1899 De koopman krijgt gezelschap van de dominee

De Boerenoorlog maakte het kleine Nederland nog maar eens bewust van zijn onmacht. Er lonkte een alternatief: een rol als internationaal vredestichter. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 25.

'Een onrecht, dat een jongenshart van woede kon doen trillen", noemde hij het. Geen misstand dichtbij huis, maar een ongelijke strijd zo'n tienduizend kilometer ver weg liet het politiek bewustzijn van een van de grootste Nederlandse staatsmannen van de twintigste eeuw ontkiemen. Willem Drees begon in 1899 door de Boerenoorlog tussen 'stamverwante' republieken in Zuid-Afrika en de Britse koloniale overheersers kranten te lezen en de politiek te volgen. Toen de uitgeweken Transvaalse president Paul Kruger meer dan een jaar later Amsterdam aandeed, kreeg de latere sociaal-democraat als veertienjarige hbs-scholier vrij van school om de aankomst mee te maken. Hij stond tussen de duizenden en duizenden Nederlanders die de Boerenleider toejuichten. De volgende dag spijbelde Drees zelfs van school om diens vertrek ook mee te maken.

Vrijwel heel Nederland, ongeacht rang, stand, geloof of politieke gezindte, leefde mee met het nietige Oranje-Vrijstaat en Transvaal die het opnamen tegen het machtigste land ter wereld.

De Boeren voelden een beetje als familie. Onder deze mensen zaten nazaten van Nederlanders die ooit gingen pionieren in dit verre oord. Ze spraken een verwante taal. Kruger werd niet voor niets 'Oom Paul' genoemd. De jonge koningin Wilhelmina vormde geen uitzondering. Toen een freule aankondigde naar Zuid-Afrika af te reizen om gewonden (ook Britten) te verplegen, kon ze zich daar niets bij voorstellen: "Daartoe zou ik tegenwoordig niet in staat zijn vanwege mijn onverzoenlijken haat tegen dat volk."

Er werd hard gevochten in Zuid-Afrika. De Britten interneerden hun tegenstanders in zogenoemde concentratiekampen, een noviteit die in de decennia daarna nog breder navolging kreeg. De Boeren moesten na drie jaar definitief hun meerdere erkennen in de Britse militairen. Wilhelmina was toen al een jaar getrouwd. Met een Duitser. Een Britse partner maakte onder de gegeven omstandigheden geen schijn van kans.

Hoe groot de publieke verontwaardiging ook was, stevig uitvaren tegen wereldmachten kon Den Haag zich niet permitteren. De Boerenoorlog maakte de onmacht voelbaar. Als kleine natie had Nederland belang bij een machtsevenwicht tussen de grote mogendheden. Fransen, Duitsers en Britten moesten niet te veel tegen de haren in worden gestreken. Goede banden met Londen waren te meer van belang, omdat zij ook actief waren in Zuidoost-Azië, de regio waar Nederlands grootste kolonie, Indië, lag.

Zelfs de Republiek had in de Gouden Eeuw, ook vanwege handelsbelangen, al belang bij internationale stabiliteit. Het koninkrijk van de negentiende eeuw, dat minder aanzien genoot en militair veel minder kon afdwingen, streefde dezelfde doelen na. Het hield zich alleen een stuk stiller. Van diplomatie maakte Nederland niet zo heel veel werk. Op het ministerie van buitenlandse zaken werkten in 1813 vijftien mensen. Tegen het einde van de negentiende eeuw was dat aantal ongeveer verdubbeld.

De meeste ambtenaren kwamen uit adellijke en vooraanstaande families. Ze hadden een mooie en niet al te vermoeiende betrekking op het departement. Minister van buitenlandse zaken Jan Karel baron van Goltstein voerde in 1859 een sollicitatiegesprek met de jonge jurist Hendrick Quack, getalenteerd en geïnteresseerd in internationale kwesties. De bewindsman vond hem ongeschikt en sprak dat ook uit. Voor iemand met zoveel ambitie en inhoud was geen plek op zijn ministerie. Daar was immers niets waar je hard voor moest werken.

Eind negentiende eeuw moest het departement alsnog hard aan het werk. De grote Europese mogendheden bewapenden zich steeds verder en bezongen op nationalistische wijze hun eigen grootheid. Het leek slechts wachten op een groot conflict.

De Russische tsaar Nicolaas II begreep dat zijn kolossale rijk niet per se beter uit zo'n oorlog zou komen. Ook zonder wapengekletter legde de internationale wapenwedloop een onverantwoord beslag op de schatkist. De monarch nam het initiatief voor een internationale vredesconferentie.

Het mocht geen evenement worden ter meerdere eer en glorie van een van de grote mogendheden. Dus moest de conferentie plaatsvinden in een neutraal land. Dat werd een kwestie van afstrepen. In Zwitserland roerden de anarchisten zich nogal. In België had het parlement weinig op met het idee. De Scandinavische landen trokken er ook niet erg hard aan. Nederland lag prettig centraal, was goed bereikbaar over land en zee en had met Hugo de Groot (1583-1645) een van de grondleggers van het internationaal recht voortgebracht. Zo'n vijf jaar eerder had Nederland bovendien een internationale conferentie over privaatrecht georganiseerd.

Het kabinet ging - zij het met enige terughoudendheid - de uitdaging aan. De jonge koningin Wilhelmina vond het maar niets. De overgrootvader van de tsaar en haar grootmoeder waren broer en zus, maar sympathie om sentimentele redenen was niets voor haar. Het idee voor de conferentie kon bij de vorstin 'niet eens medelijdenwekkend schouderophalen' opwekken. Nederland was uitverkoren vanwege onbeduidendheid, vond ze. Wat voor een indruk zou dat internationaal maken? Ze moest er nota bene een van haar paleizen (Huis Ten Bosch) voor afstaan en het zou haar zeker duizenden guldens kosten. En dat terwijl het op de conferentie slechts ging over 'utopieën die op den koop toe gevaarlijk konden worden voor de algemeene vreede!' Want behalve dat al dit gedoe Nederland 'een stempel van luchtfietserij' bezorgde, dreigde ook minder draagvlak voor de in de ogen van Wilhelmina broodnodige investeringen in de nationale defensie.

Vertegenwoordigers van 26 landen vergaderden van 18 mei 1899 tot en met 29 juli 1899 in Den Haag. De koningin mocht niet zoveel op hebben met deze nieuwe richting in het buitenlandse beleid, veel andere Nederlanders voelden zich er goed bij. Een land dat militair niet almachtig was, kreeg op deze manier toch nog een beetje het aura van morele superioriteit. De internationaal actieve, spreekwoordelijke Nederlandse koopman kreeg nadrukkelijker gezelschap van de dominee.

De eerste Vredesconferentie leverde geen ontwapening op, wel afspraken over internationale arbitrage bij geschillen. In 1907 volgde nog een tweede Vredesconferentie in Den Haag. In 1911 won Tobias Asser, een van de prominente Nederlandse vertegenwoordigers bij de bijeenkomsten, de Nobelprijs voor de Vrede. In 1913, een jaar voordat in Europa de hel losbrak, opende het Vredespaleis, gebouwd met steun van de Amerikaanse staalmagnaat en weldoener Andrew Carnegie, zijn deuren. Den Haag groeide in de eeuw daarna uit tot een van de wereldhoofdsteden van het recht. De vredesconferenties verschaften Nederland internationaal aanzien, meer dan waarop het op grond van zijn grootte aanspraak maakte.

De Boerenoorlog was daarentegen een oefening in nederigheid. Alle verontwaardiging leverde feitelijk niets op. Hooguit de minister-president voor de wederopbouwjaren van een halve eeuw later.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden