1914 begon mooi. Oorlog? Niet meer in deze eeuw.

Honderd jaar geleden begon de Eerste Wereldoorlog. Trouw belicht elke week een facet. Vandaag: de stemming aan de vooravond. Er pakten zich donkere wolken samen, maar er was ook optimisme. Was oorlog voeren niet te duur geworden?

De Duitse keizer Wilhelm II reisde in de tweede helft van de maand juni 1914 naar Kiel om daar het kanaal te heropenen dat toen nog de naam van zijn grootvader droeg (ook Wilhelm geheten), maar dat inmiddels al een halve eeuw Noord-Oostzee- of Kielerkanaal heet. Het was een tijdje dicht geweest want het moest worden uitgebaggerd om grotere schepen toe te kunnen laten, ook oorlogsschepen.

Een week lang was het groot feest in de Noord-Duitse stad. Er was veel bezoek, onder andere uit Groot-Brittannië. Het slagschip King George V was in de haven afgemeerd. De keizer ontmoette de commandant, viceadmiraal Sir George Warrender, en dineerde ook met hem. De hele top van de Duitse marinevloot was aanwezig. Britse en Duitse matrozen organiseerden diverse wedstrijden aan de wal - de Engelsen wonnen bij het voetballen, maar dolven bij andere takken van sport het onderspit.

Het waren genoeglijke dagen, al kwam er aan het slot van de week een verontrustend telegram uit Sarajevo. In de Bosnische hoofdstad was de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand doodgeschoten, een vriend van de Britse ambassadeur in Duitsland, ook aan boord van de King George V. Warrender was er niet gerust op. Als dat maar geen oorlog in Europa wordt, zei hij. Maar bij het afscheid had hij warme woorden voor zijn Duitse gastheren: "Vrienden in het verleden, vrienden voor altijd". Nog geen zes weken later verklaarde Groot-Brittannië Duitsland de oorlog - de Eerste Wereldoorlog was begonnen.

Er waren een eeuw geleden meer signalen die op ontspanning tussen de grootmachten wezen, al hing er voor sommigen wel degelijk oorlog in de lucht, ook vóór de aanslag op Frans Ferdinand. Maar volgens de optimisten was de verhouding tussen Groot-Brittannië en Duitsland goed en ook Rusland en Duitsland konden het redelijk met elkaar vinden. De kans dat het tussen die twee landen tot een gewapend conflict zou komen, was heel klein, schreef een hoge ambtenaar van het ministerie van buitenlandse zaken in Londen in het voorjaar van 1914. De drie landen waren ook met elkaar verbonden: de Britse koning George V, de Duitse keizer Wilhelm II en de Russische tsaar Nicolaas II waren neven, (aangetrouwde) kleinkinderen van koningin Victoria.

'Tijdperk van geborgenheid'
Van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig is de bekende uitspraak dat de eerste jaren van de twintigste eeuw tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog 'het gouden tijdperk van geborgenheid' vormden. De wereld was stabiel en bestendig, de mensheid was op weg naar een hoger niveau van beschaving: "De mensen geloofden net zomin in de mogelijkheid van een barbaarse terugval, zoals oorlogen tussen de Europese landen, als in spoken en heksen."

Voor ons is 1914 net zo ver weg als 1814 voor de mensen die een eeuw geleden leefden. De Slag bij Waterloo moest toen nog plaatsvinden, maar sindsdien had Europa toch een relatief rustige periode doorgemaakt, met de nadruk op relatief. Want er waren oorlogen geweest, zoals die tussen Frankrijk en Duitsland in 1870/1871, de Krimoorlog van 1853 tot 1856, en conflicten op de Balkan, maar toch ook decennia zonder bloedvergieten. De Europeanen waren gewend geraakt aan de vrede, schrijft de Canadese historica Margaret MacMillan: 'Na afloop van de napoleontische oorlogen was de vreedzaamste eeuw gevolgd die Europa sinds de Romeinse tijd had gekend.'

Ook de voorzichtige stappen die gezet waren naar een internationale rechtsgemeenschap droegen bij aan het optimisme. Koningin Wilhelmina opende op 28 augustus 1913 in Den Haag het Vredespaleis. Dat werd de zetel van het Permanent Hof van Arbitrage dat bemiddelde bij geschillen tussen staten. Tot de oprichting daarvan was besloten op de internationale vredesconferentie in 1899, ook in Den Haag. Die conferentie was weer een initiatief geweest van de Russische tsaar Nicolaas II.

Volgens The Economist was langzaam maar zeker 'een oorlog tussen de beschaafde landen in de wereld een onmogelijkheid geworden'. Het Britse weekblad schreef dat in een commentaar in juni 1913, naar aanleiding van de toenadering tussen Groot-Brittannië en Frankrijk; die twee landen gingen steeds vriendelijker met elkaar om. The Economist kwam een paar maanden geleden quasi-serieus op die voorspelling van een eeuw geleden terug. 'We zaten ernaast', gaf het blad ruiterlijk toe.

Nutteloze oorlog
De Britse journalist en politicus Norman Angell kwam begin vorige eeuw met een verrassende kijk in een inmiddels klassiek werk: 'The Great Illusion', De grote illusie. Zijn stelling was dat de economieën van de Europese landen zo met elkaar verweven waren dat een oorlog geen enkele zin meer had, het was nutteloos. Vroeger was dat anders: toen had op z'n minst een van de oorlogvoerende partijen voordelen bij een gewapend conflict. Maar nu de economieën steeds verder geïntegreerd raakten (Frankrijk en Duitsland waren in Europa elkaars belangrijkste handelspartners), zouden alle landen er financieel nadeel van ondervinden. Er zou, ook doordat wapens steeds geavanceerder werden, onnoemelijk veel schade zijn, de economische groei zou tot stilstand komen, of erger nog: de economie zou krimpen. De landen keken voortaan wel uit: oorlog was achterhaald, het was niet meer te betalen.

De wereld aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was dynamisch, modern, onderling verbonden en slim, net als de wereld anno 2014, schrijft de in Australië geboren historicus Charles Emmerson. De lijst van de vooruitgang is lang: de radiotelegrafie kwam sterk op, waardoor de wereld een stuk kleiner werd. Overal in Europa (en ook daarbuiten) breidden spoorwegmaatschappijen hun netwerken uit, met misschien wel als meest in het oog springende project de spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad, waarvan de aanleg onderbroken werd door de Eerste Wereldoorlog.

Ook het ene na het andere passagierschip liep van de helling, en ze werden met het jaar groter. De Oude en de Nieuwe Wereld kwamen dichter bij elkaar te liggen. Het ging regelmatig fout, zoals bij de beruchte ramp met de Titanic in april 1912 die aan ruim 1500 mensen het leven kostte. Maar er waren meer grote scheepsongelukken zoals die van het Canadese stoomschip Empress of Ireland dat eind mei 1914, twee maanden voor het begin van de oorlog, zonk in de Saint Lawrence-rivier; daarbij kwamen meer dan duizend mensen om.

Voor de happy few werd het mogelijk per trein en boot de wereld rond te reizen, reisbureaus kwamen met prachtige aanbiedingen, in Europa, en naar verre bestemmingen. Het Amerikaanse Ford liet auto's van de lopende band rollen, postorderbedrijven maakten het mogelijk vanuit je luie stoel producten te bestellen, Hollywood werd dé filmstad, en de Democratische presidentskandidaat Woodrow Wilson maakte in de VS in een filmpje (waarschijnlijk de eerste politieke spot) gehakt van zijn Republikeinse tegenstander die alleen maar voor de rijken opkwam - dat klinkt vertrouwd in de oren. Wilson won de verkiezingen: als president zou hij een beslissende wending aan de oorlog geven.

Nogal wat historici trekken parallellen tussen de wereld van 1913/1914 en die van 2014: globalisering, snelle verbindingen, een wereld die steeds kleiner wordt, verbluffende technologische ontwikkeling, een opkomende grootmacht (destijds Duitsland, nu China) en aan de andere kant een land dat nog wel een grootmacht is, maar zijn invloed in de wereld ziet verminderen (nu de VS, een eeuw geleden Groot-Brittannië). De parallel gaat trouwens niet zo ver dat die geschiedkundigen nu een Derde Wereldoorlog voorspellen. Maar de overeenkomsten zijn opvallend.

Mensen die in 1913 leefden, ervoeren dat jaar niet als een sombere prelude op de catastrofe, schrijft Charles Emmerson. Zeker, er waren donkere wolken aan de horizon, sommigen verwachtten ook wel degelijk dat er oorlog op het continent zou komen - in een volgende aflevering in deze serie zullen we uitgebreid in kaart brengen wat voor conflictstof er lag, wat de oorzaken waren van de Grote Oorlog. Maar aan de vooravond daarvan was de stemming niet overheersend negatief. Veel mensen vonden het wel een mooie tijd.

Het laatste jaar vóór de Eerste Wereldoorlog in boeken
Er zijn recentelijk prachtige boeken uitgekomen over het laatste jaar vóór de Eerste Wereldoorlog, niet alleen over het ontstaan daarvan, maar ook en vooral over het dagelijkse leven in 1913 en 1914. Interessant is de poging van de in Australië geboren historicus Charles Emmerson om de wereld te laten zien door de ogen van inwoners van diverse steden in de wereld, niet alleen in Europa, maar ook in Noord- en Zuid-Amerika, het Midden-Oosten en Azië. (Charles Emmerson: 1913, 'The World Before the Great War'. The Bodley Head, London.)

Zijn Canadese collega Margaret MacMillan vraagt zich in een indrukwekkend boek af hoe het toch kon dat de Europeanen alle kansen op vrede onbenut lieten, en die waren er volgens haar volop. (Margaret MacMillan: '1914, Hoe Europa de vrede liet varen voor de Eerste Wereldoorlog'. Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen.)

De Duitse journalist Florian Illies laat zien hoe het met de literatuur, de kunst en de muziek stond in wat hij noemt 'het laatste gloriejaar van Europa voordat de oude wereldorde instortte'. Hij concentreert zich op Wenen, destijds de culturele hoofdstad van Europa. Misschien hebben Joseph Stalin en Adolf Hitler elkaar wel ontmoet, veronderstelt Illies, ze verbleven beiden in 1913 in de stad. Het is verrassend levensecht geschreven, alsof de auteur er zelf bij geweest is en de grote mannen en vrouwen van die tijd persoonlijk kent. (Florian Illies: '1913, Het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw', Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen.)

Ook het eerste deel van het overzichtswerk van de Nederlandse kenner bij uitstek van de Eerste Wereldoorlog, Koen Koch (twee jaar geleden overleden), geeft een prima beeld van Europa aan de vooravond van de oorlog. (Koen Koch: 'Een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog 1914-1918', Ambo, Amsterdam.)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden