vijf doden en 56 zwaargewonden.

Het levenloze lichaam van Gerressen maakte op 9 juli - begeleid door duizend tot tweeduizend sympathisanten - een laatste rondgang door de straten van Amsterdam. Bij de Berlagebrug verdween de kist bedekt met de OSP-partijvlag in een auto met bestemming Arnhem, waar hij begraven werd. Links-radicalen van verschilldende gezindte stonden daar aan de kuil met Gerressens zoon Roel en zijn zwangere weduwe Sientje. Die beviel eind 1934 van een dochter. Dat kind, Johanna, stierf minder dan een maand na haar geboorte.

Met dank aan: Bart de Cort

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden