1909 Ezels die op het ijs dansen

Het koninkrijk en zijn schaatsgekte

Probeer een buitenlander eens het woord 'ijstransplantatie' uit te leggen. Natuurijs brengt iets heel bijzonders teweeg bij de schaatsgekke Nederlanders. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 28.

Zelden heb ik zoo'n prettigen dag gehad.' Alsof Pim Mulier een kleine pleziertocht had gemaakt. In werkelijkheid beschreef de sportfanaat in het hoofdstuk 'Bezoek aan de Elf Steden van Friesland' in zijn in 1893 verschenen boek 'Wintersport' hoe hij op 20 december 1890 bijna tweehonderd kilometer schaatste. 'Alweder een van die aardige, oude gebruiken, die gelukkigerwijze nog niet zijn vervallen' prees hij de Friese traditie om in klein gezelschap zo'n grote ronde te maken. Als sportfanaat en Fries wilde hij ook zelf een keer die prestatie leveren. 'De lust om dezen tocht eens te ondernemen en vooral om den tijd te verbeteren, had mij reeds lang geplaagd en op 20 December vroegtijdig in hotel Weidema te kooi gaande, werd ik den volgenden morgen te 6 uur door den kellner gewekt; liet mij rug en beenen stevig met arnica inwrijven, stak mij in tricot en bijbehooren, en deed, om niet te veel opzien te verwekken over mijn trui een vest aan. Met een dikke wollen muts op kreeg ik iets van het gesoigneerde, dat den Frieschen schipper eigen is. Een stuk chocolade; een horloge, een paar zakdoeken, eenige guldens, een mes, touwtje, riemen en één schaats op den rug voor het breken en precies 7 uur stond ik op het smalle grachtje voor het hotel.'

De door Mulier gevolgde route week hier en daar wat af van die van tegenwoordig. Hij reed 'om de noord'. tegen de wijzers van de klok in (eerst naar Dokkum) in plaats van met de wijzers mee (eerst naar Sneek). Onderweg haalde hij in herbergen en soortgelijke etablissementen stempels en krabbels die als bewijs dienden voor de geleverde prestatie.

Mulier vond dat er een wedstrijdversie moest komen. Die kwam er voor het eerst in 1909. De theologiestudent Minne Hoekstra uit Warga won op een dag waarop het al dooide. Sportpionier Mulier stond ook aan de basis van een aantal van de eerste Nederlandse sportclubs (onder meer voetbalclub HFC), bonden als de KNVB en de KNAU, de internationale schaatsbond ISU, het klassieke kwartet aan afstanden van het allroundschaatsen (500, 1500, 5000 en 10.000 meter) en de Nijmeegse Vierdaagse, maar met niets trof hij zo de Friese en Nederlandse volksziel als met de Elfstedentocht.

Meer landen kennen sportevenementen die na verloop van tijd nationale gebeurtenissen werden. De Tocht der Tochten kreeg een extra mythisch karakter door zijn zeldzaamheid. Slechts vijftien keer werd hij tot nu toe verreden. Wat ook aanspreekt: het typisch Nederlandse organisatiemodel. Zoals dijkgraven en hun medewerkers extra actief worden bij hoogwater, zo ontwaken de rayonhoofden en hun mannen bij de eerste vorst. Uit plichtsbesef, oerdrift en gevoel voor traditie.

IJsgek waren de Nederlanders al honderden jaren. Bijvoorbeeld tijdens de Gouden Eeuw. Het klimaat hielp. Tussen 1550 en 1850 kende Nederland veel buitengewoon strenge winters. Meteorologen spreken ook wel van de Kleine IJstijd.

Het bevroren water betreden had iets moois en tegelijk iets duivels. Het ijs op gaan stond voor het tarten van het lot. "Als den Esel te wel is / soo gaet hy op 't ijs dansen", dichtte Jacob Cats. Zijn variant op 'Hoogmoed komt voor de val'. Dezelfde Cats zag dat 'midden in de kou de jonge lieden branden'. Het ijs was inderdaad een ideale plek om zonder al te veel conventies de andere sekse te ontmoeten. Op het bevroren wateroppervlak leek veel meer weg te vallen: leeftijden, rangen en standen. De schilderijen van Hendrick Avercamp, dé kunstenaar van de Nederlandse wintertaferelen, tonen een aangename chaos. IJspret bood de mogelijkheid om de regels even te laten vieren.

Sommige Nederlanders vonden hardrijders een beetje doodrijders. Schaatsen betekende vooral bevallig zwieren. "Natuurlijk leerde ik als echte Hollanders 's winters op schaatsen over het ijs te gaan", herinnerde uomo universalis Constantijn Huygens zich op latere leeftijd. "Ook hierbij vond mijn vader het weer niet voldoende dat ik mijn leeftijdgenoten klopte op snelheid en eiste hij een voorname, sierlijke slag."

De oudste vermelding van een lange-afstandsschaatstocht stamt uit deze jaren. De Zaankanter Claes Caescoper vertrok op 19 december 1676 om vier uur 's morgens met drie bekenden om pas weer om half negen 's avonds terug te keren. "Hebbende 12 Steede bezoght op een Dagh."

Voor wie het toch om het wedstrijdelement ging, waren er de kortebaanwedstrijden. Vroor het water dicht, dan organiseerden dorpen competities over geringe afstanden (doorgaans tussen de honderd en tweehonderd meter). Trainingsarbeid leek niet nodig. Explosiviteit en kracht voldeden. Dankzij een-tegen-een-wedstrijdjes waarbij de zwakste steeds afviel kwam als vanzelf de allersterkste bovendrijven.

Door de successen van Ard Schenk en Kees Verkerk in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw veroverden de 400-meter-kunstijsbanen het land. Maar het plezier op die voorzieningen laat zich niet vergelijken met de nationale euforie in het geval van natuurijs. Er zijn maar weinig talen die woorden kennen voor begrippen als 'ijstransplantatie' en 'glijweerstand'. Tegelijk is er ook altijd een prettige zweem van nuchterheid. 'It giet oan' of 'It giet net oan'.

De twaalfde Elfstedentocht, die van 1963, geldt voorlopig als de zwaarste uit de geschiedenis. Barre kou, harde wind, sneeuw en ijs dat nauwelijks wilde glijden maakten dat slechts 68 mannen de tocht volbrachten. Enige tijd na de door Reinier Paping gewonnen editie werd hen verzocht een vragenlijst in te vullen. Sjouke Zonderland ging in op het verzoek. Hij had meegedaan onder het voorwendsel dat hij achttien was. Een leugen voor de goede zaak: als zeventienjarige had hij nooit aan de start mogen verschijnen. Heeft u lichamelijk ongemak gehad op de dag zelf, luidde een van de vragen van de enquête. Zonderland: "Nee, niet noemenswaardig." Wat waren Uw drijfveren om toch mee te doen ondanks de voorspelde zware tocht? Zonderland: "Het zal wel meevallen, en hoe zwaarder de tocht hoe groter de prestatie."

De traditionele twee-eenheid ijspret en nuchterheid staat de laatste jaren onder druk. Als het kwik nog eens wat langer onder nul duikt, stijgt de Elfstedenkoorts al snel naar bijna onverantwoorde hoogten. Volwassen mannen plengen dikke tranen voor de tv-camera's bij weer een afgelasting. Is het ijs toch een keer dik genoeg, dan valt te hopen dat de tocht zelf het houdt onder de druk van Unox-mutsen, massahysterie en op superlatieven azende media.

Hopelijk ontdekt de Nederlander op de tijd de Sjouke Zonderland en Pim Mulier in zichzelf, zodat bij het finishen van de laatste rijders weer iets in de trant van "Zelden heb ik zoo'n prettigen dag gehad" klinkt.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen?

In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden