1901 Lessen leren uit het volle leven

Dankzij de leerplichtwet ging voortaan elk kind naar school. Gemotiveerde onderwijzers wilden kinderen een betere toekomst geven dan hun ouders. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 26.

'Ot wil dat poes een aap zal zijn. En bindt haar daar-om aan een touw. Maar Sien zegt: Ot, je doet haar pijn, die lie-ve poes, laat dat nou. Ot laat het niet en wat denkt poes? 'Ot is een plaag, Sien is een snoes."

Het had weinig gescheeld of onderwijsvernieuwer Jan Ligthart (1859-1916) was nooit aan een loopbaan als leerkracht en pedagoog toegekomen. Van Ot en Sien, de zoetige, maar oer-Nederlandse voorlopers van Annie M.G. Schmidts Jip en Janneke, was het dan nooit gekomen. Laat staan van het op de reeks gebaseerde leesplankje met aap, noot, mies, wim, zus, jet en meer.

Ligthart groeide op in de Amsterdamse Jordaan, in de tweede helft van de negentiende eeuw een wijk met veel armoede. Ligtharts vader had een zwakke gezondheid en bleek zakelijk geen talent. Tot twee keer toe ging hij failliet. Ligtharts moeder, een domineesdochter, probeerde ondanks alle moeilijkheden het gezin nog een beetje overeind te houden. Hoewel de Ligtharts zelf vrijzinnig waren, stuurden zij en haar echtgenoot Jan en zijn broer naar een school van de Christelijk Gereformeerde Kerk. Daar zaten vooral kinderen uit betere milieus. Misschien konden de zonen Ligthart via goed onderwijs zichzelf verheffen. Het leek te werken. Jan, die tot dan toe weinig met school had, veranderde in een ijverige leerling. In de avonduren kreeg hij met een paar andere jongens nog extra lessen Frans.

Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje, dachten de meeste mensen nog in die tijd. In het geval van Jan leek het, ondanks zijn schoolprestaties, begin jaren zeventig van de negentiende eeuw nog waarheid te worden ook. Rond zijn twaalfde ging het weer slecht met de gezondheid van zijn vader en het lukte het gezin niet meer om het lesgeld op te brengen. Toen de betalingsachterstand opliep, riep de schooldirecteur Jan bij zich en vertelde dat hij van school moest. Er was echter een alternatief: hij kon kwekeling worden, een interne opleiding tot onderwijzer volgen. Dat betekende gratis onderricht en gaf zelfs recht op een minieme vergoeding.

Schoolgang boven de twaalf was een luxe, weggelegd voor weinigen. Voor armere families boden hooguit seminaries, het leger en betrekkingen als kwekelingen een uitkomst. Dan kostte het niets, werd er betaald.

Onder de twaalf gingen veel Nederlandse kinderen wel naar school. Rond 1900 was slechts tien procent van hen nog analfabeet. Regelmaat vormde een probleem. Financiële misère, zorg voor broertjes en zusjes, werk in en rond het huis, van alles kon leerlingen thuis houden. Fabrieksarbeid onder de twaalf was sinds 1874, de aanname van het Kinderwetje van Van Houten, verboden, maar kwam mede door gebrekkige controle nog steeds voor.

De nieuwe eeuw bracht verandering. Vanaf 1 januari 1901 gold de leerplicht voor alle kinderen tussen de zes en de twaalf jaar. Sommige ouders bleven tegensputteren. Ook politiek was de wet controversieel. Het voorstel had het in de Tweede Kamer gehaald met een nipte meerderheid van 50 tegen 49 stemmen. Het toeval hielp een handje. De conservatieve Francis graaf Schimmelpenninck, tegenstander van de leerplicht, viel op weg naar het Binnenhof van zijn paard en kon daarom niet aan de stemming meedoen. "Het paard was verstandiger dan de meester", zou later gezegd worden.

Op nauwelijks meer dan een kilometer afstand van de vergaderzaal, waar de wet werd aangenomen, was Jan Ligthart sinds 1885 directeur van de Openbare School voor Onvermogenden. Met voornamelijk arbeiderskinderen uit de Haagse Schilderswijk in de klassen werd hem meer dan ooit duidelijk hoe groot de kloof tussen lesstof en leerlingen was. Dat moest anders, vond Ligthart. Zijn devies: blijf dicht bij de wereld van het kind. Schoolmethodes kweekten op zijn best leerlingen die feilloos rijtjes konden opzeggen. Met het begrip van de stof was het slecht gesteld. Waarom werden lessen aardrijkskunde, geschiedenis en biologie niet verlevendigd met herkenbare voorbeelden uit hun nabijheid? "Het volle leven" noemde Ligthart dat. Bovendien lieten de inhoudelijke vakken zich best combineren met taal- en rekenonderwijs. Laat jongens en meisjes werkendeweg ontdekken, was Ligtharts insteek. "De beste school is die waar de bovenmeester niets doet, de meester weinig en het kind bijna alles." Leerlingen zouden, dacht hij, de stof beter oppakken en er zou meer van beklijven.

De boekjes over Ot en Sien, die Ligthart met Hindericus Scheepstra schreef en liet illustreren door Cornelis Jetses, bleven ook dicht bij de alledaagse werkelijkheid. Tussen de regels was ook de idealist Ligthart (vegetariër, geheelonthouder, voor de oecumene en gelijke rechten van vrouwen) zichtbaar. Sien bood Ot steeds aardig partij. Het kleine wereldje van de twee stond niet in de weg dat af en toe verder werd gekeken. Bij voorbeeld naar 'de ne-gers in een land hier ver van-daan'. Die waren zwart. "'Wat vies!' zegt Trui. 'Waar-om was-schen ze zich dan niet?' Ze zijn niet vuil, meis-je. Hun vel is zwart. Maar ze zijn wel goed schoon."

Vernieuwend was ook de taal in Ot en Sien: Ligtharts pleidooien voor vereenvoudiging van de spelling kwamen tot uiting in het zo veel mogelijk vermijden van het gebruik van de naamvallen, die in veel schrijftaal nog prominent figureerden.

Mede dankzij het kwekelingensysteem telde Nederland bij de invoering van de leerplicht in 1901 meer onderwijzers dan ooit. Ze waren behoorlijk opgeleid, gemotiveerd en genoten maatschappelijk aanzien. Ligthart vond dat ze af en toe te druk waren met zichzelf en te weinig met kinderen. Het was voor hem een reden om rond de eeuwwisseling te stoppen met vakbondswerk. Onderling ging het soms hard tegen hard. Theo Thijssen, een onderwijsvernieuwer die een generatie jonger was, schreef bij de dood van Ligthart over de hem 'omwoekerende massa halfgarigheden'. Volgens hem was de overledene "ondanks alle hulde, hem uit allerlei onnozele monden gebracht, van weinig gevolg voor ons onderwijs".

Een eeuw later staan zowel Ligthart als Thijssen in hoog aanzien als vernieuwers. Met hen waren vele duizenden van hun vakgenoten vol van idealisme en vastbesloten om veel van de aan hen toevertrouwde kinderen een betere toekomst te geven dan hun ouders.

Juist in 1901, het jaar van de invoering van de leerplicht, kreeg een Nederlander de Nobelprijs voor de Scheikunde. Het markeerde het begin van een nieuwe Gouden Eeuw van de Nederlandse wetenschap (na de eerste met Huygens en Van Leeuwenhoek). In de ruim tien jaar daarna zouden nog vier andere Nederlandse bèta's een Nobelprijs krijgen. De meesten stamden uit welgestelde gezinnen die zich onderwijs konden veroorloven. Hun vaders waren arts of succesvol ondernemer. Maar Johannes van der Waals, winnaar van de Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1910, was een timmermanszoon. Net als Ligthart had hij als kwekeling zijn eerste vervolgonderwijs genoten om zich daarna via zelfstudie op te werken tot een vooraanstaand wetenschapper, met baanbrekende inzichten over gassen en vloeistoffen.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden