19 januari / Eksters verzamelen zich in het winterhalfjaar

in luidruchtige troepen van soms wel dertig vogels. Vroeger zag je dat verschijnsel nooit. Het is wel steeds in woonwijken dat je er zoveel bij elkaar ziet.

Misschien gaat het ze daar voor de wind, hoewel ze hun natuurlijke schuwheid ook daar nauwelijks afleggen. Ze blijven meest in de toppen van hoge bomen en zakken alleen af naar de grond als er wat te eten valt. In de broedtijd, van eind maart tot in juni, gaan de paren hun eigen weg.

* Op zonnige dagen is er in stad en dorp veel zang van koolmezen, winterkoningen, spreeuwen, heggemussen en roodborsten. Merels zingen zachtjes voor zich heen, wat ze ook al in december vlak voor de vorstperiode deden. Hier en daar zingen merels uit volle borst. Ook een enkele zanglijster zingt voluit. Grote troepen knobbelzwanen verblijven op de randmeren. Vaak foerageren ze in de polders vlakbij, zoals de Eempolder. Ook aan de grote rivieren zijn veel knobbelzwanen te zien, meestal op dode rivierarmen in de uiterwaarden. De torenvalken hebben het voorjaar in de kop. Tijdens hun baltsvlucht laten ze een luid ’kikikikikikiki...’ horen.

In de Amsterdamse hortus bloeit wit hoefblad, een plant uit het Midden-Europese bergbos, die op buitenplaatsen werd aangeplant en daar verwilderde.

De grauwe els bloeit iets eerder dan de veel gewonere zwarte els. De eerste bomen zijn net in bloei gekomen, evenals een ander lenteteken: het eerste polletje klein hoefblad. Hoewel hier en daar al half januari gezien, bloeien nu pas in sommige tuinen de eerste winterakonieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden